Het Zutphens Zonnestelsel

Het Zutphens Zonnestelsel

De meridiaan van Parijs (2)

BoekenPosted by HansSchipper Sat, July 14, 2018 22:10:50

Nadat wij het gedeelte van de stadswandeling langs de meridiaan van Parijs aan de hand van Philip Freriks in de Rive Gauche min of meer hebben voltooid gaan wij op Woensdagochtend 2017-08-09 extra vroeg op pad om onze missie te voltooien. Vroeg, want het weer is niet geweldig, dus je weet maar nooit of je geruime tijd moet schuilen en we willen niet zo lang doorgaan als gisteren.

We nemen dezelfde lijnen van het onvolprezen Parijse openbaar vervoer als gisteren en stappen uit op het Île de la Cité. Omdat we toch in de buurt van de Nôtre Dame zijn lopen we even over het plein om te controleren of in het plaveisel voor de kerk de plaquette er nog ligt, die het nulpunt van de Franse wegen markeert. Tot onze geruststelling wordt hiermee behoedzamer omgegaan dan met de medaillons van Arago. Wonderlijk genoeg liggen er tientallen muntjes op, hetgeen ik me van de vorige keren dat ik de plek bezocht niet kan herinneren. De rij toeristen voor de Nôtre Dame is bizar lang, zoals tegenwoordig voor alle cliché bezienswaardigheden. Men kijkt wat op het telefoontje, men fotografeert elkaar of filmt de omgeving.

Gauw ervandoor.

We moeten nog even naar de Rive Gauche voor de laatste medaillons die we daar nog niet ontdekt hebben en bewandelen hiertoe de Pont Noeuf. In de omgeving van het Institut de France heeft de dienst openbare werken van de gemeente Parijs de uiterste best gedaan: de meeste medaillons zijn verdwenen. Aan de zuidelijke Seine oever vinden we er gelukkig nog twee en dan kunnen we over de Pont des Arts naar de noordkant kuieren om verder te zoeken, bijvoorbeeld bij het Louvre.


Het Louvre is een van de initiatiefnemers geweest van het Arago-project en de medaillons binnen de muren van voormalige koninklijke paleis en op de binnenplaats worden dan ook gekoesterd.



Rondom de glazen piramide een massa mensen die het museum in willen. Wij scharrelen tussen de onafzienbare rijen wachtenden door om onze “objects de desires” te vinden. We worden verbaasd gadegeslagen, maar dat zijn we ondertussen wel gewend.


Het laatste Arago medaillon in het Louvre vinden we drie meter achter het hek van de Passage de Richelieu. Ook over Richelieu weet Philip Freriks ons het een en ander te vertellen. De hoofdstukken over Het Louvre in het boek van Philip Freriks zijn sowieso schitterend om te lezen. Alleen al om die verhalen is het boek het aanschaffen waard.


Ten Noorden van Het Louvre ligt Place Colette. Ook al is bij het metrostation het Arago-medaillon weg, de mooie Art-nouveau ingang maakt veel goed. Aan de andere kant van het plein is een stenen paal met daarop een plaquette van la méridienne verte. Dat is een ander project in verband met wiskundige aardrijskunde. Ooit is de omtrek van de Aarde gemeten aan de hand van de meridiaan die door Duinkerken en Barcelona gaat. Het veertigmiljoenste deel hiervan werd de meter, een ijzersterk product waar we nog steeds gebruik van maken. Om dit te vieren zijn op diverse punten langs deze meridiaan herkenningstekens neer gezet. Zie mijn bespreking in ….


Bij de Cour d’Honneur met daarbij de Comédie-Française zijn aantal medaillons te vinden. Over de drama-queens en -kings van de Comédie-Française schrijft Philip Freriks een vrolijk stuk. Verder naar het Noorden lopend geraken we in de buurt tussen het Gare du Nord en Place Pigalle in. In de buurt van ons hotel dus.

Aan de Chateaudun op de binnenplaats van de aanpalende annex van het ministerie van Onderwijs zou een medaillon te zien moeten zijn. Volgens briefschrijvers aan Philip Freriks lukt het alleen om daarbij te komen als de conciërge een goede bui heeft. Wij drentelen een beetje voor het hek en plotseling springt een clochard uit de bosjes die voor ons de toegangscode intypt, waarna de poort open gaat. Die ouwe stinkerd heeft het bezoek geruime tijd goed in de gaten gehouden! Wij danken de man vriendelijk, vergeten hem een fooi te geven en scharrelen onzeker naar binnen. Het is allemaal te vergeefs, want een medaillon kunnen wij niet ontdekken.

Hierna vinden we weinig meer.

Vermeldenswaardig is de Mire du Nord, die op privéterrein staat, dat strikt ontoegankelijk is. Dat kan dus helemaal niet, want de Mire de Nord hoort openbaar terrein te zijn. Philip Freriks had contact met de eigenaar en ook dat leverde weer een leuk verhaaltje op.

Voor een foto-impressie, bezoek: http://brizhell.org/meridien_de_paris.htm

Voor foto’s van de Mire du Nord: https://fr.wikipedia.org/wiki/Mire_du_Nord

Wij hebben door deze wandeling met het boek van Philip Freriks in de hand twee magnifieke dagen in Parijs gehad.

Zo verdwijnen de medaillons ... (foto Hans Schipper)





De meridiaan van Parijs (1)

BoekenPosted by HansSchipper Fri, July 13, 2018 18:04:22

Stadswandeling met het boek van Philip Freriks in de hand



Dinsdagochtend 2017-08-10 vertrekken wij op tijd van onze kamer in het Royal Mansart Hotel, 1 Rue Mansart te Parijs. We hebben een missie: het ondernemen van een stadswandeling langs het twaalf kilometer lange Arago-kunstwerk dwars door Parijs van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, dat zo schitterend is beschreven door Philip Freriks. Het boek, De Meridiaan van Parijs, hebben we aangeschaft om Parijs eens op een andere manier te doorkruisen dan langs de aloude hoofdstromen.

Het kunstwerk bestaat uit 135 koperen plaatjes in stoeptegels, traptreden en het asfalt van Parijs langs een lijn die de nulmeridiaan van de wereld had moeten worden. Op ieder plaatje staat Arago, de naam van de grote Franse wetenschapper uit de eerste helft van de 19eeeuw, die de afstand van Mallorca tot Duinkerken met grote precisie mat. Naast zijn begaafdheid voor landmeten had Arago nog vele andere talenten. Hij was een intelligente, energieke en avontuurlijke kerel, over wie ik nog eens een biografie hoop te lezen. Philip Freriks vertelt zo enthousiast over hem, dat het doet verlangen naar meer.

Alleen al van de reis, met de Metro van Station Blanche naar La Chapelle en vervolgens met de RER van Gare du Nord naar Cité Universitaire de Paris, om bij het zuidelijke begin van de wandelroute te geraken geniet ik met volle teugen. In één coupé van de Metro vind je eigenlijk zo’n beetje alle mensensoorten die de Aarde rijk is! En dan de ondergrondse wandeling van het ene station naar het andere: wat een mensenmassa, wat een diversiteit, wat een bouwwerken, wat een verkeer, wat een energie. Ik kijk mijn ogen uit.

Cité Universitaire is een oase van rust, vergeleken met de rest van de stad. Het is gesticht in de jaren twintig van de vorige eeuw om studenten van over de hele wereld die komen studeren in Parijs een tijdelijk onderkomen te verstrekken. Er zijn voor vele nationaliteiten paviljoens. Het onderliggende ideaal was het streven naar verbroedering tussen de volkeren na de vreselijke massaslachting van 1418. Het is nog niet helemaal gelukt, helaas.

Wij richten onze schreden naar het Cambodjaanse gebouw, want daarachter is ooit het eerste medaillon aangebracht. Helaas zijn er lange tijd reparatiewerkzaamheden geweest en het enige dat wij aantreffen is dit:



Gelukkig bevindt het medaillon aan de voorkant zich er nog in volle glorie.


Een eindje verderop passeren wij een omlaag kijkend echtpaar dat weleens Nederlands zou kunnen zijn. Als wij achterom kijken, kijken zij ook en wij schieten allen in de lach: ze hebben hetzelfde boek bij zich als wij. Na een kort gesprek waarin wij allen de kwaliteiten van Philip Freriks de Wegwijzer prijzen, vervolgen wij onze weg, de verwachting uitsprekend elkaar wellicht nogmaals te treffen, hetgeen overigens niet zal gebeuren.

Onze wandeling ontwikkelt zich aan de hand van de leuke tekst van Philip Freriks. Hij vermeldt steeds dat het ene medaillon er wel is en helaas het volgende medaillon weer niet. Bij vele medaillons vertelt hij in een schitterende stijl allerlei wetenswaardigheden over de geschiedenis van Parijs. Er liggen helaas al weer veel minder medaillons in het Parijse plaveisel dan in de tijd dat het boek werd geschreven.


In de wandeling zitten een aantal onmiskenbare hoogtepunten. In Parc Montsouris ligt een medaillon bij het baken Mire de Sud. Dit baken is ooit geplaatst als richtpunt voor de Meridiaan van Parijs. Het is eigenlijk een misbaken, want toen de landmeters voor het plaatsen van de medaillons weer aan het meten waren kwamen ze erachter dat de Mire 40 meter naar links had moeten staan. Daar ligt nu dan ook het medaillon, maar het baken is niet verplaatst.


Philip Freriks vermeldt in zijn boek dat het toilet verderop het terrein door een slechtgehumeurde mevrouw wordt beheerd. Dat is helaas niet meer zo. Het slechte humeur zal geen gemis zijn, maar haar toiletbeheer wel. Bah wat een smerig hok.



Op de sokkel van het standbeeld van Arago zijn aan voorkant en achterkant de enige twee verticale medaillons aangebracht. Tot de tweede wereldoorlog stond op de sokkel een bronzen Arago, die uitkeek over het park van de sterrenwacht. De Duitsers hebben tijdens de bezetting het standbeeld van de sokkel gezaagd om het metaal om te kunnen smelten tot kanonnen.

In het park van de sterrenwacht ligt het observatorium van Parijs, dat voor bezoek helemaal dicht is. Graag zou ik er een keer naar toe willen, want de kunst van het meten van de nulmeridiaan op Frans grondgebied staat in de vloer van een van de gangen gebeeldhouwd. Ik kom nu niet verder dan begerig door het hek heen naar het gebouw staren en een foto van Le Verrier maken.


Op de hoek van de Avenue de L’Observatoire en de Avenue Denfert-Rochereau zijn wij getuige van de wijze waarop alle medaillons mettertijd uit het Parijse straatbeeld verdwenen zullen zijn. Aj!

In het park Luxembourg vinden we gelukkig verschillende medaillons. Aan de voorkant van het gebouw, dat zwaar bewaakt wordt, drentelen we wat rond, want voor de ingang moet er ook een liggen. Nu een tijdje komt een vriendelijke gendarme naar buiten, die ons weet te vertellen dat zoeken zinloos is, want het medaillon is er niet meer.


Bij het Institut de France aan de Seine stoppen we er voor die dag mee. Het is ondertussen tegen vijven en de 6 kilometer hebben we wel twee keer gelopen. Op de Pont des Arts gaan we een poosje knus op een bankje zitten kijken naar alles wat er te zien is en dat is overweldigend veel. Daarna nog even shoppen, eten en terug naar het hotel. Wat kan een mens toch gelukkig zijn.

Morgen verder.



De Komeet van Halley door Isaac Asimov

BoekenPosted by HansSchipper Sun, March 19, 2017 08:45:03

Dit boek is in 1985 door Uitgeverij A.W. Bruna & Zonen uitgebracht, omdat het jaar erop voor het eerst in 76 jaar de beroemde komeet van Halley weer zal gaan verschijnen. De komeet van Halley is de beroemdste komeet en in die jaren is Isaac Asimov ’s werelds beroemdste schrijver van sciencefiction verhalen en populairwetenschappelijke boeken.

Isaac Asimov is een interessante persoonlijkheid. Hij wordt uit Joodse ouders geboren op 2 januari 1920, als in Rusland de revolutie aan de gang is. Zijn eigen naam is Isaak Judovitsj Ozimov.

In 1923 vluchten de Ozimovs naar de Verenigde Staten. Zij vestigen zich in New York en beginnen een snoepwinkel. Isaak ondervindt het pedagogische voordeel van vroeg hard moeten werken.

In de oorlogsjaren studeert Isaak Scheikunde en in 1948 verwerft hij de doctorstitel. Later wordt hij professor in de Scheikunde. Naast zijn wetenschappelijke carrière ontwikkelt hij zich tot misschien wel de meest productieve schrijver van zijn tijd. Als een natuurwetenschappelijk onderwerp in de publieke belangstelling staat levert Asimov vaak een bijdrage in de vorm van een boek en “De Komeet van Halley” is er daar één van.

De beschreven komeet is beroemd, omdat de grote astronoom Edmund Halley er in de 17e eeuw onderzoek naar doet. Hij bestudeert alle gegevens die er in vele eeuwen over zijn verzameld over kometen en vermoedt dat de komeet periodiek terugkeert. Je moet weten dat in zijn tijd mensen erg bijgelovig zijn en allerlei eigenschappen aan kometen toedichten.

De beroemdste verschijning is van 1066. De komeet duikt op in de tijd dat Willem van Normandië zijn invasie in Engeland voorbereidt. Willem kondigt meteen aan dat de komeet rampspoed voor Engeland voorspelt. De Normandische soldaten worden daar erg enthousiast en strijdlustig van. Koning Harald van Engeland heeft dan net een grote overwinning behaald op de Noormannen uit Noorwegen en hij weet niet hoe snel hij naar het Zuiden moet met zijn leger om de Noormannen uit Frankrijk het hoofd te bieden. Het Engelse leger wordt verslagen en Harald vindt de dood. In de kathedraal van Bayeux in Frankrijk hangt een reusachtig geborduurd kleed met daarop een verslag van de gevechtshandelingen. Daarop is ook de komeet van Halley te zien om te illustreren hoe die heeft geholpen bij de overwinning.

Edmund Halley moet van dit alles niks hebben en besluit te gaan meten en rekenen en dat is een wijze beslissing geweest, waar wij allen een voorbeeld aan kunnen nemen. Hij is in staat een redelijk nauwkeurige beschrijving van de baan te geven en hij voorspelt dat de komeet rond kerstmis 1758 weer zal verschijnen. Tot zijn eigen verdriet beseft hij dat hij dat zelf niet meer zal meemaken, tenzij hij 102 jaar oud wordt.

Vanaf november 1758 richt de rijke Duitse boer en amateurastronoom Johann Georg Palitzsch iedere nacht zijn telescoop op de plek aan de hemel waar ongeveer de komeet kan worden verwacht. Zijn geduld wordt beloond als hij op 25 december de eerste is die de terugkeer registreert. Het is de wetenschappelijke sensatie van het jaar, want aangetoond is dat de wetenschap formidabele voorspellingen kan doen. Edmund Halley verwerft er eeuwige roem mee. De komeet van Halley staat te boek in het officiële kometen registratiesysteem als komeet nummer één.

Naast een interessante geschiedbeschrijving van de komeet van Halley vertelt het boek ook veel over andere kometen, de wetenschappelijke analyse van de samenstelling en over de rampen die ze kunnen veroorzaken.

De uitgave leest prettig als een spannend boek. Ik heb het niet echt in één adem uitgelezen, maar wel in één avond en de avond is daarmee welbesteed geweest.



Andrea Wulf: "Chasing Venus"

BoekenPosted by HansSchipper Tue, December 27, 2016 12:13:55

Het boek vertelt het bijzondere verhaal van de eerste wereldwijde wetenschappelijke samenwerking, te midden van strijdende legers, orkanen, wetenschapsbeoefening en persoonlijke tragedie.

In 1633 wordt voor het eerst een Venusovergang waargenomen en wel door de jonge briljante Britse astronoom Jeremiah Horrocks. Hij begrijpt dat de Venusovergang kan worden gebruikt om de afstand van de Aarde tot de Zon te berekenen, maar zijn waarnemingen zijn te onnauwkeurig om een goede schatting te geven. Hij weet ook dat hij een volgende Venusovergang niet meer zal mee maken, want de volgende zal nog meer dan een eeuw op zich laten wachten. Jaren later publiceert de beroemde wetenschapper Edmund Halley een artikel waarin hij de aard van de berekeningen uiteenzet. Hij schrijft dat artikel in zijn zestigste levensjaar en ook hij zal de volgende Venusovergang niet meer mee maken. Wel doet hij een oproep aan wetenschappers in alle landen om de handen ineen te slaan zodat op vele plaatsen op Aarde de Venusovergang zal kunnen worden geobserveerd.

Op 6 juni 1761 en 3 juni 1769 gaat de planeet Venus vanaf de Aarde gezien voor de Zon langs - telkens zes uur lang zichtbaar als een kleine zwarte stip tegen het brandende gezicht van de Zon. Venusovergangen komen altijd voor in paren - acht jaar uit elkaar - maar dan duurt het meer dan een eeuw voordat ze weer worden gezien. In de zestiger jaren van de achttiende eeuw raakt de wetenschappelijke wereld geëlektrificeerd door het besef dat nu het moment daar is om voor het eerst de afstand tussen de planeten in ons zonnestelsel te berekenen. Men weet dat vanaf vele plaatsen op de wereld nauwkeurige waarnemingen gedaan moeten worden om de gegevens te verzamelen voor de goniometrische berekeningen.

Honderden astronomen uit de Europese landen en de Noord-Amerikaanse koloniën worden uitgezonden over de hele wereld om het zeldzame hemelse verschijnsel te observeren. In een tijd waarin Europa en groot deel van de rest van de wereld verscheurd worden door oorlog, overwint deze queeste politieke, geografische en intellectuele grenzen.

Chasing Venus wordt verteld als een race over de hele wereld. Het is rijk aan verhalen vol obsessies, piraten, plagen, astronomen, politici en wetenschappers. Catharina de Grote treedt erin op en ook Benjamin Franklin. Het barst van de actie, prachtig detail en wetenschappelijke opwinding. De geest van de Verlichting is uit de fles en de zoektocht van de mens om de wereld te begrijpen ontplooit zich in volle heftigheid.

Het boek is ook in Nederland uitgegeven: Andrea Wulf, Venus achterna. De zoektocht naar de omvang van het heelal

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2012; ISBN: 9789025369415

Een uitgebreide recensie is te vinden op:

http://actahistorica.nl/recensies/venus-achterna-de-zoektocht-naar-de-omvang-van-het-heelal-andrea-wulf/

Bekijk de schrijfster op youtube: https://www.youtube.com/watch?v=4YGycD55Bjg





Mensen op Mars door Joris van Casteren

BoekenPosted by HansSchipper Tue, December 20, 2016 22:13:53

Toen ik een jongen van een jaar of acht was volgde ik in Het Vrije Volk de strip Flits Gordon. Dat was een vertaling van de Amerikaanse comic Flash Gordon, een van de meest succesvolle striphelden aller tijden, die zijn eerste spannende avontuur beleefde in 1934 en waarvan in 2007 nog een televisieserie werd gemaakt.

Die Flits was me er eentje. Hij maakte duizelingwekkende interplanetaire reizen en beleefde daarbij zelden een saai moment. Een van de series was Flits Gordon’s trip naar Mars. Op deze planeet treft hij Marswezens aan - gelukkig maar, want alleen maar keien en zand, zoals het echt is, daar kun je geen verkoopbaar stripboek mee vullen. Hieronder zie je een aflevering die ik op internet terugvond. Ik koester warme herinneringen aan Flits en met mij een hele generatie striplezers.

Zo makkelijk als het voor Flits was om eventjes naar Mars te reizen, zo moeilijk is het in werkelijkheid. In het voorjaar van 2015 hadden wij op Het Baudartius College mevrouw Artemis Westenberg op bezoek die ons middels een interessante lezing vertelde hoe zwaar een reis naar Mars wel is.

De reis duurt zeker zeven maanden. Wie op televisie de terugkeer van André Kuipers na zijn laatste verblijf van zes maanden in de ruimte heeft gezien weet wat voor een impact gewichtsloosheid op het menselijk lichaam heeft. André Kuipers is een sterke man, maar na terugkeer op Aarde werd hij als een slappe doek uit de Soyuz gehesen.

Wie dus naar Mars reist, arriveert daar in eenzelfde toestand als André bij terugkeer op Aarde, maar moet vervolgens nog daar van alles gaan doen. En Mars is een levensgevaarlijke omgeving zonder natuur, zonder zuurstof, zonder stromend water en met heel veel radioactieve straling.

Toch heeft een grote groep mensen het zich in het hoofd gezet dat emigratie naar Mars een voor de mensheid onontkoombaar noodlot is. De journalist Joris van Casteren beschrijft in zijn boek Mensen op Mars deze groep utopisten.

Twee Nederlandse ingenieurs hebben een plan bedacht dat het mogelijk zou moeten maken om vanaf 2027 vier mensen op Mars te laten wonen. Daarna zou dit viertal iedere twee jaar met vier nieuwe pioniers worden versterkt. De reis is definitief, want terugkeer naar de Aarde is technisch nog niet mogelijk. Dat laatste zou ik zelf erg onaantrekkelijk vinden, maar daar wordt door anderen anders over gedacht. Meer dan 200 000 mensen van over de hele wereld gaven zich op om mee te doen. Na verschillende selectierondes bleven er daarvan minder dan 100 over, die stevig hebben moeten studeren en ook een behoorlijk inschrijfgeld hebben moeten betalen om zo ver te komen.

Van dat inschrijfgeld kan het natuurlijk allemaal niet bekostigd worden. De bedenkers schatten de kosten op zes miljard. Dat willen ze bij elkaar brengen met een soort van Big Brother televisieprogramma. Sceptici schatten de kosten op het tienvoudige.

In een lichte, ironische, stijl beschrijft Joris van Casteren de hele organisatie van het project maar vooral ook de mensen die zich hebben aangemeld. Het boek is erg goed geschreven. Ik heb het in vier dagen uitgelezen. Een aanrader.