Het Zutphens Zonnestelsel

De verovering van Mercurius (4)Planeten

Posted by HansSchipper Tue, August 07, 2018 17:57:41

Het werk van de astronomen die honderden jaren geleden Mercurius observeerden is indrukwekkend. Als het meezat zagen ze aan de ochtendhemel het volgende beeld of aan de avondhemel iets soortgelijks, maar dan in spiegelbeeld. Meestal was Mercurius niet te zien. Het plaatje heb ik met Stellarium gemaakt, want een eigen foto van Mercurius aan de ochtendhemel bezit ik niet. In het echt staan de woorden Mercurius en Venus er helaas niet bij, maar een smartphone maakt veel mogelijk.

Blog image

Uit de schaarse gegevens die ze aan de avondhemel verzamelden, concludeerden ze dat de planetaire constellatie in de buurt van de Zon als volgt zou moeten zijn.

Blog image

Daar over mijmerend, als ik weer eens aan de westelijke hemel Mercurius mis, tijdens mijn avondwandeling met mijn hondje, raak ik diep onder de indruk van werking van de breinen van de vroege astronomen.

In deze aflevering gaan we verder met het bestuderen van de configuratie van Mercurius en de andere planeten, zoals die in de loop van de eeuwen is vastgesteld al voordat er ruimtevaart was, eerst zonder en later met telescoop. Ik kijk mijn onvolprezen Franse Astronomie boek van een halve eeuw geleden er op na om te ervaren wat men over een planeet als Mercurius te weten kan komen met het blote oog of met een telescoop.

Laten we de verschillende situaties onderscheiden.

Eerder hebben we bekeken hoe Aarde en Mercurius afwisselend dichterbij elkaar en verder van elkaar konden af komen. Om inzicht te krijgen in de beweging van Mercurius, vergelijken we de posities die de zogenaamde binnenplaneten Mercurius en Venus t.o.v. de Aarde innemen met de posities die de zogenaamde buitenplaneten, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto bezetten.

Voor het gemak gaan we er voorlopig vanuit dat de planeten concentrische cirkelvormige banen volgen, omdat we ons vooral moeten richten op hoeken ten opzichte van de zon. Hieronder is het schematisch weergegeven met één binnenplaneet en één buitenplaneet ten opzichte van de Aarde, die hier Terre wordt genoemd hetgeen Frans is voor Aarde, maar dat wist u hopelijk al.

Blog image

We kunnen zien dat op het moment dat een buitenplaneet het dichtst bij de Aarde is, ze allebei dezelfde uitlijning hebben ten opzichte van op de Zon. Men zegt dat de buitenplaneet in dat geval in oppositie is. Onder deze omstandigheden is de planeet op zijn helderst, omdat het volledige gedeelte dat door de Zon wordt verlicht, naar ons is toegedraaid. We zien dus, als we aan de nachtzijde van de Aarde staan, een volledige schijf, waarvan de diameter overeenkomt met de grootste afmeting die deze planeet kan aannemen. In de diametraal tegenovergestelde situatie spreken we van conjunctie. Als de ster van de dag hem niet zou overstralen voor onze ogen, zien we de buitenplaneet gereduceerd tot zijn minimale schijnbare afmetingen, en ook verlicht vanaf de voorkant. Het waarnemen hiervan zal door een van een filter voorziene telescoop moeten gebeuren. Kijk nooit recht in de Zon!

Tussen deze twee uitersten in, neemt de buitenplaneet in haar baan tussenliggende posities in, veranderend met de hoekrichtingen ten opzichte van de Zon. In die veranderende omstandigheden blijft van de planeet de verlichte helft altijd op de zon gericht. Wij ervaren dat als een min of meer geaccentueerde fase, omdat we er schuin tegenaan kijken. Deze fase bereikt zijn maximum wanneer de planeet zich in kwadratuurbevindt, in het plaatje met quadr. aangeduid, want ja de Fransen moeten dat weer zonodig anders schrijven.

Deze verschillende opeenvolgende constellaties worden op dezelfde manier door alle buitenplaneten ingenomen. Elk van die planeten staat achtereenvolgens in oppositie, in oostelijke kwadratuur, in conjunctie en in westelijke kwadratuur, waarna de hele cyclus weer herhaald wordt.

Voor de binnenplaneten, Mercurius en Venus, die tussen de Zon en ons draaien, verschillen de uiterlijke kenmerken van de vorige. De Aarde omcirkelt de volledige ontwikkeling van hun banen. Vanuit ons gezien is de beweging van Mercurius een soort schommeling van de ene kant van de Zon naar de andere. Men noemt de posities van maximale afstand aan de rechterkant of aan de linkerkant elongaties, waarbij Venus door haar grotere baan veel verder van de Zon komt af te staan dan Mercurius. Het punt waarbij Mercurius (of Venus) zich tussen Aarde en Zon in bevinden noemt men inferieure conjunctie. Als ze zich ten opzichte van ons precies aan de andere kant van de Zon bevinden, spreken we over superieure conjunctie. In elk geval lijken deze planeten nooit veel af te wijken van de Zon als we hen (als een sterretje) zien schijnen bij het naderen van de schemering of na het aanbreken van de dageraad.

In de loop van deze verplaatsing ten opzichte van de Zon, die hen verlicht, zien we ze, zoals getoond in onderstaande figuur, die een volledige opeenvolging van fasen voorstelt, vergelijkbaar met die van de Maan. In tegenstelling tot andere planeten, zijn Mercurius (en Venus), die op de momenten van de inferieure conjunctie hun kortste afstand tot de aarde hebben, dan in de meest ongunstige omstandigheden voor de waarneming van hun oppervlak. We zien dan namelijk niets of slechts een heel dun sikkeltje verlichting. En, zoals je ook in onderstaande figuur kunt zien, als de verlichting beter wordt, zorgt de geleidelijke verwijdering van deze planeten ervoor dat de schijnbare diameter steeds kleiner wordt.

Blog image

Dit concludeerden de oude astronomen allemaal uit hun schaarse waarnemingen en het klopte nog ook. Knap hè?



Twaalf nieuwe manen bij Jupiter ontdektPlaneten

Posted by HansSchipper Mon, August 06, 2018 16:14:09

Bron: https://carnegiescience.edu/news/dozen-new-moons-jupiter-discovered-including-one-“oddball

De reuzenplaneet Jupiter vormt met zijn vele manen eigenlijk een soort zonnestelsel op zich. Er zijn astronomen die ons zonnestelsel beschouwen als een soort mislukte dubbelster, waarbij Jupiter dan de tweede ster zou kunnen zijn geweest. Jupiter is de enige planeet die van zichzelf energie uitstraalt. De andere planeten zenden ook wel energie uit in de vorm van licht, maar dat is weerkaatst licht van de Zon.

Jupiter is met het blote oog als een opvallend heldere “ster” aan de hemel zichtbaar. Of Jupiter te zien is, kun je bijvoorbeeld checken op www.hemel.waarnemen.com.

Blog image

Toen 400 jaar geleden de grote Galileo Galilei zijn, door de Middelburger Hans Lipperhey bedachte, telescoop richtte op Jupiter viel het hem op dat vlak in de buurt van Jupiter nóg vier sterretjes flonkerden die dagelijks van plaats veranderden. Op grond van verdere observaties vermoedde hij dat hier ging om een verre planeet waar maantjes omheen draaiden. Dus niet alles draait om de Aarde, concludeerde hij, waarmee hij een wetenschappelijke revolutie ingang zette, die hij met levenslang huisarrest moest bekopen.

De vier maantjes worden nog steeds heel respectvol de Galileïsche manen genoemd. In de afgelopen 400 jaar zijn er nog een zestigtal maantjes bij ontdekt. Het bleek een drukke bedoening, daar rond Jupiter.

En nu heeft een team van het Carnegie Instituut in Washington er weer twaalf bij gevonden. Elf "normale", en een die ze een "vreemd bal" noemen. Dit brengt Jupiters totaal aantal bekende manen op maar liefst 79 - het meest van alle planeten in ons Zonnestelsel.

Een team onder leiding van Carnegie's Scott S. Sheppard zag de manen voor het eerst in het voorjaar van 2017, terwijl ze op zoek waren naar zeer verre objecten van het Zonnestelsel als onderdeel van de jacht naar een mogelijke massieve planeet ver voorbij Pluto.

Het team was al wereldberoemd dankzij de ontdekking van Planeet X. In 2014 vonden ze namelijk het object met, voor zover bekend, de verst verwijderde baan in ons Zonnestelsel. Zij waren de eersten die zich realiseerden dat een onbekende massieve planeet aan de rand van ons Zonnestelsel, ver voorbij Pluto, de overeenkomst tussen de banen van verschillende kleine extreem verre objecten kon verklaren. Deze vermeende planeet wordt nu als de negende planeet beschouwd.

"Jupiter was toevallig aan de hemel in de buurt van de zoekvelden waar we op zoek waren naar extreem verre objecten van het Zonnestelsel, dus we pakten het zoeken naar nieuwe manen rond Jupiter erbij, terwijl we tegelijkertijd zochten naar planeten aan de rand van ons Zonnestelsel," zei Sheppard. Serendipiteit heet zoiets. Je zoekt het een en je vind iets anders.

Gareth Williams van de International Astronomical Union's Minor Planet Center gebruikt de waarnemingen van het team om banen te berekenen voor de nieuw gevonden manen.

"Er zijn verschillende waarnemingen nodig om te bevestigen dat een object rond Jupiter draait," zei Williams. "Daardoor duurde het hele proces een jaar.

Negen van de nieuwe manen maken deel uit van een verre buitenste zwerm van manen die om Jupiter draaien in de retrograde, of tegengestelde richting van Jupiter ‘s rotatie. Deze verre retrograde manen zijn gegroepeerd in ten minste drie verschillende baan-groepen. Men denkt dat het overblijfselen zijn van drie grotere lichamen die uit elkaar braken tijdens botsingen met asteroïden, kometen of andere manen. De nieuw ontdekte retrograde manen draaien in ongeveer twee jaar om Jupiter.

Twee andere nieuwe ontdekkingen maken deel uit van een dichterbij Jupiter gelegen groep manen die in dezelfde richting draaien als de rotatie van de planeet. Deze manen uit Jupiter ‘s “binnenbaan programma” hebben allemaal dezelfde hellingshoeken ten opzichte van Jupiter en worden dus ook gezien als fragmenten van een grotere maan die uit elkaar was gevallen. De twee nieuw ontdekte manen hebben iets minder dan een jaar nodig om rond Jupiter te reizen.

"Onze andere ontdekking is een echte excentrieke voetbal en heeft een baan als geen andere bekende Jupitermaan," legde Sheppard. "Het is ook waarschijnlijk Jupiter 's kleinste bekende maan, in diameter minder dan een kilometer".

Deze nieuwe "vreemde" maan is verder verwijderd en heeft een sterk afwijkende helling. Hij heeft ongeveer anderhalf jaar nodig voor zijn reis om Jupiter. In tegenstelling tot de dichterbij Jupiter gelegen groep van manen, heeft deze nieuwe excentriekeling een baan die de buitenste retrograde manen kruist.

De kans op frontale botsingen met retrograde manen, die in tegengestelde richtingen bewegen, is groot.

"Dit is een instabiele situatie," zei Sheppard. "Een frontale botsing doet object uit elkaar vallen.”

Het is mogelijk dat de verschillende groepen manen die we vandaag de dag aantreffen rond Jupiter in het verre verleden gevormd zijn door dit mechanisme.

Het team denkt dat deze kleine "excentrieke" maan het laatste overblijfsel zou kunnen zijn van een in de juiste richting draaiende grotere maan die door frontale botsingen vergruisd is. De naam Valetudo is voorgesteld, naar de achterkleindochter van de Romeinse god Jupiter 's, de godin van de gezondheid en hygiëne.

Blog image
Het ontleden van de complexe invloeden die de baangeschiedenis van een maan hebben gevormd, kan wetenschappers leren over de eerste jaren van ons Zonnestelsel.

Vanwege hun grootte - één tot drie kilometer - worden deze manen sterker beïnvloed door het omringende stof en gas. Als deze substanties nog aanwezig waren geweest toen Jupiter 's eerste generatie manen met elkaar in botsing kwam, zou de wrijving ervan met de kleinere manen voldoende zijn geweest om ze naar Jupiter toe te laten spiraliseren. Hun bestaan toont aan dat ze waarschijnlijk werden gevormd nadat dit gas en stof verdwenen was.

De eerste ontdekking van de meeste nieuwe manen werd gedaan op de Blanco 4-meter telescoop bij Cerro Tololo Inter-American in Chili. Verschillende telescopen werden gebruikt om de vondsten te bevestigen.



De verovering van Mercurius (3)Planeten

Posted by HansSchipper Sun, August 05, 2018 06:38:05

Onze westerburen, de Britten, kennen de luxe van een regelmatig, door de BBC uitgezonden, astronomieprogramma: The Sky At Night. Meer dan vijfenvijftig jaar lang werd dit programma gepresenteerd door de unieke, helaas verscheiden, Sir Patrick Moore. Naast sterren observeren en een t.v. programma presenteren deed Sir Patrick Moore ook aan schrijven. In 2006 deed hij het boek “Moore on Mercury” het licht zien. Ook al was hij een verwoed waarnemer, hij gaf in dit boek toe in zijn hele leven slechts een keer of twaalf Mercurius te hebben mogen aanschouwen!

Blog image

Over gebrekkige zichtbaarheid gesproken: het programma werd (en wordt) eens per maand uitgezonden, duurde slecht twintig minuten en begon dan ook nog eens pas rond middernacht …

Iets te weten komen over Mercurius is voor mij vooral een kwestie van lezen. Voor de nieuwste ontwikkelingen kan ik het best terecht op de website van de NASA. Voor klassieke kennis richt ik mij op een Frans boek uit 1948, Astronomie.

Blog image

Op bladzijde 182 stelt de schrijver: in vergelijking met de Aarde is Mercurius een wereld van zeer weinig belang. Dat heeft hij niet uit eigen waarneming, want: het observeren van de Planeet is zo moeilijk, dat we weinig weten over de oppervlakte en we de fysieke eigenschappen niet precies kennen.

De beste manier om iets van Mercurius te weten te komen is op dat moment (rond 1950) nog steeds door observatie met een telescoop en daar zit nou net de crux. Wil je naar Mars kijken dan richt je de telescoop ’s nachts schuin omhoog, maar Mercurius is ’s nachts nooitte zien, omdat hij samen met de Zon ondergaat. Overdag dan? Nee hoor, veel te licht!

Áls Mercurius zich laat zien is dat óf ’s ochtends voor zonsopkomst, ‘of ’s avonds na zonsondergang. Maar meestal komt de kleine planeet gewoon helemaal niet tevoorschijn, bijvoorbeeld omdat hij zich achter de Zon verschuilt.

Graag wil ik aan de hand van het Astronomieboek uit 1948 vertellen hoe in de loop der eeuwen toch sporadische kennis over Mercurius is opgebouwd.

Bij de observaties van iedere planeet met de telescoop viel het astronomen op dat de schijnbare diameter varieerde. Hieruit ontstond het vermoeden dat ze niet altijd even dicht bij ons staan. Als Mercurius verder weg staat blijkt een groter gedeelte te worden verlicht. Als Mercurius dichterbij komt wordt een steeds kleiner gedeelte verlicht totdat we de planeet niet meer zien. Na enige tijd ontstaat er weer een “maansikkeltje” waarna van de planeet steeds meer wordt verlicht. Astronomen die dit patroon periode na periode, jaar in jaar uit volgden moesten wel concluderen dat Mercurius rond de Zon draaide. Hoe ging dit in zijn werk?

Blog image

Het zicht op Mercurius net als op de andere planeten staat onder invloed van voortdurend veranderende omstandigheden. We moeten rekening houden met de immer wijzigende afstand van Mercurius tot de Aarde. Daarnaast is de relatieve snelheid van Mercurius t.o.v. van de Aarde niet constant, zelfs als we ervan uitgaan dat beide planeten in een constante snelheid hun baan rond de Zon draaien. De positie van Mercurius en Aarde t.o.v. elkaar en t.o.v. de Zon is geen dag hetzelfde. Wil je dus uitspraken doen over de baansnelheid van Mercurius of de positie, dan zal je in je uiterst secure waarnemingen steeds met dit alles rekening moeten houden.

Het eerste dat de oude astronomen aan de planeet ontdekken is dat ze een schijnbare diameter hebben die afwisselend toeneemt en afneemt. Deze diameter bereikt noodzakelijkerwijs zijn maximum wanneer een planeet en de aarde elkaar passeren, in hun respectievelijke banen, op de punten met de kleinste afstand tussen deze twee banen. Voor de grootste afstand die kan worden ingenomen wanneer de Aarde en een planeet tegengesteld aan beide kanten in hun banen komen te staan geldt dat de schijnbare diameter het kleinst is. Deze verschillen tussen de extreme situaties zijn verhoudingsgewijs gevoeliger voor banen die veel lijken op de onze, dan voor andere die ver weg zijn. We zien dus dat bij de banen van Mercurius, Venus en Mars de schijnbare diameter zeer sterk aan verandering onderhevig is.

Deze verschillen zijn niet de enige feiten die we bij de waarneming kunnen waarnemen. De Zon verlicht alleen de helft van Mercurius die naar de Zon toe gekeerd staat. Vanuit de Aarde zien we die helft in perspectief en dus daar weer de helft van, waardoor we dezelfde fasen ervaren als die van de Maan.





De verovering van Mercurius (2)Planeten

Posted by HansSchipper Tue, July 17, 2018 20:23:35

Van god naar wetenschap

Deze posts heten “De verovering van Mercurius” en daarin wil ik de groei van de kennis over de planeet Mercurius beschrijven door de eeuwen heen. In de loop van de geschiedenis ontstaat, naast de religieuze interpretatie, de wetenschappelijke belangstelling voor Mercurius. Het feit dat een aantal sterren, waaronder Mercurius, zich ieder op hun eigen manier langs de hemelbol bewegen was reden om ze te betitelen als Planeet. Planeet betekent zwerver. In Nederland wordt ook wel de term dwaalster gebruikt.

Tot de komst van de telescoop kunnen astronomen niet veel meer dan de aanwezigheid Van Mercurius aan de ochtend- of avondhemel registreren en de regelmatigheid ervan aantonen.

Blog image

Tycho Brahe

De belangrijkste astronoom uit het tijdperk van voor de telescoop was de Deen Tycho Brahé. Van de Deense koning mocht hij een heel eiland inrichten met zijn observatie-instrumenten. Hij was van adel en zoals de grote Johan Cruijff al zei “Ieder voordeel heb zijn nadelen”. Het voordeel van edelman zijn was natuurlijk het relatief luxe leventje dat je kon leiden, maar er hoorden wel een aantal verplichte opvattingen bij zoals het duelleren om redenen van eer. In zo’n duel werd de neus van Tycho flink geraakt en dat kun je toch echt wel een nadeel noemen, zeg nou zelf. Plastische chirurgie ho maar in die tijd en Tycho moest door het leven met een namaakneus over de sneue restanten heen van wat ooit een welgevormde adellijke snuffer was. Een goede neus voor Astronomie had hij wel zijn leven lang en eigenlijk zijn alle observaties die in zijn tijd niet door hem werden onderschreven niet de moeite waarde. Zijn wetenschappelijke inzichten bleven helaas steken: hij was en bleef overtuigd van het geocentrisch wereldbeeld. Daar had hij weer niet zo’n goede neus voor.

Blog imageHans Lipperhey

Zo rond 1600 is men nog steeds druk met meten aan wat men met het blote oog ziet en ooit ben je daar natuurlijk een keer klaar mee. Hij wachten was op een doorbraak zodat de astronomen beter zouden kunnen gaan zien. Die doorbraak kwam in 1608 met de uitvinding van de telscoop door de Middelburger Hans Lipperhey. Hans realiseerde zich niet wat een geweldige wetenschappelijke uitvinding hij had gedaan, toen hij voor het eerst naar het topje van kerktoren Jange Lan keek door twee achter elkaar geplaatste lenzen. Hij begreep wel dat het een nuttig spionage-instrument zou kunnen zijn in de oorlogsvoering. Daarom ging hij ermee naar de Hollandse krijgsheer Prins Maurits die zijn leven lang druk was met het uit het land kicken van Spaanse troepen. Maurits was ervan onder de indruk en Hans diende een octrooi aanvraag in bij de Generale Staten. Allerlei boeven begonnen ook octrooiaanvragen in te dienen en Hans werd zijn felbegeerde octrooi niet verleend omdat er onduidelijk ontstond over wie de eerste echte uitvinder van de kijker was. Er stond hem niets anders te doen dan zijn beroep van brillenmaker maar weer op te pikken. Ik heb in Middelburg gezocht naar de straat die naar hem vernoemd was en daar was ik ook al niet van onder de indruk. Het straatnaambord vermeldt ook niet meer (2017) dan dat hij lenzenslijper was. Dat hij zonder het in de gaten te hebben de grootste wetenschappelijke revolutie aller tijden veroorzaakte, daar zijn veel Middelburgers zich tot op de dag van vandaag nog niet van bewust.

Blog image

Wie zich daar wel van bewust was, was de grote natuurkundige Galileo Galilei. Die kocht een jaar later al op een markt in Italië een kijker. Waarschijnlijk is de kijker daar zo snel terecht gekomen vanwege de Italiaanse connecties van Middelburg. Er woonden Italiaanse glasblazers in Middelburg en die zullen in hun terugreis naar het homeland wellicht een telescoop hebben meegenomen. Hoe het ook zij, Galileo richtte zijn telescoop niet op de vijand, want die waren wat hem betreft altijd dichtbij, maar hij keek ermee omhoog en verruimde de bestudering van de sterrenhemel daarmee voor eeuwen. Vele stargazers na hem hebben, al starende omhoog, de meest fantastische natuurkunde bedacht.

Na de uitvinding van de telescoop ziet men iets meer van Mercurius, onder andere de overgang over de Zon. De grootste zorgvuldigheid is bij het waarnemen aan Mercurius m.b.v. de telescoop geboden, vanwege de felle straling van de Zon. Wie met een telescoop naar de Zon kijkt, verliest het oog waarmee gekeken wordt. Een wrang grapje dat in verband hiermee gemaakt wordt is: Door een telescoop naar de zon kijken kun je precies twee keer doen. Een keer met het ene oog en dan nog een keer met het andere oog.

Wie het dichtst bij het vuur zit, verwarmt zich het meest. Dit gezegde geldt zeker voor de kleinste planeet in ons zonnestelsel. Op een afstand van zo’n zestig miljoen kilometer van de Zon volgt de ijzeren planeet in de verzengende hitte zijn ellipsvormige baan. Zestig miljoen, dat is twee vijfde van de afstand die onze Aarde aan houdt. De van de Zon ontvangen straling is op Mercurius zeker zes keer zo sterk als bij ons en dat heeft overdag temperaturen van wel 400 graden Celsius tot gevolg.

Geen omgeving om het lang uit te houden, zelfs niet door bijvoorbeeld een stoere NASA-astronaut. Onderzoek aan Mercurius vindt tegenwoordig dan ook door robots plaats, maar dat gebeurt pas sinds 1973. Voor die tijd past de kennis over Mercurius op een tiental bladzijden in een Astronomie boek.

Blog image

Op de school waar ik werk, vind ik jaren geleden een Frans boek, getiteld “Astronomie”, in de jaren 50 uitgegeven door Larousse. (Lucien Rudaux en Gérard de Vaucouleurs (1947) Astronomie - Les Astres, L’Univers, Paris, Larousse)

Het is een prachtboek, waarin “state-of-the-art” kennis uit die tijd is verwerkt. Ik kan me nog herinneren dat ik er toen enigszins bedremmeld mee in handen heb gestaan, nadat ik het uit een meters hoge stapel oud papier heb getrokken die gereedligt om de container in te verdwijnen. Ik vind het zo onbegrijpelijk dat een dergelijk pronkjuweel gedoemd is de versnipperaar in te gaan, dat ik voor de zekerheid toch nog maar even naar de conciërge ben gelopen om mij ervan te vergewissen dat ik geen diefstal pleeg als ik het bij mij thuis een tweede leven gun.

“Neem maar mee, Hans,” lacht de conciërge, “dat scheelt ons weer twee kilo sjouwwerk.”

Op de eerste, verder lege, bladzijde staat “Dit boek wordt niet uitgeleend” en dat ben ik dan ook niet van plan te gaan doen, nu het veilig en wel in mijn privécollectie staat.

Ik ken eigenlijk geen Nederlands Astronomie boek uit die tijd dat zo uitgebreid en diepgaand de wetenschap van het zonnestelsel behandeld. De wetenschap over Mercurius beslaat evenwel slechts enkele bladzijden.





De verovering van Mercurius (1)Planeten

Posted by HansSchipper Mon, July 16, 2018 21:07:21

Mercurius “plays it hard to get”

Als je de planeet Mercurius wilt zien, moet je geduld hebben. De grote Copernicus beklaagde zich aan het eind van zijn leven erover dat hij in het vaak mistige Polen de kleine planeet nog nooit aan de ochtend- of avondhemel had mogen aanschouwen. Persoonlijk heb ik vele malen in mijn leven tevergeefs staan turen om er een glimp van op te vangen.

Blog image
Maar op een dag had ik dan toch geluk. Zes jaar geleden attendeerde een collega mij op een aankondiging in de nieuwsbrief van Govert Schilling van het zeldzaam helder verschijnen van de planeet aan de westelijke avondhemel net na het ondergaan van de Zon. Staande bij het tuinhek zag ik Venus staan sprankelen. Als om dit te onderstrepen hing er een dunne horizontale reep wolk onder. Ook net boven die wolk, maar iets verderop naar het Noorden twinkelde Mercurius. Ik hief een juichkreet aan. Als gevolg hiervan werd ik door een aantal buren bezorgd gadegeslagen, maar dat had ik er graag voor over.

Blog image

Net als Venus is Mercurius een binnenplaneet. De baan van een binnenplaneet ligt tussen de baan van de Aarde en de Zon in. Daardoor zien we Mercurius altijd in de buurt van de Zon. Staat de Zon hoog aan de hemel, dan wordt de Mercurius overstraalt en zien we de kleine planeet niet. We krijgen alleen maar een kans om Mercurius te zien als de Zon net onder de evenaar staat en Mercurius erboven. Dat is ’s ochtends bij zonsopkomst en ’s avonds bij zonsondergang. In onze contreien wordt het waarnemen dan weer bemoeilijkt door bewolking en ander ongerief.

Oude tijden

De oude volkeren die in droge streken woonden hadden geen last van bewolking boven de kim en Mercurius werd door hen gezien. Dat betekent nog niet dat Mercurius ook als planeet werd herkend, want ja, een planeet, wat was dat nou helemaal voor een woestijnbewoner van 5000 jaar geleden? Die woestijnbewoner interpreteerde het lichtje
binnen zijn toenmalige belevingswereld als een god, net als de andere dwaalsterren.

Mercurius de God

De planeet Mercurius speelde een belangrijke rol in het religieuze leven van veel oude beschavingen. De eerste geregistreerde waarneming zou zijn gedaan door Timocharis in 265 voor Christus.

Als Mercurius ’s ochtends vroeg vóór de Zon opkomt staat de planeet aan de westelijke kant van de Zon. Als Mercurius ’s avonds na de Zon ondergaat staat hij aan de oostelijke kant. De vroege Grieken geloofden dat de oost- en west-elongaties van Mercurius twee afzonderlijke objecten vertegenwoordigden die ze Hermes (avondster) en Apollo (ochtendster) noemden.

Blog image

Het heeft een tijdje geduurd, maar op een gegeven moment snapten de Grieken dat Mercurius één ding was. Eenmaal zo ver, kreeg de planeet zijn definitieve functie, nl de boodschapper van de goden en de god van de schemering en de dageraad die het opstaan van Zeus aankondigde.

Waarschijnlijk zijn het de oude Egyptenaren die als eersten ontdekten dat Mercurius om de zon cirkelde. Mercurius werd door hen Sabko genoemd, maar ook wel herkend als de kwade ster van Set die omhoog vluchtte voordat hij door de zonnegod Amun-Ra bij zonsopgang werd overwonnen en zou verdwijnen in de schittering van de rijzende zonnegod.

Blog image

Voor de Germaanse volkeren stond Mercurius bekend als Wodan, en onze woensdag is afgeleid van het originele Wodan's Dag. De huidige naam Mercurius is rechtstreeks afgeleid van de Latijnse naam Mercurius, de Romeinse benaming voor de Griekse god Hermes. De Franse middelste dag van de week heet Mercredi en dat is ook afgeleid van Mercurius. Dezelfde dag in de week hoort dus in verschillende taalgebieden bij vergelijkbare goden. De Nederlandse benaming voor Mercurius is Kwik en Mercurius werd dan ook gezien als een kwieke god. De planeet beweegt zich dan ook opmerkelijk snel rond de Zon in vergelijking met de andere planeten. De God Mercurius wordt vaak afgebeeld met vleugels aan zijn voeten.

De eerste echte Astronoom

Rond 400 v.Chr. doet de eerste echte astronoom, de Griek Eudoxus zo goed en zo kwaad als het gaat wetenschappelijk onderzoek. Van hem wordt gedacht dat hij zijn kennis over planetaire beweging van de Egyptenaren heeft geleerd. Bij hem zie je nog steeds verwarring tussen ochtend- en avondsterren. Hoewel hij de periodieke tijden van de planeten Mars, Jupiter en Saturnus vrij nauwkeurig vermeldde, had hij veel fouten met tijden voor Mercurius en Venus. Dit stond in schril contrast met zijn uitspraken over de synodische perioden: dat wil zeggen, de tijdspanne tussen het terugkeren van planeten in dezelfde configuratie aan de hemel van de aarde. Zijn synodische perioden waren vrij nauwkeurig voor Venus en Mercurius, evenals voor de buitenste planeten. Zo toonde hij nauwkeurige kennis van de tijd dat de sterren in de avond en de ochtend zouden verschijnen, maar leek hij onwetend van hun ware bewegingen rond de zon.

Evenzo herkenden oude astronomen Venus niet als één planeet. Als Venus ten oosten van de zon en na zonsondergang in de westelijke hemel werd gezien, heette de planeet Hesperus. Als Venus ten westen van de zon voor haar opkwam, heette de planeet Phosphorus. In de 12e eeuw voor Christus noemde Homerus Venus maar beschouwde haar als twee objecten. Van Pythagoras wordt gezegd, dat hij rond 500 v.Chr. begreep dat Phosphorus en Hesperus één ding was.

Tegen ongeveer 350 v.Chr., de tijd van Plato, herkenden de Grieken de ochtend- en avondsterren als één planeet. De moderne naam, Mercurius, is de Romeinse naam voor Hermes, de boodschapper van de goden. De Griekse Hermes wordt nog steeds wel gebruikt als het bijvoeglijk naamwoord Hermiaan, hetgeen betekent van of met betrekking tot Mercurius.

Het zijn de Romeinen geweest die Mercurius zijn naam geven. Ze nemen Mercurius over van de Grieken, die daar andere functies bekleedde. Bij de Romeinen is Mercurius in het begin de boodschapper-god en wordt later en passant ook maar even de god van de kleinhandel. Prachtig vind ik het plaatje aan de gevel van het Rockefeller Center. De vleugels aan de voeten heeft hij om sneller te kunnen vliegen van de ene God naar de andere en misschien ook wel om de hitte een beetje te kunnen wegwapperen.

Blog image





Station MaanNASA

Posted by HansSchipper Sun, July 15, 2018 15:16:10

Bron:

https://www.nasa.gov/feature/nasa-s-lunar-outpost-will-extend-human-presence-in-deep-space

Er komt een nieuw ISS, als het aan de NASA ligt, maar dan bij de Maan. Het kan beschouwd worden als de volgende stap in de menselijke ruimtevaart: een permanente Amerikaanse vooruitgeschoven positie in de ruimte bij de Maan. De Amerikanen willen de basis onder andere gaan gebruiken als tussenstap in de reis naar Mars. Zowel binnen hun eigen land als internationaal wil de NASA partnerschappen aangaan, om de nieuwe benaderingen en de technologische innovatie tot stand te brengen die nodig zijn om de doelstellingen te behalen. Er wordt onder andere een nieuw raketsysteem voor ontwikkeld: het Space Launch System.

Blog image

Het gaat niet alleen om de reis naar Mars. Nu de NASA zich richt op terugkeer naar de Maan en zich voorbereidt op Mars, ontwikkelt de ruimtevaartorganisatie de nieuwe mogelijkheden van de maanroute om de basis te leggen voor menselijke exploratie dieper in het zonnestelsel.

NASA bestudeert al maanden samen met de Amerikaanse industrie en de partners van het Internationale Ruimtestation een baanbrekend voorpostconcept in de buurt van de Maan. Als onderdeel van het begrotingsvoorstel voor 2019 is de NASA van plan om in de jaren 2020 de Lunar Orbital Platform Gatewayte bouwen. Het is indrukwekkend hoe het altijd weer lukt om voor nieuwe projecten een mooie naam voor te bedenken!

Zoals gezegd, je moet het je voorstellen als een soort ISS, maar dan bij de Maan. Het platform zal ten minste bestaan uit een element voor de energievoorziening en de voortstuwing, een gedeelte waar gewoond wordt, een logistieke afdeling en een luchtsluiscapaciteit. Er wordt gestudeerd op specifieke technische en missie vereisten. Samenwerkingsverbanden worden overwogen. Sommige elementen van de Lunar Orbital Platform Gateway wil NASA zelf lanceren vanaf hun eigen lanceerbases, andere onderdelen worden uitbesteed aan commerciële partijen. Assemblage vindt plaats in de ruimte.

"De Lunar Orbital Platform-Gateway geeft ons een strategische aanwezigheid in de ruimte rondom de Maan. Het zal onze activiteit met commerciële en internationale partners stimuleren en ons helpen de Maan en zijn rijkdommen te verkennen," zegt William Gerstenmaier, wiens positie wordt getypeerd als “associate administrator, Human Exploration and Operations Mission Directorate, at NASA Headquarters in Washington” en daarvan begrijp ik in ieder geval dat het een hele mond vol is "We zullen die ervaring uiteindelijk vertalen in menselijke missies naar Mars.”

Het onderdeel met de energiecentrale en de voortstuwingsmotoren vormt de startcomponent van de Lunar Orbital Platform Gateway en zal naar verwachting in 2022 gelanceerd worden. Door gebruik te maken van geavanceerde zonne-energie technologie met hoog vermogen, houdt het element de Lunar Orbital Platform Gatewayop zijn plaats. Het kan de Lunar Orbital Platform Gateway tijdens zijn bestaan ook verplaatsen van de ene maanbaan naar de andere om wetenschappelijke en exploratie activiteiten te maximaliseren. Vijf bedrijven voerden maanden lang studies uit naar betaalbare manieren om het vermogens- en voortstuwingselement te ontwikkelen. NASA zal gebruik maken van de mogelijkheden en plannen van commerciële satellietbedrijven om de volgende generatie elektrische ruimtevaartuigen te bouwen.

Het vermogens- en voortstuwingselement zal ook zorgen voor snelle en betrouwbare communicatie voor de gateway, van ruimte naar aarde en van ruimte naar maan, tussen ruimtevaartuigen onderling en ondersteuning voor communicatie via de ruimtewandelen. Ten slotte is het ook geschikt voor optische communicatie, waarbij lasers worden gebruikt om grote gegevenspakketten sneller over te dragen dan traditionele radiofrequentiesystemen.

Blog imageafbeelding: Boeing

Vanaf 2023 zal er gewoond kunnen worden en kunnen de wetenschappelijke onderzoekingen een aanvang vinden. De ervaringen in het International Space Station zullen hierin worden gebruikt. Het is de bedoeling dat de bemanning telkens 30 tot 60 dagen per keer in aan boord wonen en werken. De bemanning zal ook deelnemen aan een verscheidenheid aan exploratie en commerciële activiteiten in de buurt van de Maan, met inbegrip van mogelijke missies naar de maan oppervlak.

NASA heeft onlangs een oproep gedaan voor voorstellen uit de wetenschappelijke wereld en organiseert eind februari een conferentie om te discussiëren over het unieke wetenschappelijke onderzoek dat de Lunar Orbital Platform Gateway mogelijk zou kunnen maken. NASA verwacht dat de gateway ook de technologische rijping en ontwikkeling van operationele concepten zal ondersteunen die nodig zijn voor missies buiten het aarde-maan systeem.

Door in de toekomst een luchtsluis aan de Lunar Orbital Platform Gateway toe te voegen, kan de bemanning ruimtewandeltochten maken, wetenschappelijke activiteiten ondernemen en kan er ruimte worden geboden voor het aansluiten van toekomstige elementen. NASA is ook van plan om minstens één logistieke module naar de gateway te brengen, die leveringen van goederen, aanvullend wetenschappelijk onderzoek en technologische demonstraties en commercieel gebruik mogelijk zal maken.

Volgens het commerciële model waarmee het bureau met een lage baan om de aarde voor de herbevoorrading van het ISS heeft gepionierd, is NASA van plan om de Lunar Orbital Platform Gateway te bevoorraden door middel van commerciële vrachtmissies. Een bezoekend vrachtruimteschip zou tussen bemande missies aan de Lunar Orbital Platform Gateway kunnen afmeren.

Op basis van de belangstelling en capaciteiten van de industrie en internationale partners, zal de NASA geleidelijk aan complexe robotmissies ontwikkelen naar het oppervlak van de Maan met wetenschappelijke en exploratie doelstellingen vooruit lopend op een menselijke terugkeer. Ook zullen de missies ondersteund worden die mensen verder het zonnestelsel in zullen brengen dan ooit tevoren.

De Space Launch System-raketten en Orion-ruimtevaartuigen van de NASA vormen de ruggengraat van het toekomstige programma. De eerste geïntegreerde lancering van het systeem naar de ruimte rond de Maan zal plaatsvinden 2020 en een missie met bemanning tegen 2023. Ook zal worden onderzocht of grondstoffen van de Maan en van Mars ter plekke kunnen worden verwerkt en gebruikt.



De meridiaan van Parijs (2)Boeken

Posted by HansSchipper Sat, July 14, 2018 22:10:50

Nadat wij het gedeelte van de stadswandeling langs de meridiaan van Parijs aan de hand van Philip Freriks in de Rive Gauche min of meer hebben voltooid gaan wij op Woensdagochtend 2017-08-09 extra vroeg op pad om onze missie te voltooien. Vroeg, want het weer is niet geweldig, dus je weet maar nooit of je geruime tijd moet schuilen en we willen niet zo lang doorgaan als gisteren.

We nemen dezelfde lijnen van het onvolprezen Parijse openbaar vervoer als gisteren en stappen uit op het Île de la Cité. Omdat we toch in de buurt van de Nôtre Dame zijn lopen we even over het plein om te controleren of in het plaveisel voor de kerk de plaquette er nog ligt, die het nulpunt van de Franse wegen markeert. Tot onze geruststelling wordt hiermee behoedzamer omgegaan dan met de medaillons van Arago. Wonderlijk genoeg liggen er tientallen muntjes op, hetgeen ik me van de vorige keren dat ik de plek bezocht niet kan herinneren. De rij toeristen voor de Nôtre Dame is bizar lang, zoals tegenwoordig voor alle cliché bezienswaardigheden. Men kijkt wat op het telefoontje, men fotografeert elkaar of filmt de omgeving.

Gauw ervandoor.

We moeten nog even naar de Rive Gauche voor de laatste medaillons die we daar nog niet ontdekt hebben en bewandelen hiertoe de Pont Noeuf. In de omgeving van het Institut de France heeft de dienst openbare werken van de gemeente Parijs de uiterste best gedaan: de meeste medaillons zijn verdwenen. Aan de zuidelijke Seine oever vinden we er gelukkig nog twee en dan kunnen we over de Pont des Arts naar de noordkant kuieren om verder te zoeken, bijvoorbeeld bij het Louvre.

Blog image

Het Louvre is een van de initiatiefnemers geweest van het Arago-project en de medaillons binnen de muren van voormalige koninklijke paleis en op de binnenplaats worden dan ook gekoesterd.

Blog image

Rondom de glazen piramide een massa mensen die het museum in willen. Wij scharrelen tussen de onafzienbare rijen wachtenden door om onze “objects de desires” te vinden. We worden verbaasd gadegeslagen, maar dat zijn we ondertussen wel gewend.

Blog image

Het laatste Arago medaillon in het Louvre vinden we drie meter achter het hek van de Passage de Richelieu. Ook over Richelieu weet Philip Freriks ons het een en ander te vertellen. De hoofdstukken over Het Louvre in het boek van Philip Freriks zijn sowieso schitterend om te lezen. Alleen al om die verhalen is het boek het aanschaffen waard.

Blog image
Ten Noorden van Het Louvre ligt Place Colette. Ook al is bij het metrostation het Arago-medaillon weg, de mooie Art-nouveau ingang maakt veel goed. Aan de andere kant van het plein is een stenen paal met daarop een plaquette van la méridienne verte. Dat is een ander project in verband met wiskundige aardrijskunde. Ooit is de omtrek van de Aarde gemeten aan de hand van de meridiaan die door Duinkerken en Barcelona gaat. Het veertigmiljoenste deel hiervan werd de meter, een ijzersterk product waar we nog steeds gebruik van maken. Om dit te vieren zijn op diverse punten langs deze meridiaan herkenningstekens neer gezet. Zie mijn bespreking in ….

Blog image
Bij de Cour d’Honneur met daarbij de Comédie-Française zijn aantal medaillons te vinden. Over de drama-queens en -kings van de Comédie-Française schrijft Philip Freriks een vrolijk stuk. Verder naar het Noorden lopend geraken we in de buurt tussen het Gare du Nord en Place Pigalle in. In de buurt van ons hotel dus.

Aan de Chateaudun op de binnenplaats van de aanpalende annex van het ministerie van Onderwijs zou een medaillon te zien moeten zijn. Volgens briefschrijvers aan Philip Freriks lukt het alleen om daarbij te komen als de conciërge een goede bui heeft. Wij drentelen een beetje voor het hek en plotseling springt een clochard uit de bosjes die voor ons de toegangscode intypt, waarna de poort open gaat. Die ouwe stinkerd heeft het bezoek geruime tijd goed in de gaten gehouden! Wij danken de man vriendelijk, vergeten hem een fooi te geven en scharrelen onzeker naar binnen. Het is allemaal te vergeefs, want een medaillon kunnen wij niet ontdekken.

Hierna vinden we weinig meer.

Vermeldenswaardig is de Mire du Nord, die op privéterrein staat, dat strikt ontoegankelijk is. Dat kan dus helemaal niet, want de Mire de Nord hoort openbaar terrein te zijn. Philip Freriks had contact met de eigenaar en ook dat leverde weer een leuk verhaaltje op.

Voor een foto-impressie, bezoek: http://brizhell.org/meridien_de_paris.htm

Voor foto’s van de Mire du Nord: https://fr.wikipedia.org/wiki/Mire_du_Nord

Wij hebben door deze wandeling met het boek van Philip Freriks in de hand twee magnifieke dagen in Parijs gehad.

Blog imageZo verdwijnen de medaillons ... (foto Hans Schipper)





De meridiaan van Parijs (1)Boeken

Posted by HansSchipper Fri, July 13, 2018 18:04:22

Stadswandeling met het boek van Philip Freriks in de hand


Blog image
Dinsdagochtend 2017-08-10 vertrekken wij op tijd van onze kamer in het Royal Mansart Hotel, 1 Rue Mansart te Parijs. We hebben een missie: het ondernemen van een stadswandeling langs het twaalf kilometer lange Arago-kunstwerk dwars door Parijs van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, dat zo schitterend is beschreven door Philip Freriks. Het boek, De Meridiaan van Parijs, hebben we aangeschaft om Parijs eens op een andere manier te doorkruisen dan langs de aloude hoofdstromen.

Het kunstwerk bestaat uit 135 koperen plaatjes in stoeptegels, traptreden en het asfalt van Parijs langs een lijn die de nulmeridiaan van de wereld had moeten worden. Op ieder plaatje staat Arago, de naam van de grote Franse wetenschapper uit de eerste helft van de 19eeeuw, die de afstand van Mallorca tot Duinkerken met grote precisie mat. Naast zijn begaafdheid voor landmeten had Arago nog vele andere talenten. Hij was een intelligente, energieke en avontuurlijke kerel, over wie ik nog eens een biografie hoop te lezen. Philip Freriks vertelt zo enthousiast over hem, dat het doet verlangen naar meer.

Alleen al van de reis, met de Metro van Station Blanche naar La Chapelle en vervolgens met de RER van Gare du Nord naar Cité Universitaire de Paris, om bij het zuidelijke begin van de wandelroute te geraken geniet ik met volle teugen. In één coupé van de Metro vind je eigenlijk zo’n beetje alle mensensoorten die de Aarde rijk is! En dan de ondergrondse wandeling van het ene station naar het andere: wat een mensenmassa, wat een diversiteit, wat een bouwwerken, wat een verkeer, wat een energie. Ik kijk mijn ogen uit.

Cité Universitaire is een oase van rust, vergeleken met de rest van de stad. Het is gesticht in de jaren twintig van de vorige eeuw om studenten van over de hele wereld die komen studeren in Parijs een tijdelijk onderkomen te verstrekken. Er zijn voor vele nationaliteiten paviljoens. Het onderliggende ideaal was het streven naar verbroedering tussen de volkeren na de vreselijke massaslachting van 1418. Het is nog niet helemaal gelukt, helaas.

Wij richten onze schreden naar het Cambodjaanse gebouw, want daarachter is ooit het eerste medaillon aangebracht. Helaas zijn er lange tijd reparatiewerkzaamheden geweest en het enige dat wij aantreffen is dit:


Blog image

Gelukkig bevindt het medaillon aan de voorkant zich er nog in volle glorie.

Blog image
Een eindje verderop passeren wij een omlaag kijkend echtpaar dat weleens Nederlands zou kunnen zijn. Als wij achterom kijken, kijken zij ook en wij schieten allen in de lach: ze hebben hetzelfde boek bij zich als wij. Na een kort gesprek waarin wij allen de kwaliteiten van Philip Freriks de Wegwijzer prijzen, vervolgen wij onze weg, de verwachting uitsprekend elkaar wellicht nogmaals te treffen, hetgeen overigens niet zal gebeuren.

Onze wandeling ontwikkelt zich aan de hand van de leuke tekst van Philip Freriks. Hij vermeldt steeds dat het ene medaillon er wel is en helaas het volgende medaillon weer niet. Bij vele medaillons vertelt hij in een schitterende stijl allerlei wetenswaardigheden over de geschiedenis van Parijs. Er liggen helaas al weer veel minder medaillons in het Parijse plaveisel dan in de tijd dat het boek werd geschreven.

Blog image
In de wandeling zitten een aantal onmiskenbare hoogtepunten. In Parc Montsouris ligt een medaillon bij het baken Mire de Sud. Dit baken is ooit geplaatst als richtpunt voor de Meridiaan van Parijs. Het is eigenlijk een misbaken, want toen de landmeters voor het plaatsen van de medaillons weer aan het meten waren kwamen ze erachter dat de Mire 40 meter naar links had moeten staan. Daar ligt nu dan ook het medaillon, maar het baken is niet verplaatst.

Blog image
Philip Freriks vermeldt in zijn boek dat het toilet verderop het terrein door een slechtgehumeurde mevrouw wordt beheerd. Dat is helaas niet meer zo. Het slechte humeur zal geen gemis zijn, maar haar toiletbeheer wel. Bah wat een smerig hok.


Blog image
Op de sokkel van het standbeeld van Arago zijn aan voorkant en achterkant de enige twee verticale medaillons aangebracht. Tot de tweede wereldoorlog stond op de sokkel een bronzen Arago, die uitkeek over het park van de sterrenwacht. De Duitsers hebben tijdens de bezetting het standbeeld van de sokkel gezaagd om het metaal om te kunnen smelten tot kanonnen.

In het park van de sterrenwacht ligt het observatorium van Parijs, dat voor bezoek helemaal dicht is. Graag zou ik er een keer naar toe willen, want de kunst van het meten van de nulmeridiaan op Frans grondgebied staat in de vloer van een van de gangen gebeeldhouwd. Ik kom nu niet verder dan begerig door het hek heen naar het gebouw staren en een foto van Le Verrier maken.

Blog image

Op de hoek van de Avenue de L’Observatoire en de Avenue Denfert-Rochereau zijn wij getuige van de wijze waarop alle medaillons mettertijd uit het Parijse straatbeeld verdwenen zullen zijn. Aj!

In het park Luxembourg vinden we gelukkig verschillende medaillons. Aan de voorkant van het gebouw, dat zwaar bewaakt wordt, drentelen we wat rond, want voor de ingang moet er ook een liggen. Nu een tijdje komt een vriendelijke gendarme naar buiten, die ons weet te vertellen dat zoeken zinloos is, want het medaillon is er niet meer.

Blog image

Bij het Institut de France aan de Seine stoppen we er voor die dag mee. Het is ondertussen tegen vijven en de 6 kilometer hebben we wel twee keer gelopen. Op de Pont des Arts gaan we een poosje knus op een bankje zitten kijken naar alles wat er te zien is en dat is overweldigend veel. Daarna nog even shoppen, eten en terug naar het hotel. Wat kan een mens toch gelukkig zijn.

Morgen verder.