Het Zutphens Zonnestelsel

Het Zutphens Zonnestelsel

Le Verrier

WegbereidersPosted by HansSchipper Wed, July 11, 2018 21:40:10

Er is jarenlang discussie geweest over de vraag of, in de onmiddellijke nabijheid van de zon, een andere planeet zou kunnen bestaan, nog dichter bij dan Mercurius. De vraag leefde sterk aan het eind van de 19e eeuw. Men ging er zelfs een tijdlang vanuit dat er een planeet was en er werd ook al een naam bedacht: Vulcanus. Het is nogal heet dichtbij de Zon, vandaar, maar dat snapte u al. Men sprak over een intra-mercuriaanse planeet en dat is een term die zo indrukwekkend is, dat je alleen daarvoor al zou hopen dat hij bestaat.

De reden voor de veronderstelling was dat er observaties werden gedaan waar een verklaring voor moest worden gevonden. Er was een verschil tussen de waargenomen baan en de berekende baan.

In de 19e eeuw was de Franse astronoom Le Verrier succesvol geweest in het voorspellen van het bestaan van de planeet Uranus. Op basis van kleine afwijkingen in de baan van Uranus sloeg hij aan het rekenen en op grond van zijn berekeningen wees hij de plek aan waar volgens hem een nog onontdekte planeet zich zou kunnen bevinden. Hij vroeg observatietijd aan in Parijs, maar daar werd hij genegeerd. Hij schreef een brief naar het observatorium van Berlijn, waar de uitstekende observator Johann Galle enthousiast reageerde en het voor elkaar kreeg dat hij op het geschikte tijdstip door een goede telescoop mocht gaan kijken. Tot grote opwinding van de internationale wetenschappelijke wereld werd er inderdaad een planeet waargenomen, die later Neptunus werd gedoopt.

Johann Galle

Van de berekeningen van Le Verrier is in latere tijd wel het een en ander afgedongen, maar zijn naam is toch maar mooi voor altijd aan die ontdekking gekoppeld. Onderstaande foto heb ik in 2017 tijdens een stadswandeling in Parijs genomen van het Observatoire. Le Verrier staat trots op zijn sokkel voor de ingang.

Le Verrier (foto Hans Schipper 2017)

Over de persoonlijkheid van Le Verrier valt wel het een en ander op te merken. Sir Patrick Moore schrijft in zijn interessante boek “Moore on Mercury”: Een van de belangrijkste Franse astronomen van de negentiende eeuw verheugde zich in de naam van Urbain Jean Joseph Le Verrier. Over zijn genialiteit was er geen twijfel, hij was een van de beste wiskundigen van de tijd, en hoewel in de eerste plaats een astronoom was hij ook verantwoordelijk voor het opzetten van de Franse meteorologische dienst. Naar verluidt was hij ook de grofste man die ooit geleefd heeft, en op een bepaald moment in zijn carrière werd hij ontslagen als directeur van het Observatorium van Parijs vanwege zijn "prikkelbaarheid", hoewel hij weer in dienst werd genomen toen zijn opvolger, Delaunay, verdronk in een bizar bootongeluk. Een collega van Le Verrier zei over hem: "Hoewel hij misschien niet de meest afschuwelijke man in Frankrijk was, was hij zeker de meest verafschuwde".

Aan de ontdekking van Neptunus ontleende hij een behoorlijk gezag en dat gezag wierp hij in de strijd bij de discussie over het bestaan van nog een planeet, nu tussen Mercurius en de Zon in. Zijn wiskundige werkzaamheden met betrekking tot de analyse van de beweging van Mercurius, leveren bewijs voor een klein verschil tussen de waargenomen en de berekende positie. Le Verrier geloofde deze afwijking te kunnen toewijzen aan verstoringen veroorzaakt door een of twee planeten, zeer kleine, die tussen de Zon en Mercurius in draaiden. Dat geloof is niet zo vreemd: bij Neptunus had het ook gewerkt.

Dergelijke hemellichamen moeten zichtbaar zijn in de onmiddellijke nabijheid van Zon, voor zonsopgang of na zonsondergang, zoals bij Mercurius en Venus. Maar als je bedenkt dat Mercurius al moeilijk te zien is in het schemerlicht, dan zal een planeet nog dichter bij de zon en van kleinere omvang, bijna niet te onderscheiden zijn. Echter, bewijs kan op nog twee andere manieren worden geleverd. Ten eerste tijdens een totale zonsverduistering, die toestaat, dankzij de tijdelijk optredende schijn-nacht, zijn directe omgeving af te speuren, waar dan zelfs zeer zwakke sterren gespot kunnen worden. Ten tweede zou, door de combinatie van de beweging met de onze, de veronderstelde planeet zich op gezette tijden als een klein zwart puntje over de zonneschijf schuiven, zoals het geval is met Mercurius en Venus.

De verkenning van de buitenwijken van de Zon is altijd zonder succes gebleven. Daarentegen worden van tijd tot tijd passages van kleine hemellichamen voor de zon geregistreerd. Hoewel deze twee soorten bevindingen onverzoenlijk zijn, werd van de tweede veel gewag gemaakt, vanwege haar positieve karakter.

De meest opvallende van deze passages blijkt te zijn waargenomen door een astronomie amateur, Dr. Lescarbault, op 28 maart 1859. Le Verrier nam deze waarneming zeer serieus en hij reisde af naar de woonplaats van de dorpsdokter.

Sir Patrick Moore schrijft hierover: Het moet een vreemd interview zijn geweest. Lescarbault was dorpsarts en werd duidelijk overdonderd door zijn beroemde bezoeker, vooral na de opening van Le Verrier: "Het is dan u, mijnheer, die doet alsof u de intra-mercuriaanse planeet hebt geobserveerd, en de ernstige overtreding hebt begaan om uw observatie negen maanden geheim te houden. Ik waarschuw u dat ik hier ben gekomen met de bedoeling recht te doen aan uw pretenties en te laten zien dat u oneerlijk of bedrogen bent geweest.” Het was geen veelbelovend begin. Daar kwam nog bij dat Lescarbault slechts een kleine telescoop had. Bovendien gebruikte hij als tijdwaarnemer een horloge dat een van zijn wijzers was kwijtgeraakt. Aangezien hij bijkluste als de lokale timmerman schreef hij om zijn waarnemingen vast te leggen met potlood op planken van hout. Als hij ze niet meer nodig had schuurde ze af. Er was kennelijk een papier tekort. Niets was meer bizar geweest.

Gezien dit alles lijkt het ongelooflijk dat Le Verrier de dokter serieus nam - maar hij deed het wel, en ging weg in de overtuiging dat Lescarbault echt een planeet in transit had gezien. Hij werkte een voorlopige baan uit, volgens welke de planeet in een periode van 19 dagen 17 uur op een gemiddelde afstand van 21.000.000 km rond de Zon bewoog. De grootst mogelijke elongatie vanaf de zon, gezien vanaf de Aarde, was slechts 8 graden.

Le Verrier was ervan overtuigd dat de theoretische conclusies die hij had geformuleerd werden bevestigd en hij begon alle observaties van dit genre te analyseren die hij kon verzamelen. Een vijftigtal gevallen aldus verzameld bleken twijfelachtig of onvoldoende gedefinieerd. Slechts zes die zich hebben voorgedaan in 1802, 1819, 1839, 1849, 1850 in 1861, boeiden hem, omdat hij dacht dat hij ze naar hetzelfde hemellichaam kon terugbrengen.Uitgaande van de berekende baan werd een passage voorlangs de zon voorspeld op 22 maart 1877: tevergeefs hielden astronomen van over de hele wereld de wacht op die bewuste dag …

Niets is verschenen dat het bestaan van de vermeende planeet bevestigd. Na Le Verrier’s dood raakte Vulcanus in de vergetelheid.

In 1915 publiceerde Albert Einstein zijn Algemene Relativiteitstheorie. Hiermee kon het verschil tussen waarneming en berekening aan de baan van Mercurius worden verklaard. Vulcanus was overbodig geworden.

Wat blijft is het trotse standbeeld voor het observatorium van Parijs.

Le Verrier (foto Hans Schipper 2017)





Een stukje Mars keert terug naar huis

NASAPosted by HansSchipper Tue, July 10, 2018 15:00:19

Bron: klik hier

Een stuk van een meteoriet genaamd Sayh al Uhaymir 008 (SaU008) zal in 2020 worden vervoerd aan boord van NASA’s “Mars rover missie”, die nu wordt gebouwd op de Jet Propulsion Laboratory in Pasadena, Californië. Deze brok zal dienen als oefenobject voor een zeer nauwkeurige laser op de arm van de rover.


Het doel van Mars 2020 is ambitieus: monsters verzamelen van het oppervlak van de Rode Planeet die mogelijk met een toekomstige missie naar de Aarde kunnen terugkeren. Een van de vele instrumenten van de rover is een laser, ontworpen om kenmerken van gesteenten te verlichten die zo fijn zijn als een menselijk haar.


Voor dat nauwkeurigheidsniveau is een kalibreerdoel nodig om de instellingen van de laser te verfijnen. Eerdere NASA-rovers hadden ook kalibratie-doelen bij zich. Afhankelijk van het instrument kon als doelmateriaal steen, metaal of glas gekozen worden, waardoor deze verzameling er soms uitzag als een schilderspalet.

Maar het werken aan dit specifieke instrument leidde tot een idee bij wetenschappers van JPL: waarom niet een stukje Mars gebruiken? De Aarde heeft een beperkte voorraad Martiaanse meteorieten, waarvan wetenschappers hebben vastgesteld dat ze miljoenen jaren geleden van het oppervlak van Mars zijn geknald.

Deze meteorieten zijn niet zo uniek als de geologisch diverse monsters die “2020” zal verzamelen. Maar ze zijn nog steeds wetenschappelijk interessant - en perfect voor het praktijkdoel.

"We bestuderen dingen op zo'n fijne schaal dat kleine uitlijnfouten, veroorzaakt door temperatuurschommelingen of zelfs de zandafzetting van de rover, ons kunnen dwingen om te corrigeren," zei Luther Beegle van JPL. Beegle is hoofdonderzoeker voor het laserinstrument SHERLOC (Scanning Habitable Environments with Raman and Luminescence for Organics and Chemicals, duidelijk toch?). "Door te bestuderen hoe het instrument een vast doel ziet, kunnen we begrijpen hoe het een stukje van het Martiaanse oppervlak zal zien.”

SHERLOC zal het eerste instrument op Mars zijn dat gebruik maakt van fluorescentie-technieken die op Aarde gebruikt worden door forensische experts. Als ultraviolet licht schijnt over bepaalde chemische stoffen op basis van koolstof, dan geven ze een karakteristieke gloed.

Wetenschappers kunnen deze gloed gebruiken om chemische stoffen te detecteren die ontstaan in de aanwezigheid van het leven. SHERLOC fotografeert de gesteenten die het bestudeert en brengt vervolgens de chemicaliën die het detecteert in kaart. Dat voegt een ruimtelijke context toe aan de gegevenslagen die Mars 2020 zal verzamelen.

"Dit soort wetenschap vereist textuur en organische chemische producten -- twee dingen die onze doelmeteoor zal verstrekken," zegt Rohit Bhartia, SHERLOC's hoofdonderzoeker bij JPL.

Geen vlokkige meteorieten

Martiaanse meteorieten zijn kostbaar door hun zeldzaamheid. Slechts ongeveer 200 daarvan zijn erkend door The Meteoritical Society, dat een database heeft met deze gescreende meteorieten.

Om de juiste te selecteren voor SHERLOC, nam JPL contact op met het Johnson Space Center van NASA in Houston, evenals met het Natural History Museum of London. Niet zomaar een Martiaanse meteoriet zou voldoen: zijn toestand zou zo solide moeten zijn dat hij niet uit elkaar zou vallen als gevolg van de intensiteit van de lancering en landing.

Het moest ook bepaalde chemische eigenschappen bezitten om de gevoeligheid van SHERLOC te testen. Deze moesten redelijk gemakkelijk herhaaldelijk te detecteren zijn om het kalibratiedoel bruikbaar te maken.

De deskundigen probeerden verscheidene steekproeven: dunne plakjes werden afgesneden om te testen of zij zouden afbrokkelen. Het gebruik van een "schilferig" monster kan de gehele meteoriet tijdens het proces beschadigen.

Het SHERLOC-team stemde uiteindelijk in met SaU008, een meteoriet die in 1999 in Oman werd aangetroffen. Behalve dat het robuuster was dan andere monsters, was er ook een stuk ervan beschikbaar, met dank aan Caroline Smith, hoofdcurator meteorieten in het Natural History Museum van Londen.

"Elk jaar, verstrekken wij honderden voorbeelden van meteorieten aan wetenschappers van over de hele wereld voor studie," zei Smith. "Dit is een primeur voor ons: een van onze monsters zal naar Mars worden terug gestuurd ten bate van de wetenschap.

SaU008 zal de eerste marsmeteoriet zijn die een fragment naar het Marsoppervlak laat terugkeren -- maar niet de eerste die een marsmeteoriet meeneemt op terugreis naar Mars. De vorige mislukte. NASA's Mars Global Surveyor bevatte een brok van een meteoriet die bekend staat als Zagami. Die zweeft nog steeds rond de Rode Planeet aan boord van de nu defecte orbiter.

Voorbereiding op de mens op Mars

Naast zijn eigen Martiaanse meteoriet zal het kalibratiedoel van SHERLOC verschillende interessante wetenschappelijke monsters voor de menselijke ruimtevlucht bevatten. Deze omvatten materialen die kunnen worden gebruikt om ruimtepak stof, handschoenen en een helm vizier te maken.

Door te kijken hoe ze zich staande houden onder het Martiaanse weer, inclusief straling, kan de NASA deze materialen testen voor toekomstige Mars missies.

"Het SHERLOC instrument is een waardevolle gelegenheid om zich voor te bereiden op de menselijke ruimtevlucht en om fundamenteel wetenschappelijk onderzoek uit te voeren naar het Martiaanse oppervlak," zei Marc Fries, een SHERLOC co-onderzoeker en curator van buitenaardse materialen bij Johnson Space Center. "Het geeft ons een geschikte manier om materiaal te testen dat toekomstige astronauten veiligheid kan bieden als ze op Mars zijn.”



Parker Solar Probe

NASAPosted by HansSchipper Mon, June 05, 2017 06:53:51


In het midden van de jaren vijftig van de vorige eeuw stelt een jonge fysicus, Eugene Parker, een aantal denkbeelden voor over de energieproductie van sterren - inclusief onze zon. Hij noemt de stortvloed van energie de zonnewind. Hij beschrijft een volledig complex systeem van plasma's, magnetische velden en energetische deeltjes die dit fenomeen vormen. Parker stelt ook een theorie op waarmee een verklaring gegeven kan worden voor de oververhitte zonnecorona, die - in tegenstelling tot wat men met behulp van de bekende natuurwetten zou verwachten - warmer was dan het oppervlak van de zon zelf. (De corona is de atmosfeer van de zon.) Een overvloed aan regelmatige maar kleine zonne-explosies genaamd nanoflares zouden deze verwarming veroorzaken.


Van Parker’s ideeën is al het een en ander bewezen door observaties van de Zon door ruimteschepen, maar nog nooit is een sonde zo dicht bij de Zon geweest als de Parker Solar Probe die in 2018 zal worden gelanceerd. Meer dan een halve eeuw na de baanbrekende publicaties van Parker zal de Solar Probe missie eindelijk belangrijke feiten kunnen leveren die Parker's baanbrekende theorieën en ideeën zouden kunnen ondersteunen.

Parker Solar Probe zal in zeven jaar tijd zeven flybys langs Venus maken. Dat is nodig om een voldoende hoge snelheid te bereiken en de baan zo aan te passen dat de Zon tot op 6 miljoen kilometer wordt benaderd. Dat is acht keer dichterbij dan een ruimtevaartuig ooit is gekomen. Ter vergelijking: de afstand van Mercurius tot de Zon is 60 miljoen kilometer.

Parker Solar Probe is een echte exploratiemissie. Zo zal het ruimteschip dicht langs de zon gaan om de versnelling van de zonnewind van subsonisch naar supersonisch waar te nemen en het zal door de kraamkamer van de hoogste energie zonnedeeltjes vliegen.

Grappig: de verwachting is dat, zoals bij elke grote ontdekkingsreis, de Parker Solar Probe waarschijnlijk meer vragen zal oproepen dan beantwoorden.

Voor meer informatie, gaat u naar de prachtige website:

http://solarprobe.jhuapl.edu/The-Mission/index.php



Thomas Pesquet

WegbereidersPosted by HansSchipper Sun, June 04, 2017 06:22:14

Nederland heeft zijn troetelastronaut in de persoon van de immens populaire André Kuipers. Ook in Frankrijk wordt de ruimtevaartwetenschap gediend door een knappe kerel: Thomas Pesquet. Op vrijdag 2 juni 2017 keert hij in het gezelschap van zijn Russische collega Oleg Novitsky terug op Aarde na een verblijf van zes maanden in het Internationale Ruimtestation ISS. Zo lang in de ruimte verblijven is een stevige fysieke en psychische prestatie! De terugkeer alleen al is erg spannend. De terugreis in de Soyuz MS-03 neemt vier uur in beslag en op vrijdagmiddag 2 juni om 16h10 landt de capsule aan een parachute in de steppe van Kazachstan.

Tijdens zijn Proxima missie in het ISS voert Pesquet daar afgelopen half jaar 60 experimenten uit en in dat kader breekt hij een record door in één week tijds het meest aan wetenschap te doen.


Het is interessant om eens na te gaan wat iemand allemaal moet doen om zo hoog te komen. Thomas Pesquet wordt op 27 februari 1978 geboren in Rouen, Frankrijk. Hij is in het bezit van een zwarte band voor judo. Eventuele aliens moeten met hem oppassen! In zijn jeugd heeft hij zich bekwaamd in basketbal, joggen, zwemmen, squash en buitensporten, zoals mountainbiken, kitesurfen, zeilen, skiën en bergbeklimmen. Hij heeft ook uitgebreide ervaring in duiken en skydiving. Zijn andere interesses zijn onder meer: ​​reizen, saxofoon spelen en lezen. Ik kan me voorstellen dat je dit niet persé allemáál hoeft te doen, maar het gaat er natuurlijk om dat je fysiek in topconditie verkeert.

Goed leren op de middelbare school kan Thomas ook: in 1998 studeert hij af aan het Lycée Pierre Corneille in Rouen. Daar heeft hij in een speciale klas voor toptalenten gezeten.

In 2001 behaalt hij zijn Master van de École Nationale Supérieure de l'Aéronautique et de l'Espace in Toulouse, met als hoofdvak Ontwerp en Controle van Ruimtevaartuigen. Zijn laatste jaar als student brengt hij door als uitwisselingsstudent in Canada aan de École Polytechnique de Montréal, Canada.

Thomas studeert in 2006 af aan de Air France Flight School. Daarmee behaalt hij een zeer hoog pilotendiploma.

Thomas is lid van de Franse Aeronautics and Astronautics Association (3AF) en van het American Institute of Aeronautics and Astronautics (AIAA).

Van april tot september 2001 is Thomas een stagiair ingenieur bij Thales Alenia Space in Cannes, waar hij een design tool ontwikkelt voor satellietsystemen. Vanaf oktober 2001 werkt hij als ruimtevaartdynamiek ingenieur in Madrid. Tussen 2002 en 2004 is Thomas aan de slag bij het Franse ruimtebureau, CNES, als onderzoeksingenieur. Vanaf eind 2002 was hij voor dit bureau een vertegenwoordiger bij het Raadgevend Comité voor Space Data Systems.

In zijn vrije tijd was Thomas privé-piloot. Mede daardoor wordt hij in 2004 geselecteerd voor Air France's vluchtopleidingsprogramma. Hij wordt een commerciële piloot voor de luchtvaartmaatschappij, waar hij in 2006 de Airbus A320 begint te vliegen. Na meer dan 2300 vlieguren op commerciële vliegtuigen te zijn geweest, wordt hij onder andere instructeur.

ESA selecteert Thomas in mei 2009 om astronaut te worden. In november 2010 sluit hij zijn basisopleiding af. Na afstuderen werkt hij bij het mission control center als een Eurocom, die communiceert met astronauten tijdens ruimtereizen. Hij is dan ook verantwoordelijk voor toekomstige projecten in het European Astronaut Centre, waaronder samenwerking met nieuwe partners zoals China.

Om klaar te zijn voor een ruimtemissie, krijg hij verdere technische en operationele training in Europa, in Rusland en in de VS: op het Russische Soyuz-ruimtevaartuig, op de Amerikaanse en Russische ruimtestoelen, en op ruimtestationsystemen. Hij neemt deel aan exploratie trainingen waaronder ondergronds en onderwater wonen en werken.

Op 17 maart 2014 wordt Thomas toegewezen aan een langdurige missie op het International Space Station. Hij vliegt op 17 november 2016 naar het International Space Station voor zijn zes maanden durende Proxima-missie als vluchtingenieur voor Expedities 50 en 51.


Voor meer informatie: http://thomaspesquet.esa.int





De Komeet van Halley door Isaac Asimov

BoekenPosted by HansSchipper Sun, March 19, 2017 08:45:03

Dit boek is in 1985 door Uitgeverij A.W. Bruna & Zonen uitgebracht, omdat het jaar erop voor het eerst in 76 jaar de beroemde komeet van Halley weer zal gaan verschijnen. De komeet van Halley is de beroemdste komeet en in die jaren is Isaac Asimov ’s werelds beroemdste schrijver van sciencefiction verhalen en populairwetenschappelijke boeken.

Isaac Asimov is een interessante persoonlijkheid. Hij wordt uit Joodse ouders geboren op 2 januari 1920, als in Rusland de revolutie aan de gang is. Zijn eigen naam is Isaak Judovitsj Ozimov.

In 1923 vluchten de Ozimovs naar de Verenigde Staten. Zij vestigen zich in New York en beginnen een snoepwinkel. Isaak ondervindt het pedagogische voordeel van vroeg hard moeten werken.

In de oorlogsjaren studeert Isaak Scheikunde en in 1948 verwerft hij de doctorstitel. Later wordt hij professor in de Scheikunde. Naast zijn wetenschappelijke carrière ontwikkelt hij zich tot misschien wel de meest productieve schrijver van zijn tijd. Als een natuurwetenschappelijk onderwerp in de publieke belangstelling staat levert Asimov vaak een bijdrage in de vorm van een boek en “De Komeet van Halley” is er daar één van.

De beschreven komeet is beroemd, omdat de grote astronoom Edmund Halley er in de 17e eeuw onderzoek naar doet. Hij bestudeert alle gegevens die er in vele eeuwen over zijn verzameld over kometen en vermoedt dat de komeet periodiek terugkeert. Je moet weten dat in zijn tijd mensen erg bijgelovig zijn en allerlei eigenschappen aan kometen toedichten.

De beroemdste verschijning is van 1066. De komeet duikt op in de tijd dat Willem van Normandië zijn invasie in Engeland voorbereidt. Willem kondigt meteen aan dat de komeet rampspoed voor Engeland voorspelt. De Normandische soldaten worden daar erg enthousiast en strijdlustig van. Koning Harald van Engeland heeft dan net een grote overwinning behaald op de Noormannen uit Noorwegen en hij weet niet hoe snel hij naar het Zuiden moet met zijn leger om de Noormannen uit Frankrijk het hoofd te bieden. Het Engelse leger wordt verslagen en Harald vindt de dood. In de kathedraal van Bayeux in Frankrijk hangt een reusachtig geborduurd kleed met daarop een verslag van de gevechtshandelingen. Daarop is ook de komeet van Halley te zien om te illustreren hoe die heeft geholpen bij de overwinning.

Edmund Halley moet van dit alles niks hebben en besluit te gaan meten en rekenen en dat is een wijze beslissing geweest, waar wij allen een voorbeeld aan kunnen nemen. Hij is in staat een redelijk nauwkeurige beschrijving van de baan te geven en hij voorspelt dat de komeet rond kerstmis 1758 weer zal verschijnen. Tot zijn eigen verdriet beseft hij dat hij dat zelf niet meer zal meemaken, tenzij hij 102 jaar oud wordt.

Vanaf november 1758 richt de rijke Duitse boer en amateurastronoom Johann Georg Palitzsch iedere nacht zijn telescoop op de plek aan de hemel waar ongeveer de komeet kan worden verwacht. Zijn geduld wordt beloond als hij op 25 december de eerste is die de terugkeer registreert. Het is de wetenschappelijke sensatie van het jaar, want aangetoond is dat de wetenschap formidabele voorspellingen kan doen. Edmund Halley verwerft er eeuwige roem mee. De komeet van Halley staat te boek in het officiële kometen registratiesysteem als komeet nummer één.

Naast een interessante geschiedbeschrijving van de komeet van Halley vertelt het boek ook veel over andere kometen, de wetenschappelijke analyse van de samenstelling en over de rampen die ze kunnen veroorzaken.

De uitgave leest prettig als een spannend boek. Ik heb het niet echt in één adem uitgelezen, maar wel in één avond en de avond is daarmee welbesteed geweest.



Konstantin Tsiolkovsky

WegbereidersPosted by HansSchipper Sat, February 11, 2017 20:55:54

Het onderwerp van deze blog is één van die bijzondere mensen die vanuit een schijnbaar kansloze startpositie hun leven tot een groot succes weten te maken. Konstantin Tsiolkovsky wordt geboren in 1857 en groeit met zijn 17 broers en zussen op in een afgelegen provincie van het tsaristische Rusland. Zijn vader, Edward Ciołkowskia, is een Poolse orthodoxe priester die als gevolg van zijn politieke activiteiten naar een afgelegen gebied in Rusland gedeporteerd wordt. Edward russificeert zijn naam en trouwt met een ontwikkelde Tartaarse vrouw, waarna een serie kinderen ter wereld komt waarvan Konstantin de vijfde is. Op zijn negende wordt Konstantin het slachtoffer van roodvonk en hij overleeft nauwelijks. Eenmaal hersteld blijft hij vrijwel doof. Als gevolg van zijn gehoorprobleem leert hij weinig op de basisschool en al snel loopt hij achter in ontwikkeling bij zijn leeftijdsgenoten. Als hij dertien jaar oud is sterft zijn moeder, die ieder jaar een kind heeft moeten baren! Op zijn veertiende mag hij van school. De armoede van zijn familie verhindert hem vooruit te komen in de wereld.

Tot nu toe is het een grimmig verhaal van armoede en eenzaamheid. Maar hij weet het te doorbreken. Als hij zestien is mag hij van zijn ouders naar Moskou. Daar is hij vaak te vinden in de Tsjertkovskaja bibliotheek, waar hij urenlang leest en belangstelling opvat voor exacte vakken en klassieke literatuur. Hij is nog steeds minvermogend, maar hij heeft de zelfstudie ontdekt om zich te ontwikkelen. Later zal hij dankzij de zelfstudie een inkomen weten te verweven als hij zijn zelfstandig opgedane kennis weet te gebruiken voor het behalen van een onderwijzersdiploma.

Door contact met een bibliotheekmedewerker, Fyodorov, begint hij na te denken over de mogelijkheid van het reizen in de interplanetaire ruimte. Bijzonder eigenlijk dat die interesse voor ruimtevaart ontstaat, ergens in dat onmetelijk grote vooral agrarische Rusland, in 1873 als het grootste deel van de mensheid zich voornamelijk druk maakt over de vraag of er morgen nog wel te eten is. Het heeft toch een logica, want bibliotheekmedewerker Fyodorov is een vooruitgangsfilosoof die gelooft dat technologische progressie de mensheid uiteindelijk zal bevrijden van het juk van de armoede. Het zal de mensheid ooit zo goed gaan, meent hij te weten, dat niemand meer zal overlijden. Als gevolg van overbevolking zullen de mensen andere planeten gaan koloniseren.

Geïnspireerd door de wilde ideeën van Fyodorov en ook door de boeken van Jules Verne, begint Tsiolkovsky de wetenschap uit te vinden die nodig is om de mens te buiten de zwaartekracht van de Aarde te brengen.
Tsiolkovsky schrijft enkele van de eerste wetenschappelijke werken over ruimtevaart, met inbegrip van het klassieke werk “Verkenning van de ruimte door middel van een Reactief Apparaat (1896)”. In 1898 leidt hij de basisformule af die bepaalt hoe raketten moeten worden gebouwd: de raket vergelijking. Deze formule werd voor het eerst gepubliceerd in 1903, een paar maanden voor de historische vlucht van de gebroeders Wright. De formule is samen met vele andere baanbrekende ideeën van Tsilokovsky over ruimtevlucht opgenomen in een artikel genaamd "Het onderzoeken van de ruimte met raketten" in het Russische wetenschappelijke tijdschrift Nauchnoye Obozreniye. Helaas staat er in dezelfde aflevering ook een politieke revolutionair stuk en dat leidt tot inbeslagname door de tsaristische autoriteiten. Het zal jaren duren voordat het nieuws van zijn werk zich verspreidt naar het Westen. Dat gebeurt uiteindelijk wel: er bestaat een door Werner von Braun persoonlijk van aantekeningen voorzien exemplaar!

Weinig tijdgenoten begrijpen Tsiolkovsky’s werk. Vandaag de dag zijn de basisconcepten achter de ruimtevaart zoals meertrapsraket, baansnelheid en gecomprimeerde vloeibare brandstoffen wijd en zijd bekend maar aan het begin van de twintigste eeuw klonken ze fantastisch, onwaarschijnlijk en onbegrijpelijk in de oren van internationale wetenschappers. Tsiolkovsky stopt niet bij voorstellen voor ruimtevaart en het funderen van raketwetenschap. Hij komt ook met geavanceerde ideeën voor de controle van de raket op afstand, koeling van het verbrandingssysteem en het pompen van brandstof uit opslagtanks naar de verbrandingskamer.

Zijn buren beschouwen de dove en mompelende onderwijzer als een excentrieke buitenstaander. Maar deze excentriekeling blijft op de proppen komen met briljante ideeën, waarvan sommige nog steeds hun tijd vooruit zijn. In 1895 raakt hij door de Eiffeltoren geïnspireerd tot het ontwerpen van een duizenden kilometer hoge toren bekroond met een “hemelse lanceerinrichting" waaruit objecten direct in de ruimte gelanceerd zouden moeten worden. Het is het eerste ontwerp van een ruimtelift. In de jaren twintig, als de wetenschappers van de nieuwe Sovjet-Unie beginnen te beseffen hoe innovatief Tsiolkovsky's ideeën zijn, peinst hij over duurzame verblijfplaatsen in de ruimte en galactische kolonisatie.

Tegenwoordig wordt Konstantin Tsiolkovsky beschouwd als de vader van de Russische ruimtevaart. De Spoetnik wordt gelanceerd op zijn honderdste verjaardag. Sovjet-propagandisten bouwen vele standbeelden en monumenten voor Tsiolkovsky maar het grootste eerbetoon aan zijn intellectuele erfenis (afgezien natuurlijk van de ruimteprogramma’s die ontstonden uit zijn ideeën) wordt gezien door maar een paar mensen ... Het meest opvallende kenmerk aan de achterkant van de maan is naar hem vernoemd: de Tsiolkovsky krater.



Andrea Wulf: "Chasing Venus"

BoekenPosted by HansSchipper Tue, December 27, 2016 12:13:55

Het boek vertelt het bijzondere verhaal van de eerste wereldwijde wetenschappelijke samenwerking, te midden van strijdende legers, orkanen, wetenschapsbeoefening en persoonlijke tragedie.

In 1633 wordt voor het eerst een Venusovergang waargenomen en wel door de jonge briljante Britse astronoom Jeremiah Horrocks. Hij begrijpt dat de Venusovergang kan worden gebruikt om de afstand van de Aarde tot de Zon te berekenen, maar zijn waarnemingen zijn te onnauwkeurig om een goede schatting te geven. Hij weet ook dat hij een volgende Venusovergang niet meer zal mee maken, want de volgende zal nog meer dan een eeuw op zich laten wachten. Jaren later publiceert de beroemde wetenschapper Edmund Halley een artikel waarin hij de aard van de berekeningen uiteenzet. Hij schrijft dat artikel in zijn zestigste levensjaar en ook hij zal de volgende Venusovergang niet meer mee maken. Wel doet hij een oproep aan wetenschappers in alle landen om de handen ineen te slaan zodat op vele plaatsen op Aarde de Venusovergang zal kunnen worden geobserveerd.

Op 6 juni 1761 en 3 juni 1769 gaat de planeet Venus vanaf de Aarde gezien voor de Zon langs - telkens zes uur lang zichtbaar als een kleine zwarte stip tegen het brandende gezicht van de Zon. Venusovergangen komen altijd voor in paren - acht jaar uit elkaar - maar dan duurt het meer dan een eeuw voordat ze weer worden gezien. In de zestiger jaren van de achttiende eeuw raakt de wetenschappelijke wereld geëlektrificeerd door het besef dat nu het moment daar is om voor het eerst de afstand tussen de planeten in ons zonnestelsel te berekenen. Men weet dat vanaf vele plaatsen op de wereld nauwkeurige waarnemingen gedaan moeten worden om de gegevens te verzamelen voor de goniometrische berekeningen.

Honderden astronomen uit de Europese landen en de Noord-Amerikaanse koloniën worden uitgezonden over de hele wereld om het zeldzame hemelse verschijnsel te observeren. In een tijd waarin Europa en groot deel van de rest van de wereld verscheurd worden door oorlog, overwint deze queeste politieke, geografische en intellectuele grenzen.

Chasing Venus wordt verteld als een race over de hele wereld. Het is rijk aan verhalen vol obsessies, piraten, plagen, astronomen, politici en wetenschappers. Catharina de Grote treedt erin op en ook Benjamin Franklin. Het barst van de actie, prachtig detail en wetenschappelijke opwinding. De geest van de Verlichting is uit de fles en de zoektocht van de mens om de wereld te begrijpen ontplooit zich in volle heftigheid.

Het boek is ook in Nederland uitgegeven: Andrea Wulf, Venus achterna. De zoektocht naar de omvang van het heelal

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2012; ISBN: 9789025369415

Een uitgebreide recensie is te vinden op:

http://actahistorica.nl/recensies/venus-achterna-de-zoektocht-naar-de-omvang-van-het-heelal-andrea-wulf/

Bekijk de schrijfster op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=4YGycD55Bjg





Mensen op Mars door Joris van Casteren

BoekenPosted by HansSchipper Tue, December 20, 2016 22:13:53

Toen ik een jongen van een jaar of acht was volgde ik in Het Vrije Volk de strip Flits Gordon. Dat was een vertaling van de Amerikaanse comic Flash Gordon, een van de meest succesvolle striphelden aller tijden, die zijn eerste spannende avontuur beleefde in 1934 en waarvan in 2007 nog een televisieserie werd gemaakt.

Die Flits was me er eentje. Hij maakte duizelingwekkende interplanetaire reizen en beleefde daarbij zelden een saai moment. Een van de series was Flits Gordon’s trip naar Mars. Op deze planeet treft hij Marswezens aan - gelukkig maar, want alleen maar keien en zand, zoals het echt is, daar kun je geen verkoopbaar stripboek mee vullen. Hieronder zie je een aflevering die ik op internet terugvond. Ik koester warme herinneringen aan Flits en met mij een hele generatie striplezers.

Zo makkelijk als het voor Flits was om eventjes naar Mars te reizen, zo moeilijk is het in werkelijkheid. In het voorjaar van 2015 hadden wij op Het Baudartius College mevrouw Artemis Westenberg op bezoek die ons middels een interessante lezing vertelde hoe zwaar een reis naar Mars wel is.

De reis duurt zeker zeven maanden. Wie op televisie de terugkeer van André Kuipers na zijn laatste verblijf van zes maanden in de ruimte heeft gezien weet wat voor een impact gewichtsloosheid op het menselijk lichaam heeft. André Kuipers is een sterke man, maar na terugkeer op Aarde werd hij als een slappe doek uit de Soyuz gehesen.

Wie dus naar Mars reist, arriveert daar in eenzelfde toestand als André bij terugkeer op Aarde, maar moet vervolgens nog daar van alles gaan doen. En Mars is een levensgevaarlijke omgeving zonder natuur, zonder zuurstof, zonder stromend water en met heel veel radioactieve straling.

Toch heeft een grote groep mensen het zich in het hoofd gezet dat emigratie naar Mars een voor de mensheid onontkoombaar noodlot is. De journalist Joris van Casteren beschrijft in zijn boek Mensen op Mars deze groep utopisten.

Twee Nederlandse ingenieurs hebben een plan bedacht dat het mogelijk zou moeten maken om vanaf 2027 vier mensen op Mars te laten wonen. Daarna zou dit viertal iedere twee jaar met vier nieuwe pioniers worden versterkt. De reis is definitief, want terugkeer naar de Aarde is technisch nog niet mogelijk. Dat laatste zou ik zelf erg onaantrekkelijk vinden, maar daar wordt door anderen anders over gedacht. Meer dan 200 000 mensen van over de hele wereld gaven zich op om mee te doen. Na verschillende selectierondes bleven er daarvan minder dan 100 over, die stevig hebben moeten studeren en ook een behoorlijk inschrijfgeld hebben moeten betalen om zo ver te komen.

Van dat inschrijfgeld kan het natuurlijk allemaal niet bekostigd worden. De bedenkers schatten de kosten op zes miljard. Dat willen ze bij elkaar brengen met een soort van Big Brother televisieprogramma. Sceptici schatten de kosten op het tienvoudige.

In een lichte, ironische, stijl beschrijft Joris van Casteren de hele organisatie van het project maar vooral ook de mensen die zich hebben aangemeld. Het boek is erg goed geschreven. Ik heb het in vier dagen uitgelezen. Een aanrader.



« PreviousNext »