Het Zutphens Zonnestelsel

Het Zutphens Zonnestelsel

De verovering van Mercurius (4)

PlanetenPosted by HansSchipper Tue, August 07, 2018 17:57:41

Het werk van de astronomen die honderden jaren geleden Mercurius observeerden is indrukwekkend. Als het meezat zagen ze aan de ochtendhemel het volgende beeld of aan de avondhemel iets soortgelijks, maar dan in spiegelbeeld. Meestal was Mercurius niet te zien. Het plaatje heb ik met Stellarium gemaakt, want een eigen foto van Mercurius aan de ochtendhemel bezit ik niet. In het echt staan de woorden Mercurius en Venus er helaas niet bij, maar een smartphone maakt veel mogelijk.


Uit de schaarse gegevens die ze aan de avondhemel verzamelden, concludeerden ze dat de planetaire constellatie in de buurt van de Zon als volgt zou moeten zijn.

Daar over mijmerend, als ik weer eens aan de westelijke hemel Mercurius mis, tijdens mijn avondwandeling met mijn hondje, raak ik diep onder de indruk van werking van de breinen van de vroege astronomen.

In deze aflevering gaan we verder met het bestuderen van de configuratie van Mercurius en de andere planeten, zoals die in de loop van de eeuwen is vastgesteld al voordat er ruimtevaart was, eerst zonder en later met telescoop. Ik kijk mijn onvolprezen Franse Astronomie boek van een halve eeuw geleden er op na om te ervaren wat men over een planeet als Mercurius te weten kan komen met het blote oog of met een telescoop.

Laten we de verschillende situaties onderscheiden.

Eerder hebben we bekeken hoe Aarde en Mercurius afwisselend dichterbij elkaar en verder van elkaar konden af komen. Om inzicht te krijgen in de beweging van Mercurius, vergelijken we de posities die de zogenaamde binnenplaneten Mercurius en Venus t.o.v. de Aarde innemen met de posities die de zogenaamde buitenplaneten, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto bezetten.

Voor het gemak gaan we er voorlopig vanuit dat de planeten concentrische cirkelvormige banen volgen, omdat we ons vooral moeten richten op hoeken ten opzichte van de zon. Hieronder is het schematisch weergegeven met één binnenplaneet en één buitenplaneet ten opzichte van de Aarde, die hier Terre wordt genoemd hetgeen Frans is voor Aarde, maar dat wist u hopelijk al.

We kunnen zien dat op het moment dat een buitenplaneet het dichtst bij de Aarde is, ze allebei dezelfde uitlijning hebben ten opzichte van op de Zon. Men zegt dat de buitenplaneet in dat geval in oppositie is. Onder deze omstandigheden is de planeet op zijn helderst, omdat het volledige gedeelte dat door de Zon wordt verlicht, naar ons is toegedraaid. We zien dus, als we aan de nachtzijde van de Aarde staan, een volledige schijf, waarvan de diameter overeenkomt met de grootste afmeting die deze planeet kan aannemen. In de diametraal tegenovergestelde situatie spreken we van conjunctie. Als de ster van de dag hem niet zou overstralen voor onze ogen, zien we de buitenplaneet gereduceerd tot zijn minimale schijnbare afmetingen, en ook verlicht vanaf de voorkant. Het waarnemen hiervan zal door een van een filter voorziene telescoop moeten gebeuren. Kijk nooit recht in de Zon!

Tussen deze twee uitersten in, neemt de buitenplaneet in haar baan tussenliggende posities in, veranderend met de hoekrichtingen ten opzichte van de Zon. In die veranderende omstandigheden blijft van de planeet de verlichte helft altijd op de zon gericht. Wij ervaren dat als een min of meer geaccentueerde fase, omdat we er schuin tegenaan kijken. Deze fase bereikt zijn maximum wanneer de planeet zich in kwadratuurbevindt, in het plaatje met quadr. aangeduid, want ja de Fransen moeten dat weer zonodig anders schrijven.

Deze verschillende opeenvolgende constellaties worden op dezelfde manier door alle buitenplaneten ingenomen. Elk van die planeten staat achtereenvolgens in oppositie, in oostelijke kwadratuur, in conjunctie en in westelijke kwadratuur, waarna de hele cyclus weer herhaald wordt.

Voor de binnenplaneten, Mercurius en Venus, die tussen de Zon en ons draaien, verschillen de uiterlijke kenmerken van de vorige. De Aarde omcirkelt de volledige ontwikkeling van hun banen. Vanuit ons gezien is de beweging van Mercurius een soort schommeling van de ene kant van de Zon naar de andere. Men noemt de posities van maximale afstand aan de rechterkant of aan de linkerkant elongaties, waarbij Venus door haar grotere baan veel verder van de Zon komt af te staan dan Mercurius. Het punt waarbij Mercurius (of Venus) zich tussen Aarde en Zon in bevinden noemt men inferieure conjunctie. Als ze zich ten opzichte van ons precies aan de andere kant van de Zon bevinden, spreken we over superieure conjunctie. In elk geval lijken deze planeten nooit veel af te wijken van de Zon als we hen (als een sterretje) zien schijnen bij het naderen van de schemering of na het aanbreken van de dageraad.

In de loop van deze verplaatsing ten opzichte van de Zon, die hen verlicht, zien we ze, zoals getoond in onderstaande figuur, die een volledige opeenvolging van fasen voorstelt, vergelijkbaar met die van de Maan. In tegenstelling tot andere planeten, zijn Mercurius (en Venus), die op de momenten van de inferieure conjunctie hun kortste afstand tot de aarde hebben, dan in de meest ongunstige omstandigheden voor de waarneming van hun oppervlak. We zien dan namelijk niets of slechts een heel dun sikkeltje verlichting. En, zoals je ook in onderstaande figuur kunt zien, als de verlichting beter wordt, zorgt de geleidelijke verwijdering van deze planeten ervoor dat de schijnbare diameter steeds kleiner wordt.

Dit concludeerden de oude astronomen allemaal uit hun schaarse waarnemingen en het klopte nog ook. Knap hè?




Fill in only if you are not real





The following XHTML tags are allowed: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles and Javascript are not permitted.