Het Zutphens Zonnestelsel

Het Zutphens Zonnestelsel

Le Verrier

HeldenPosted by HansSchipper Wed, July 11, 2018 21:40:10

Er is jarenlang discussie geweest over de vraag of, in de onmiddellijke nabijheid van de zon, een andere planeet zou kunnen bestaan, nog dichter bij dan Mercurius. De vraag leefde sterk aan het eind van de 19e eeuw. Men ging er zelfs een tijdlang vanuit dat er een planeet was en er werd ook al een naam bedacht: Vulcanus. Het is nogal heet dichtbij de Zon, vandaar, maar dat snapte u al. Men sprak over een intra-mercuriaanse planeet en dat is een term die zo indrukwekkend is, dat je alleen daarvoor al zou hopen dat hij bestaat.

De reden voor de veronderstelling was dat er observaties werden gedaan waar een verklaring voor moest worden gevonden. Er was een verschil tussen de waargenomen baan en de berekende baan.

In de 19e eeuw was de Franse astronoom Le Verrier succesvol geweest in het voorspellen van het bestaan van de planeet Uranus. Op basis van kleine afwijkingen in de baan van Uranus sloeg hij aan het rekenen en op grond van zijn berekeningen wees hij de plek aan waar volgens hem een nog onontdekte planeet zich zou kunnen bevinden. Hij vroeg observatietijd aan in Parijs, maar daar werd hij genegeerd. Hij schreef een brief naar het observatorium van Berlijn, waar de uitstekende observator Johann Galle enthousiast reageerde en het voor elkaar kreeg dat hij op het geschikte tijdstip door een goede telescoop mocht gaan kijken. Tot grote opwinding van de internationale wetenschappelijke wereld werd er inderdaad een planeet waargenomen, die later Neptunus werd gedoopt.

Johann Galle

Van de berekeningen van Le Verrier is in latere tijd wel het een en ander afgedongen, maar zijn naam is toch maar mooi voor altijd aan die ontdekking gekoppeld. Onderstaande foto heb ik in 2017 tijdens een stadswandeling in Parijs genomen van het Observatoire. Le Verrier staat trots op zijn sokkel voor de ingang.

Le Verrier (foto Hans Schipper 2017)

Over de persoonlijkheid van Le Verrier valt wel het een en ander op te merken. Sir Patrick Moore schrijft in zijn interessante boek “Moore on Mercury”: Een van de belangrijkste Franse astronomen van de negentiende eeuw verheugde zich in de naam van Urbain Jean Joseph Le Verrier. Over zijn genialiteit was er geen twijfel, hij was een van de beste wiskundigen van de tijd, en hoewel in de eerste plaats een astronoom was hij ook verantwoordelijk voor het opzetten van de Franse meteorologische dienst. Naar verluidt was hij ook de grofste man die ooit geleefd heeft, en op een bepaald moment in zijn carrière werd hij ontslagen als directeur van het Observatorium van Parijs vanwege zijn "prikkelbaarheid", hoewel hij weer in dienst werd genomen toen zijn opvolger, Delaunay, verdronk in een bizar bootongeluk. Een collega van Le Verrier zei over hem: "Hoewel hij misschien niet de meest afschuwelijke man in Frankrijk was, was hij zeker de meest verafschuwde".

Aan de ontdekking van Neptunus ontleende hij een behoorlijk gezag en dat gezag wierp hij in de strijd bij de discussie over het bestaan van nog een planeet, nu tussen Mercurius en de Zon in. Zijn wiskundige werkzaamheden met betrekking tot de analyse van de beweging van Mercurius, leveren bewijs voor een klein verschil tussen de waargenomen en de berekende positie. Le Verrier geloofde deze afwijking te kunnen toewijzen aan verstoringen veroorzaakt door een of twee planeten, zeer kleine, die tussen de Zon en Mercurius in draaiden. Dat geloof is niet zo vreemd: bij Neptunus had het ook gewerkt.

Dergelijke hemellichamen moeten zichtbaar zijn in de onmiddellijke nabijheid van Zon, voor zonsopgang of na zonsondergang, zoals bij Mercurius en Venus. Maar als je bedenkt dat Mercurius al moeilijk te zien is in het schemerlicht, dan zal een planeet nog dichter bij de zon en van kleinere omvang, bijna niet te onderscheiden zijn. Echter, bewijs kan op nog twee andere manieren worden geleverd. Ten eerste tijdens een totale zonsverduistering, die toestaat, dankzij de tijdelijk optredende schijn-nacht, zijn directe omgeving af te speuren, waar dan zelfs zeer zwakke sterren gespot kunnen worden. Ten tweede zou, door de combinatie van de beweging met de onze, de veronderstelde planeet zich op gezette tijden als een klein zwart puntje over de zonneschijf schuiven, zoals het geval is met Mercurius en Venus.

De verkenning van de buitenwijken van de Zon is altijd zonder succes gebleven. Daarentegen worden van tijd tot tijd passages van kleine hemellichamen voor de zon geregistreerd. Hoewel deze twee soorten bevindingen onverzoenlijk zijn, werd van de tweede veel gewag gemaakt, vanwege haar positieve karakter.

De meest opvallende van deze passages blijkt te zijn waargenomen door een astronomie amateur, Dr. Lescarbault, op 28 maart 1859. Le Verrier nam deze waarneming zeer serieus en hij reisde af naar de woonplaats van de dorpsdokter.

Sir Patrick Moore schrijft hierover: Het moet een vreemd interview zijn geweest. Lescarbault was dorpsarts en werd duidelijk overdonderd door zijn beroemde bezoeker, vooral na de opening van Le Verrier: "Het is dan u, mijnheer, die doet alsof u de intra-mercuriaanse planeet hebt geobserveerd, en de ernstige overtreding hebt begaan om uw observatie negen maanden geheim te houden. Ik waarschuw u dat ik hier ben gekomen met de bedoeling recht te doen aan uw pretenties en te laten zien dat u oneerlijk of bedrogen bent geweest.” Het was geen veelbelovend begin. Daar kwam nog bij dat Lescarbault slechts een kleine telescoop had. Bovendien gebruikte hij als tijdwaarnemer een horloge dat een van zijn wijzers was kwijtgeraakt. Aangezien hij bijkluste als de lokale timmerman schreef hij om zijn waarnemingen vast te leggen met potlood op planken van hout. Als hij ze niet meer nodig had schuurde ze af. Er was kennelijk een papier tekort. Niets was meer bizar geweest.

Gezien dit alles lijkt het ongelooflijk dat Le Verrier de dokter serieus nam - maar hij deed het wel, en ging weg in de overtuiging dat Lescarbault echt een planeet in transit had gezien. Hij werkte een voorlopige baan uit, volgens welke de planeet in een periode van 19 dagen 17 uur op een gemiddelde afstand van 21.000.000 km rond de Zon bewoog. De grootst mogelijke elongatie vanaf de zon, gezien vanaf de Aarde, was slechts 8 graden.

Le Verrier was ervan overtuigd dat de theoretische conclusies die hij had geformuleerd werden bevestigd en hij begon alle observaties van dit genre te analyseren die hij kon verzamelen. Een vijftigtal gevallen aldus verzameld bleken twijfelachtig of onvoldoende gedefinieerd. Slechts zes die zich hebben voorgedaan in 1802, 1819, 1839, 1849, 1850 in 1861, boeiden hem, omdat hij dacht dat hij ze naar hetzelfde hemellichaam kon terugbrengen.Uitgaande van de berekende baan werd een passage voorlangs de zon voorspeld op 22 maart 1877: tevergeefs hielden astronomen van over de hele wereld de wacht op die bewuste dag …

Niets is verschenen dat het bestaan van de vermeende planeet bevestigd. Na Le Verrier’s dood raakte Vulcanus in de vergetelheid.

In 1915 publiceerde Albert Einstein zijn Algemene Relativiteitstheorie. Hiermee kon het verschil tussen waarneming en berekening aan de baan van Mercurius worden verklaard. Vulcanus was overbodig geworden.

Wat blijft is het trotse standbeeld voor het observatorium van Parijs.

Le Verrier (foto Hans Schipper 2017)





Thomas Pesquet

HeldenPosted by HansSchipper Sun, June 04, 2017 06:22:14

Nederland heeft zijn troetelastronaut in de persoon van de immens populaire André Kuipers. Ook in Frankrijk wordt de ruimtevaartwetenschap gediend door een knappe kerel: Thomas Pesquet. Op vrijdag 2 juni 2017 keert hij in het gezelschap van zijn Russische collega Oleg Novitsky terug op Aarde na een verblijf van zes maanden in het Internationale Ruimtestation ISS. Zo lang in de ruimte verblijven is een stevige fysieke en psychische prestatie! De terugkeer alleen al is erg spannend. De terugreis in de Soyuz MS-03 neemt vier uur in beslag en op vrijdagmiddag 2 juni om 16h10 landt de capsule aan een parachute in de steppe van Kazachstan.

Tijdens zijn Proxima missie in het ISS voert Pesquet daar afgelopen half jaar 60 experimenten uit en in dat kader breekt hij een record door in één week tijds het meest aan wetenschap te doen.


Het is interessant om eens na te gaan wat iemand allemaal moet doen om zo hoog te komen. Thomas Pesquet wordt op 27 februari 1978 geboren in Rouen, Frankrijk. Hij is in het bezit van een zwarte band voor judo. Eventuele aliens moeten met hem oppassen! In zijn jeugd heeft hij zich bekwaamd in basketbal, joggen, zwemmen, squash en buitensporten, zoals mountainbiken, kitesurfen, zeilen, skiën en bergbeklimmen. Hij heeft ook uitgebreide ervaring in duiken en skydiving. Zijn andere interesses zijn onder meer: ​​reizen, saxofoon spelen en lezen. Ik kan me voorstellen dat je dit niet persé allemáál hoeft te doen, maar het gaat er natuurlijk om dat je fysiek in topconditie verkeert.

Goed leren op de middelbare school kan Thomas ook: in 1998 studeert hij af aan het Lycée Pierre Corneille in Rouen. Daar heeft hij in een speciale klas voor toptalenten gezeten.

In 2001 behaalt hij zijn Master van de École Nationale Supérieure de l'Aéronautique et de l'Espace in Toulouse, met als hoofdvak Ontwerp en Controle van Ruimtevaartuigen. Zijn laatste jaar als student brengt hij door als uitwisselingsstudent in Canada aan de École Polytechnique de Montréal, Canada.

Thomas studeert in 2006 af aan de Air France Flight School. Daarmee behaalt hij een zeer hoog pilotendiploma.

Thomas is lid van de Franse Aeronautics and Astronautics Association (3AF) en van het American Institute of Aeronautics and Astronautics (AIAA).

Van april tot september 2001 is Thomas een stagiair ingenieur bij Thales Alenia Space in Cannes, waar hij een design tool ontwikkelt voor satellietsystemen. Vanaf oktober 2001 werkt hij als ruimtevaartdynamiek ingenieur in Madrid. Tussen 2002 en 2004 is Thomas aan de slag bij het Franse ruimtebureau, CNES, als onderzoeksingenieur. Vanaf eind 2002 was hij voor dit bureau een vertegenwoordiger bij het Raadgevend Comité voor Space Data Systems.

In zijn vrije tijd was Thomas privé-piloot. Mede daardoor wordt hij in 2004 geselecteerd voor Air France's vluchtopleidingsprogramma. Hij wordt een commerciële piloot voor de luchtvaartmaatschappij, waar hij in 2006 de Airbus A320 begint te vliegen. Na meer dan 2300 vlieguren op commerciële vliegtuigen te zijn geweest, wordt hij onder andere instructeur.

ESA selecteert Thomas in mei 2009 om astronaut te worden. In november 2010 sluit hij zijn basisopleiding af. Na afstuderen werkt hij bij het mission control center als een Eurocom, die communiceert met astronauten tijdens ruimtereizen. Hij is dan ook verantwoordelijk voor toekomstige projecten in het European Astronaut Centre, waaronder samenwerking met nieuwe partners zoals China.

Om klaar te zijn voor een ruimtemissie, krijg hij verdere technische en operationele training in Europa, in Rusland en in de VS: op het Russische Soyuz-ruimtevaartuig, op de Amerikaanse en Russische ruimtestoelen, en op ruimtestationsystemen. Hij neemt deel aan exploratie trainingen waaronder ondergronds en onderwater wonen en werken.

Op 17 maart 2014 wordt Thomas toegewezen aan een langdurige missie op het International Space Station. Hij vliegt op 17 november 2016 naar het International Space Station voor zijn zes maanden durende Proxima-missie als vluchtingenieur voor Expedities 50 en 51.


Voor meer informatie: http://thomaspesquet.esa.int





Konstantin Tsiolkovsky

HeldenPosted by HansSchipper Sat, February 11, 2017 20:55:54

Het onderwerp van deze blog is één van die bijzondere mensen die vanuit een schijnbaar kansloze startpositie hun leven tot een groot succes weten te maken. Konstantin Tsiolkovsky wordt geboren in 1857 en groeit met zijn 17 broers en zussen op in een afgelegen provincie van het tsaristische Rusland. Zijn vader, Edward Ciołkowskia, is een Poolse orthodoxe priester die als gevolg van zijn politieke activiteiten naar een afgelegen gebied in Rusland gedeporteerd wordt. Edward russificeert zijn naam en trouwt met een ontwikkelde Tartaarse vrouw, waarna een serie kinderen ter wereld komt waarvan Konstantin de vijfde is. Op zijn negende wordt Konstantin het slachtoffer van roodvonk en hij overleeft nauwelijks. Eenmaal hersteld blijft hij vrijwel doof. Als gevolg van zijn gehoorprobleem leert hij weinig op de basisschool en al snel loopt hij achter in ontwikkeling bij zijn leeftijdsgenoten. Als hij dertien jaar oud is sterft zijn moeder, die ieder jaar een kind heeft moeten baren! Op zijn veertiende mag hij van school. De armoede van zijn familie verhindert hem vooruit te komen in de wereld.

Tot nu toe is het een grimmig verhaal van armoede en eenzaamheid. Maar hij weet het te doorbreken. Als hij zestien is mag hij van zijn ouders naar Moskou. Daar is hij vaak te vinden in de Tsjertkovskaja bibliotheek, waar hij urenlang leest en belangstelling opvat voor exacte vakken en klassieke literatuur. Hij is nog steeds minvermogend, maar hij heeft de zelfstudie ontdekt om zich te ontwikkelen. Later zal hij dankzij de zelfstudie een inkomen weten te verweven als hij zijn zelfstandig opgedane kennis weet te gebruiken voor het behalen van een onderwijzersdiploma.

Door contact met een bibliotheekmedewerker, Fyodorov, begint hij na te denken over de mogelijkheid van het reizen in de interplanetaire ruimte. Bijzonder eigenlijk dat die interesse voor ruimtevaart ontstaat, ergens in dat onmetelijk grote vooral agrarische Rusland, in 1873 als het grootste deel van de mensheid zich voornamelijk druk maakt over de vraag of er morgen nog wel te eten is. Het heeft toch een logica, want bibliotheekmedewerker Fyodorov is een vooruitgangsfilosoof die gelooft dat technologische progressie de mensheid uiteindelijk zal bevrijden van het juk van de armoede. Het zal de mensheid ooit zo goed gaan, meent hij te weten, dat niemand meer zal overlijden. Als gevolg van overbevolking zullen de mensen andere planeten gaan koloniseren.

Geïnspireerd door de wilde ideeën van Fyodorov en ook door de boeken van Jules Verne, begint Tsiolkovsky de wetenschap uit te vinden die nodig is om de mens te buiten de zwaartekracht van de Aarde te brengen.
Tsiolkovsky schrijft enkele van de eerste wetenschappelijke werken over ruimtevaart, met inbegrip van het klassieke werk “Verkenning van de ruimte door middel van een Reactief Apparaat (1896)”. In 1898 leidt hij de basisformule af die bepaalt hoe raketten moeten worden gebouwd: de raket vergelijking. Deze formule werd voor het eerst gepubliceerd in 1903, een paar maanden voor de historische vlucht van de gebroeders Wright. De formule is samen met vele andere baanbrekende ideeën van Tsilokovsky over ruimtevlucht opgenomen in een artikel genaamd "Het onderzoeken van de ruimte met raketten" in het Russische wetenschappelijke tijdschrift Nauchnoye Obozreniye. Helaas staat er in dezelfde aflevering ook een politieke revolutionair stuk en dat leidt tot inbeslagname door de tsaristische autoriteiten. Het zal jaren duren voordat het nieuws van zijn werk zich verspreidt naar het Westen. Dat gebeurt uiteindelijk wel: er bestaat een door Werner von Braun persoonlijk van aantekeningen voorzien exemplaar!

Weinig tijdgenoten begrijpen Tsiolkovsky’s werk. Vandaag de dag zijn de basisconcepten achter de ruimtevaart zoals meertrapsraket, baansnelheid en gecomprimeerde vloeibare brandstoffen wijd en zijd bekend maar aan het begin van de twintigste eeuw klonken ze fantastisch, onwaarschijnlijk en onbegrijpelijk in de oren van internationale wetenschappers. Tsiolkovsky stopt niet bij voorstellen voor ruimtevaart en het funderen van raketwetenschap. Hij komt ook met geavanceerde ideeën voor de controle van de raket op afstand, koeling van het verbrandingssysteem en het pompen van brandstof uit opslagtanks naar de verbrandingskamer.

Zijn buren beschouwen de dove en mompelende onderwijzer als een excentrieke buitenstaander. Maar deze excentriekeling blijft op de proppen komen met briljante ideeën, waarvan sommige nog steeds hun tijd vooruit zijn. In 1895 raakt hij door de Eiffeltoren geïnspireerd tot het ontwerpen van een duizenden kilometer hoge toren bekroond met een “hemelse lanceerinrichting" waaruit objecten direct in de ruimte gelanceerd zouden moeten worden. Het is het eerste ontwerp van een ruimtelift. In de jaren twintig, als de wetenschappers van de nieuwe Sovjet-Unie beginnen te beseffen hoe innovatief Tsiolkovsky's ideeën zijn, peinst hij over duurzame verblijfplaatsen in de ruimte en galactische kolonisatie.

Tegenwoordig wordt Konstantin Tsiolkovsky beschouwd als de vader van de Russische ruimtevaart. De Spoetnik wordt gelanceerd op zijn honderdste verjaardag. Sovjet-propagandisten bouwen vele standbeelden en monumenten voor Tsiolkovsky maar het grootste eerbetoon aan zijn intellectuele erfenis (afgezien natuurlijk van de ruimteprogramma’s die ontstonden uit zijn ideeën) wordt gezien door maar een paar mensen ... Het meest opvallende kenmerk aan de achterkant van de maan is naar hem vernoemd: de Tsiolkovsky krater.



Ruimtevaartpionier: Yuriy Kondratyuk (2)

HeldenPosted by HansSchipper Mon, December 05, 2016 20:00:21

Shargey raakt gedeprimeerd van het leven met een geleende naam. Die geleende naam speelt hem ook echt parten. In 1933 vindt er een ontmoeting plaats in Moskou met Korolev. De man die later beroemd zal worden als Chef Ontwerper van het Russische ruimtevaartprogramma zoekt voor zijn raket research-groep GIRD een briljante ingenieur en theoreticus om in de plaats te treden van Friedrich Zander die later dat jaar zal overlijden.

Maar de ontmoeting leidt niet tot een resultaat, vooral omdat Kondratyuk bang is dat zijn echte identiteit aan de oppervlakte zal komen door de veiligheidsscreening voorafgaand aan zijn indiensttreding als stafmedewerker.

In het begin van de Tweede Wereldoorlog, in juni 1941, sluit Kondratyuk zich als vrijwilliger aan bij het Sovjetleger. Hij sneuvelt, volgens de officiële versie, eind 1941 of vroeg in 1942. De precieze omstandigheden van zijn dood zijn onbekend en er is veel over gespeculeerd. Omdat geen lichaam is geïdentificeerd, is weleens geopperd dat hij de Sovjet Unie ontvlucht is en dat het hem uiteindelijk gelukt is naar de Verenigde Staten te ontkomen. Daar zou hij dan zijn gaan werken aan het Amerikaanse ruimtevaartprogramma, onder weer een andere identiteit. Er is geen bewijs voor dit soort claims.

Het wetenschappelijke erfgoed van Olexander Shargey, zijn opmerkelijke talent en zijn geniale voorspellingen, zijn echt fascinerend. Zonder dat hij het werk van Tsiolkovsky en Tsander kent (de grondleggers van de ruimtevaartwetenschap), komt hij onafhankelijk tot resultaten. Zijn nieuwe aanpak is: de kern van het probleem isoleren en daar dan een oplossing voor vinden. Zo ontwerpt hij bijvoorbeeld het systeem van koeling met brandstofcomponenten, evenals het om en om plaatsen van de injectiegaten voor de brandstof en het oxidatiemiddel in de kamer van de motor. Hij bedenkt het meerlagig hitteschild dat tegenwoordig in de Russische ruimtevaart nog steeds gebruikt wordt. Hij formuleert de principes waar de gewichtsverdeling van de raket aan moet voldoen.

Hij werkt als eerste schema’s uit voor de controlesystemen van de draagraket. Hij benadrukt het belang van veiligheidsmaatregelen voor de astronauten op het stijgende en vooral het dalende deel van het traject. Hij bedenkt eenvoudige en betrouwbare zetels voor astronauten, evenals een thermisch beschermingssysteem voor de dalende module en de parachute landing. Al deze ideeën zijn verwerkt in de controlesystemen van de huidige ruimtevaartprogramma’s van zowel Rusland als de Verenigde Staten. Kondratyuk’s grote verdienste voor de ruimtevaartmethodes is dat hij voorstelt om bij een reis naar de Maan gebruik te maken van een tussenstation die zich in een baan rond de Maan bevindt. Hij legt er de nadruk op dat om af te dalen naar het maanoppervlak het wenselijk is een speciale landingsmodule te gebruiken die wordt gescheiden van het tussenstation en er later weer naar terug keert. Die strategie is ook echt gebruikt in het Apollo programma!

Kondratyuk stelt het vluchtschema op voor de raket in het Aardmagnetisch veld. Hij stelt twee vliegtrajecten voor: (1) de raket vlieg verticaal van de Aarde weg; (2) de raket accelereert langs een spiraalvormige weg. De gedetailleerde analyse van deze twee scenario’s brengt hem tot de conclusie dat de meest optimale benadering is gebruik te maken van het zogenaamde “ontsnaptraject” – de cirkel die zich ontwikkelt tot langgerekte ellipsen.

Bij leven is Olexander Shargey zijn tijd ver vooruit, maar de twee wereldoorlogen en de verschrikkingen van het Stalin-regime staan hem niet toe zijn briljante ideeën tot uitvoering te brengen.

Zijn naam wordt geëerd in Oekraïne met een aan hem gewijd museum in Poltava, dat boeken en films produceert, maar ook met gedenktekens in plaatsen waar hij heeft gewoond.





Ruimtevaartpionier: Yuriy Kondratyuk (1)

HeldenPosted by HansSchipper Sun, December 04, 2016 21:17:27

Als een eeuw geleden een groot deel van de mensheid vooral bezig is met overleven in plaats van met leven, vinden een aantal genieën, te midden van de Aardse ellende, de ruimtevaart uit.


Eén van hen is zonder meer Olexander Shargey. Hij wordt geboren in Poltava (Oekraïne) op 21 juni 1897 in het gezin van Hnat Shargey, een student aan de Universiteit van Kiev en zijn vrouw, Lyudmyla. Beide ouders zijn hoogopgeleid en houden veel van hun kind. Zijn moeder is sociaal geëngageerd en wordt om die reden opgesloten in een psychiatrische inrichting waar ze in 1903 komt te overlijden. Zijn vader sterft enkele jaren later. Als gevolg hiervan neemt Olexanders grootmoeder vanaf 1910 de opvoeding ter hand.

Vanaf zijn middelbare schooljaren begint de jongen te dromen van interplanetaire reizen om het zonnestelsel te bestuderen. Wat daarbij goed te pas komt zijn “zijn verbazingwekkende inzichten in wiskunde en andere exacte wetenschappen” zoals een van zijn leraren schrijft. Vele jaren later schrijft Olexander Shargey aan collega-wetenschapper Tsiolkovsky: “Ik heb aan het probleem van interplanetaire communicatie gewerkt vanaf mijn zestiende jaar. Sindsdien heb ik begrepen dat reizen vanaf de Aarde mogelijk is. De taak dit te bereiken is het doel van mijn leven geworden.” Nog maar net 17 jaar oud, stelt hij een ruimtevaartschema voor (later genoemd “de Kondratyuk route” of “de Kondratyuk loop”) dat 60 jaar later door de Amerikanen zal worden gebruikt voor zowel onbemande ruimtevluchtenals voor de bemande reizen naar de maan.

Zijn leven is bijzonder moeilijk. In 1916 gaat Shargey Mechanica studeren aan Het Petrograd Polytechnisch Instituut. Maar de eerste wereldoorlog is aan de gang: hij wordt gemobiliseerd in het leger en naar het front gestuurd. Voordat dit gebeurt lukt het hem zijn werk af te maken, waarin hij aantoont dat het mogelijk is de zwaartekracht te overwinnen door middel van een raket met straalmotor. Hij heeft de raket ook ontworpen. Daarnaast bestudeert hij vluchtroutes van de Aarde naar de Maan en andere planeten van het zonnestelsel.

Yuriy Kondratyuk (Olexander Shargey) (1897 – 1942)

Shargey rondt zijn eerste wetenschappelijke werk af op 25 maart 1917 en in de herfst van 1919, schrijft hij zijn tweede werk onder de originele titel: “Aan Hen Die Dit Lezen Om Te Kunnen Bouwen”. Hierin beschrijft hij het project van de ruimtereizen waarvan hij droomt. Het werk bevat een aantal wetenschappelijke vooruitzichten in het ruimtevaarttijdperk, maar helaas wordt het pas gepubliceerd in 1964. Hetzelfde lot is een ander uitstekend werk van Shargey “Verovering van de interplanetaire ruimte” bespaard gebleven. Ondanks het feit dat in het voorwoord de beroemd wetenschapper V.P. Vetchinkin het werk van Shargey hoog opgeeft over Shargey’s werk, wordt het om onduidelijke redenen niet gepubliceerd. Shargey publiceert het 72 bladzijden lange werk in 1929 dan maar zelf in een oplage van 2000 exemplaren, op eigen kosten.


Als gevolg van de tragische gebeurtenissen van de burgeroorlog wordt Olexander Shargey gedwongen zijn naam te veranderen. Twee keer wordt hij gedwongen dienst te nemen in het witte Leger om te vechten tegen de Bolsjewieken. Het is gevaarlijk om zijn echte naam te voeren, omdat de Bolsjewieken hard afrekenen met tegenstanders. Het lukt zijn schoonmoeder om valse identiteitspapieren te pakken te krijgen, onder de naam van Yuri Kondratyuk (geboren in 1900 en overleden aan T.B.C. op 1 maart 1921). Shargey verzet zich lange tijd tegen deze identiteitsverandering, maar hij moet ten slotte toegeven dat het de enige manier is om zijn leven te redden, alsmede dat van familieleden. Hij volgt ook om veiligheidsredenen het advies op om van zijn geboortegrond in Oekraïne te verhuizen naar de Siberische stad Novosibirsk.

Daar, in Novosibirsk, schrijft hij in 1929 zijn beroemde werk, “Verovering van de Interplanetaire Ruimte”. Hij gebruikt zijn ingenieursgenie ook voor meer Aardse, lokale problemen. Kondratyuk ontwerpt een reusachtige graansilo, bijgenaamd “Mastodon”, die gebouwd wordt onder zijn leiding in 1930. Er is niet een spijker in verwerkt, omdat metaal destijds in Siberië nauwelijks te krijgen is. Helaas gebruiken kwaadwilligen het ontbreken van spijkers in de constructie als bewijs dat hij de constructie wil laten instorten. Beschuldigd van anti-Sovjet activiteiten, wordt Kondratyuk veroordeeld tot drie jaar gevangenis. Alleen het persoonlijk ingrijpen van Sergo Ordzhonikidze, toenmalig Minister voor Zware Industrie, voorkomt Kondratyuk’s gevangenschap. De reden dat de minister hem beschermt is dat Kondratyuk een prijsvraag voor een elektrische windturbine heeft gewonnen.

Wordt vervolgd



Op bezoek in de Zacharias Jansenstraat

HeldenPosted by HansSchipper Fri, December 02, 2016 16:18:38

Als ik in de zomer van 2016 ga kamperen op mijn geliefde schiereiland Walcheren, neem ik mij voor van de gelegenheid gebruik te maken sporen te zoeken die twee Zeeuwse beroemdheden uit de Nederlandse sterrenkunde er mogelijk hebben achtergelaten. De hoofdstad van Zeeland, Middelburg, is immers ooit de woonstede geweest van twee personen die claimden de telescoop te hebben uitgevonden, Hans Lipperhey en Zacharias Jansen. Het valt niet meer met zekerheid te zeggen wie van de twee de echte uitvinder is, maar het wordt zeer waarschijnlijk geacht dat de uitvinding in Middelburg gedaan is.

Rond 1600 zijn beiden brillenslijper, een beroep dat in die tijd enorm in opkomst is. Hans Lipperhey is een uit Duitsland met zijn gezin naar Zeeland gevluchte protestant. Hij staat bekend als een toonbeeld van correctheid. Het verhaal gaat dat zijn kinderen op een dag, in hun spel met twee door Hans vervaardigde lenzen, deze bij toeval achter elkaar houden en dan plotseling het topje van de kerktoren van dichtbij zien. Dit is waarschijnlijk een achteraf door een fantasierijke geschiedschrijver verzonnen verhaal, maar wel leuk.

In 1608 doet Lipprhey een patentaanvraag bij de Staten-Generaal op de door hem vervaardigde kijker. Prins Maurits kan met de kijker vanaf de toren bij de Ridderzaal objecten in Leiden nauwkeurig bekijken. Lipperhey beschouwt de kijker in de eerste plaats als een apparaat waarmee vijandelijke legers kunnen worden bespioneerd. Prins Maurits is legerleider en hij kan de kijker goed gebruiken.

Na Lipperhey dienen nog twee personen een claim in: Metius uit Alkmaar en Zacharias Jansen uit Middelburg. Na veel gesteggel besluiten de Staten-Generaal maanden later om Hans Lipperhey geen patent te verlenen, omdat er te veel onduidelijkheid is.

De geschiedschrijvers geven in eerste instantie Zacharias Jansen alle credits. Dat is misschien de reden dat er zo veel meer straten in Nederland naar Zacharias Jansen genoemd zijn dan naar Hans LIpperhey. Middelburg, Amsterdam, Utrecht en Den Haag kennen Zacharias Jansenstraten en alleen Zwijndrecht en Middelburg eren Hans Lipperhey. Amsterdam had ooit een Hans Lipperheystraat, maar die werd omgedoopt naar James Wattstraat. Nou gun ik James zijn straat, maar het is wel sneu voor Hans. Heeft Science Park in Amsterdam niet ergens een mooie weg die naar Hans Lipperhey vernoemd kan worden?

Ooit heeft de zoon van Zacharias Jansen onder ede verklaard dat zijn vader de uitvinder is, maar ja wat zegt dat. Rondom Zacharias Jansen hangt een zweem van onbetrouwbaarheid. Zo is hij ternauwernood aan een ter dood veroordeling voor valsemunterij ontsnapt.

Latere geschiedschrijvers zijn meer geneigd om Hans Lipperhey aan te wijzen als constructeur van de eerste telescoop.

Wie van de twee het ook geweest mag zijn, feit is dat binnen een jaar na uitvinding de kijker te koop is op een markt in Italië, waar het genie Galileo Galileï onmiddellijk het nut voor de astronomie in ziet. Hij richt een door hemzelf geconstrueerd exemplaar op Jupiter, ziet dat daar vier maantjes om heen draaien en concludeert vervolgens dat niet alles om de Aarde draait. Een revolutie in de wetenschap, waarvan de vriendelijke bescheiden Hans Lipperhey nooit heeft kunnen vermoeden dat hij er een bijdrage aan zou leveren.

Het is al weer tegen het eind van onze zonovergoten vakantie op Walcheren dat ik mij mijn minimissie herinner. Als mijn vrouw en dochters gaan shoppen in Middelburg richt ik mijn schreden, in gezelschap van mijn hond Dorus, in de richting van De Stadsschouwbrug vanwaar het niet ver lopen zou moeten zijn naar de Zacharias Jansenstraat. Mij ontbreekt moderne navigatieapparatuur, maar met vragen kom ik er ook, verwacht ik.

O.K. je komt er ook, maar wel met een omweg. Zo passeer ik onder andere de Nadorstweg, die naar ik nu op Google maps zie, enigszins uit de route van De Stadsschouwburg naar de Zacharias Jansenstraat ligt. Op zich niet erg, want ik zie in de Nadorstweg een kater oversteken en dat had ik niet graag willen missen … nee hoor, grapje.

Zacharias’ straat ligt er koninklijk bij, want de Koningin Emmastraat, de Prins Johan Frisostraat, de Prinses Margrietstraat, de Prins Mauritsstraat en de Prins Hendrikstraat komen erop uit, hetgeen een hele eer is. Er staan beelden, die best mooi zijn, maar een verwijzing naar een van de grootste uitvindingen aller tijden ooit door een Zeeuw gedaan zie ik niet.

Ik besluit op zoek te gaan naar de Hans Lipperheystraat en een passerende postbode brengt uitkomst. Er is geen Hans Lipperheystraat in haar bezorgzône, verzekert ze mij. Ze weet ook niet of er überhaupt een in Middelburg is, maar de naam Lipperhey kent ze wel, want ze heeft een cursus Astronomie voor beginners gevolgd bij de Volkssterrenwacht te Middelburg. Haar man is altijd zo gebiologeerd door de sterrenkunde en zij wilde toch eens weten wat hem zo begeestert. Sinds de cursus is ook zij een fanatiek volger van de wetenschap. Ze kan me de verwikkelingen aan het begin van de zeventiende eeuw precies duiden.

Zo’n gesprek met een postbode verwacht je toch niet, als je gaat kamperen op Walcheren!

Een bezoek aan de Hans Lipperheystraat in Middelburg staat dus nog op mijn verlanglijstje.

Verder hoop ik, in alle bescheidenheid, dat in de toekomst veel gemeenten in Nederland hem gaan eren met een weg, straat of laan en dat Middelburg de sterrenkijker tot een icoon van de stad gaat maken.







Een Vergeten Astronoom

HeldenPosted by HansSchipper Sun, November 20, 2016 13:40:42

Jeremiah Horrocks is de grondlegger van de Britse Astronomie. Toch zal zijn naam bij weinigen bekend voorkomen.

Hij leeft zijn korte leven vlak voor de rumoerige tijd van Cromwell en zijn Ironsides die middels een bloedige burgeroorlog de macht weten te grijpen in Engeland. Als gevolg van de afschuwelijke oorlogshandelingen is veel van wat er door Jeremiah is geschreven over sterrenkunde helaas verloren gegaan. We weten dat hij geboren is in een familie van klokkenmakers in het voorjaar van 1618, maar op welke dag precies is niet meer na te gaan. Bekend is dat hij op zijn veertiende aan de universiteit van Cambridge een religieuze studie begint, waar hij in 1635 mee stopt voordat hij is afgestudeerd. Een positie als priester in een Anglicaanse kerk trekt hem waarschijnlijk niet aan.

Als hij op zeventienjarige leeftijd weer thuis terug gekeerd is, neemt zijn wetenschappelijke leven als astronoom een aanvang. Overdag helpt hij in het familiebedrijf en ’s nachts gaat hij voor zijn passie: sterrenkunde. Dat hij uit een familie van klokkenmakers komt, in een tijd dat een mechanisch uurwerk hightech is, zal misschien hebben bijgedragen aan zijn wetenschappelijke belangstelling. Andersom helpt zijn familie hem bij het vervaardigen van astronomische instrumenten, zodat hun technische begaafdheid hem mede in staat stelt zijn waarnemingen met grote precisie te doen.

De telescoop is in 1608 in Middelburg door Hans Lipperhei uitgevonden en in 1635 heeft Jeremiah een van de beste ter wereld. De kwaliteit van zijn waarnemingen is zo groot dat de tabellen van Kepler en van Lansbergen grondig moeten worden herzien. Horrocks is de eerste die op grond van zijn zeer precieze waarnemingen vaststelt dat de baan van de Maan ellipsvormig is. Zijn grootste prestatie is zijn voorspelling en, samen met William Crabtree, de eerste observatie van de Transit van Venus. Hierbij trekt Venus voor de Zon langs, wat steun geeft aan het heliocentrisch wereldbeeld, dat op dat moment nog helemaal niet algemeen aanvaard is. Voor de overtuiging dat de planeten rond de Zon draaien krijgt in die tijd Galileo van de paus een leven lang huisarrest.

Jeremiah begrijpt vrij snel dat de Venus Transit ons in staat stelt om door goniometrische berekeningen de afstand van de Aarde tot de Zon vast te stellen. Om dit ook uit te voeren missen zijn waarnemingen in 1637 voldoende precisie. Pas in de jaren zestig van de 18e eeuw wordt de Venus Transit door een groot internationaal samenwerkingsverband van wetenschappers op ver uiteen gelegen plaatsen op Aarde daadwerkelijk met voldoende nauwkeurigheid opgemeten. De afstand tot de Zon wordt vastgesteld op zo’n 150 miljoen kilometer.

Sommige van Jeremiah’s publicaties zijn behouden gebleven, een onbekend aantal niet.
Op zijn tweeëntwintigste overlijdt hij, naar men vermoedt aan een hartkwaal. Bewaard zijn gebleven verdrietige brieven van familie en vrienden die hem door zijn innemende karakter zeer zijn toegedaan.

Wat Horrocks voor mij zo bijzonder maakt is dat hij in een tijd, waarin bijna iedereen de wereld probeert te begrijpen door occultisme, hekserij en allerlei ander primitivisme, hij wetenschappelijke werk verricht van hoog niveau. Wat een volstrekt andere belevingswereld heeft hij gehad dan zijn tijdgenoten!

Een eeuw later zegt Newton dat hij tot zijn geniale wetenschappelijke visie is gekomen, staande op de schouders van reuzen. Jeremiah Horrocks is een van die reuzen.

Wie meer wil lezen over deze interessante persoonlijkheid, raad ik het boek aan, waarmee ik mij in de zomer van 2016 op de camping uitstekend heb geamuseerd:

2004, Peter Aughton, The Transit of Venus: The Brief, Briljant Life of Jeremiah Horrocks, Father of British Astronomy.

Hans Schipper