Het Zutphens Zonnestelsel

Het Zutphens Zonnestelsel

De verovering van Mercurius (2)

PlanetenPosted by HansSchipper Tue, July 17, 2018 20:23:35

Van god naar wetenschap

Deze posts heten “De verovering van Mercurius” en daarin wil ik de groei van de kennis over de planeet Mercurius beschrijven door de eeuwen heen. In de loop van de geschiedenis ontstaat, naast de religieuze interpretatie, de wetenschappelijke belangstelling voor Mercurius. Het feit dat een aantal sterren, waaronder Mercurius, zich ieder op hun eigen manier langs de hemelbol bewegen was reden om ze te betitelen als Planeet. Planeet betekent zwerver. In Nederland wordt ook wel de term dwaalster gebruikt.

Tot de komst van de telescoop kunnen astronomen niet veel meer dan de aanwezigheid Van Mercurius aan de ochtend- of avondhemel registreren en de regelmatigheid ervan aantonen.

Tycho Brahe

De belangrijkste astronoom uit het tijdperk van voor de telescoop was de Deen Tycho Brahé. Van de Deense koning mocht hij een heel eiland inrichten met zijn observatie-instrumenten. Hij was van adel en zoals de grote Johan Cruijff al zei “Ieder voordeel heb zijn nadelen”. Het voordeel van edelman zijn was natuurlijk het relatief luxe leventje dat je kon leiden, maar er hoorden wel een aantal verplichte opvattingen bij zoals het duelleren om redenen van eer. In zo’n duel werd de neus van Tycho flink geraakt en dat kun je toch echt wel een nadeel noemen, zeg nou zelf. Plastische chirurgie ho maar in die tijd en Tycho moest door het leven met een namaakneus over de sneue restanten heen van wat ooit een welgevormde adellijke snuffer was. Een goede neus voor Astronomie had hij wel zijn leven lang en eigenlijk zijn alle observaties die in zijn tijd niet door hem werden onderschreven niet de moeite waarde. Zijn wetenschappelijke inzichten bleven helaas steken: hij was en bleef overtuigd van het geocentrisch wereldbeeld. Daar had hij weer niet zo’n goede neus voor.

Hans Lipperhey

Zo rond 1600 is men nog steeds druk met meten aan wat men met het blote oog ziet en ooit ben je daar natuurlijk een keer klaar mee. Hij wachten was op een doorbraak zodat de astronomen beter zouden kunnen gaan zien. Die doorbraak kwam in 1608 met de uitvinding van de telscoop door de Middelburger Hans Lipperhey. Hans realiseerde zich niet wat een geweldige wetenschappelijke uitvinding hij had gedaan, toen hij voor het eerst naar het topje van kerktoren Jange Lan keek door twee achter elkaar geplaatste lenzen. Hij begreep wel dat het een nuttig spionage-instrument zou kunnen zijn in de oorlogsvoering. Daarom ging hij ermee naar de Hollandse krijgsheer Prins Maurits die zijn leven lang druk was met het uit het land kicken van Spaanse troepen. Maurits was ervan onder de indruk en Hans diende een octrooi aanvraag in bij de Generale Staten. Allerlei boeven begonnen ook octrooiaanvragen in te dienen en Hans werd zijn felbegeerde octrooi niet verleend omdat er onduidelijk ontstond over wie de eerste echte uitvinder van de kijker was. Er stond hem niets anders te doen dan zijn beroep van brillenmaker maar weer op te pikken. Ik heb in Middelburg gezocht naar de straat die naar hem vernoemd was en daar was ik ook al niet van onder de indruk. Het straatnaambord vermeldt ook niet meer (2017) dan dat hij lenzenslijper was. Dat hij zonder het in de gaten te hebben de grootste wetenschappelijke revolutie aller tijden veroorzaakte, daar zijn veel Middelburgers zich tot op de dag van vandaag nog niet van bewust.


Wie zich daar wel van bewust was, was de grote natuurkundige Galileo Galilei. Die kocht een jaar later al op een markt in Italië een kijker. Waarschijnlijk is de kijker daar zo snel terecht gekomen vanwege de Italiaanse connecties van Middelburg. Er woonden Italiaanse glasblazers in Middelburg en die zullen in hun terugreis naar het homeland wellicht een telescoop hebben meegenomen. Hoe het ook zij, Galileo richtte zijn telescoop niet op de vijand, want die waren wat hem betreft altijd dichtbij, maar hij keek ermee omhoog en verruimde de bestudering van de sterrenhemel daarmee voor eeuwen. Vele stargazers na hem hebben, al starende omhoog, de meest fantastische natuurkunde bedacht.

Na de uitvinding van de telescoop ziet men iets meer van Mercurius, onder andere de overgang over de Zon. De grootste zorgvuldigheid is bij het waarnemen aan Mercurius m.b.v. de telescoop geboden, vanwege de felle straling van de Zon. Wie met een telescoop naar de Zon kijkt, verliest het oog waarmee gekeken wordt. Een wrang grapje dat in verband hiermee gemaakt wordt is: Door een telescoop naar de zon kijken kun je precies twee keer doen. Een keer met het ene oog en dan nog een keer met het andere oog.

Wie het dichtst bij het vuur zit, verwarmt zich het meest. Dit gezegde geldt zeker voor de kleinste planeet in ons zonnestelsel. Op een afstand van zo’n zestig miljoen kilometer van de Zon volgt de ijzeren planeet in de verzengende hitte zijn ellipsvormige baan. Zestig miljoen, dat is twee vijfde van de afstand die onze Aarde aan houdt. De van de Zon ontvangen straling is op Mercurius zeker zes keer zo sterk als bij ons en dat heeft overdag temperaturen van wel 400 graden Celsius tot gevolg.

Geen omgeving om het lang uit te houden, zelfs niet door bijvoorbeeld een stoere NASA-astronaut. Onderzoek aan Mercurius vindt tegenwoordig dan ook door robots plaats, maar dat gebeurt pas sinds 1973. Voor die tijd past de kennis over Mercurius op een tiental bladzijden in een Astronomie boek.



Op de school waar ik werk, vind ik jaren geleden een Frans boek, getiteld “Astronomie”, in de jaren 50 uitgegeven door Larousse. (Lucien Rudaux en Gérard de Vaucouleurs (1947) Astronomie - Les Astres, L’Univers, Paris, Larousse)

Het is een prachtboek, waarin “state-of-the-art” kennis uit die tijd is verwerkt. Ik kan me nog herinneren dat ik er toen enigszins bedremmeld mee in handen heb gestaan, nadat ik het uit een meters hoge stapel oud papier heb getrokken die gereedligt om de container in te verdwijnen. Ik vind het zo onbegrijpelijk dat een dergelijk pronkjuweel gedoemd is de versnipperaar in te gaan, dat ik voor de zekerheid toch nog maar even naar de conciërge ben gelopen om mij ervan te vergewissen dat ik geen diefstal pleeg als ik het bij mij thuis een tweede leven gun.

“Neem maar mee, Hans,” lacht de conciërge, “dat scheelt ons weer twee kilo sjouwwerk.”

Op de eerste, verder lege, bladzijde staat “Dit boek wordt niet uitgeleend” en dat ben ik dan ook niet van plan te gaan doen, nu het veilig en wel in mijn privécollectie staat.

Ik ken eigenlijk geen Nederlands Astronomie boek uit die tijd dat zo uitgebreid en diepgaand de wetenschap van het zonnestelsel behandeld. De wetenschap over Mercurius beslaat evenwel slechts enkele bladzijden.





De verovering van Mercurius (1)

PlanetenPosted by HansSchipper Mon, July 16, 2018 21:07:21

Mercurius “plays it hard to get”

Als je de planeet Mercurius wilt zien, moet je geduld hebben. De grote Copernicus beklaagde zich aan het eind van zijn leven erover dat hij in het vaak mistige Polen de kleine planeet nog nooit aan de ochtend- of avondhemel had mogen aanschouwen. Persoonlijk heb ik vele malen in mijn leven tevergeefs staan turen om er een glimp van op te vangen.


Maar op een dag had ik dan toch geluk. Zes jaar geleden attendeerde een collega mij op een aankondiging in de nieuwsbrief van Govert Schilling van het zeldzaam helder verschijnen van de planeet aan de westelijke avondhemel net na het ondergaan van de Zon. Staande bij het tuinhek zag ik Venus staan sprankelen. Als om dit te onderstrepen hing er een dunne horizontale reep wolk onder. Ook net boven die wolk, maar iets verderop naar het Noorden twinkelde Mercurius. Ik hief een juichkreet aan. Als gevolg hiervan werd ik door een aantal buren bezorgd gadegeslagen, maar dat had ik er graag voor over.

Net als Venus is Mercurius een binnenplaneet. De baan van een binnenplaneet ligt tussen de baan van de Aarde en de Zon in. Daardoor zien we Mercurius altijd in de buurt van de Zon. Staat de Zon hoog aan de hemel, dan wordt de Mercurius overstraalt en zien we de kleine planeet niet. We krijgen alleen maar een kans om Mercurius te zien als de Zon net onder de evenaar staat en Mercurius erboven. Dat is ’s ochtends bij zonsopkomst en ’s avonds bij zonsondergang. In onze contreien wordt het waarnemen dan weer bemoeilijkt door bewolking en ander ongerief.

Oude tijden

De oude volkeren die in droge streken woonden hadden geen last van bewolking boven de kim en Mercurius werd door hen gezien. Dat betekent nog niet dat Mercurius ook als planeet werd herkend, want ja, een planeet, wat was dat nou helemaal voor een woestijnbewoner van 5000 jaar geleden? Die woestijnbewoner interpreteerde het lichtje
binnen zijn toenmalige belevingswereld als een god, net als de andere dwaalsterren.

Mercurius de God

De planeet Mercurius speelde een belangrijke rol in het religieuze leven van veel oude beschavingen. De eerste geregistreerde waarneming zou zijn gedaan door Timocharis in 265 voor Christus.

Als Mercurius ’s ochtends vroeg vóór de Zon opkomt staat de planeet aan de westelijke kant van de Zon. Als Mercurius ’s avonds na de Zon ondergaat staat hij aan de oostelijke kant. De vroege Grieken geloofden dat de oost- en west-elongaties van Mercurius twee afzonderlijke objecten vertegenwoordigden die ze Hermes (avondster) en Apollo (ochtendster) noemden.

Het heeft een tijdje geduurd, maar op een gegeven moment snapten de Grieken dat Mercurius één ding was. Eenmaal zo ver, kreeg de planeet zijn definitieve functie, nl de boodschapper van de goden en de god van de schemering en de dageraad die het opstaan van Zeus aankondigde.

Waarschijnlijk zijn het de oude Egyptenaren die als eersten ontdekten dat Mercurius om de zon cirkelde. Mercurius werd door hen Sabko genoemd, maar ook wel herkend als de kwade ster van Set die omhoog vluchtte voordat hij door de zonnegod Amun-Ra bij zonsopgang werd overwonnen en zou verdwijnen in de schittering van de rijzende zonnegod.

Voor de Germaanse volkeren stond Mercurius bekend als Wodan, en onze woensdag is afgeleid van het originele Wodan's Dag. De huidige naam Mercurius is rechtstreeks afgeleid van de Latijnse naam Mercurius, de Romeinse benaming voor de Griekse god Hermes. De Franse middelste dag van de week heet Mercredi en dat is ook afgeleid van Mercurius. Dezelfde dag in de week hoort dus in verschillende taalgebieden bij vergelijkbare goden. De Nederlandse benaming voor Mercurius is Kwik en Mercurius werd dan ook gezien als een kwieke god. De planeet beweegt zich dan ook opmerkelijk snel rond de Zon in vergelijking met de andere planeten. De God Mercurius wordt vaak afgebeeld met vleugels aan zijn voeten.

De eerste echte Astronoom

Rond 400 v.Chr. doet de eerste echte astronoom, de Griek Eudoxus zo goed en zo kwaad als het gaat wetenschappelijk onderzoek. Van hem wordt gedacht dat hij zijn kennis over planetaire beweging van de Egyptenaren heeft geleerd. Bij hem zie je nog steeds verwarring tussen ochtend- en avondsterren. Hoewel hij de periodieke tijden van de planeten Mars, Jupiter en Saturnus vrij nauwkeurig vermeldde, had hij veel fouten met tijden voor Mercurius en Venus. Dit stond in schril contrast met zijn uitspraken over de synodische perioden: dat wil zeggen, de tijdspanne tussen het terugkeren van planeten in dezelfde configuratie aan de hemel van de aarde. Zijn synodische perioden waren vrij nauwkeurig voor Venus en Mercurius, evenals voor de buitenste planeten. Zo toonde hij nauwkeurige kennis van de tijd dat de sterren in de avond en de ochtend zouden verschijnen, maar leek hij onwetend van hun ware bewegingen rond de zon.

Evenzo herkenden oude astronomen Venus niet als één planeet. Als Venus ten oosten van de zon en na zonsondergang in de westelijke hemel werd gezien, heette de planeet Hesperus. Als Venus ten westen van de zon voor haar opkwam, heette de planeet Phosphorus. In de 12e eeuw voor Christus noemde Homerus Venus maar beschouwde haar als twee objecten. Van Pythagoras wordt gezegd, dat hij rond 500 v.Chr. begreep dat Phosphorus en Hesperus één ding was.

Tegen ongeveer 350 v.Chr., de tijd van Plato, herkenden de Grieken de ochtend- en avondsterren als één planeet. De moderne naam, Mercurius, is de Romeinse naam voor Hermes, de boodschapper van de goden. De Griekse Hermes wordt nog steeds wel gebruikt als het bijvoeglijk naamwoord Hermiaan, hetgeen betekent van of met betrekking tot Mercurius.

Het zijn de Romeinen geweest die Mercurius zijn naam geven. Ze nemen Mercurius over van de Grieken, die daar andere functies bekleedde. Bij de Romeinen is Mercurius in het begin de boodschapper-god en wordt later en passant ook maar even de god van de kleinhandel. Prachtig vind ik het plaatje aan de gevel van het Rockefeller Center. De vleugels aan de voeten heeft hij om sneller te kunnen vliegen van de ene God naar de andere en misschien ook wel om de hitte een beetje te kunnen wegwapperen.





Station Maan

NASAPosted by HansSchipper Sun, July 15, 2018 15:16:10

Bron:

https://www.nasa.gov/feature/nasa-s-lunar-outpost-will-extend-human-presence-in-deep-space

Er komt een nieuw ISS, als het aan de NASA ligt, maar dan bij de Maan. Het kan beschouwd worden als de volgende stap in de menselijke ruimtevaart: een permanente Amerikaanse vooruitgeschoven positie in de ruimte bij de Maan. De Amerikanen willen de basis onder andere gaan gebruiken als tussenstap in de reis naar Mars. Zowel binnen hun eigen land als internationaal wil de NASA partnerschappen aangaan, om de nieuwe benaderingen en de technologische innovatie tot stand te brengen die nodig zijn om de doelstellingen te behalen. Er wordt onder andere een nieuw raketsysteem voor ontwikkeld: het Space Launch System.


Het gaat niet alleen om de reis naar Mars. Nu de NASA zich richt op terugkeer naar de Maan en zich voorbereidt op Mars, ontwikkelt de ruimtevaartorganisatie de nieuwe mogelijkheden van de maanroute om de basis te leggen voor menselijke exploratie dieper in het zonnestelsel.

NASA bestudeert al maanden samen met de Amerikaanse industrie en de partners van het Internationale Ruimtestation een baanbrekend voorpostconcept in de buurt van de Maan. Als onderdeel van het begrotingsvoorstel voor 2019 is de NASA van plan om in de jaren 2020 de Lunar Orbital Platform Gatewayte bouwen. Het is indrukwekkend hoe het altijd weer lukt om voor nieuwe projecten een mooie naam voor te bedenken!

Zoals gezegd, je moet het je voorstellen als een soort ISS, maar dan bij de Maan. Het platform zal ten minste bestaan uit een element voor de energievoorziening en de voortstuwing, een gedeelte waar gewoond wordt, een logistieke afdeling en een luchtsluiscapaciteit. Er wordt gestudeerd op specifieke technische en missie vereisten. Samenwerkingsverbanden worden overwogen. Sommige elementen van de Lunar Orbital Platform Gateway wil NASA zelf lanceren vanaf hun eigen lanceerbases, andere onderdelen worden uitbesteed aan commerciële partijen. Assemblage vindt plaats in de ruimte.

"De Lunar Orbital Platform-Gateway geeft ons een strategische aanwezigheid in de ruimte rondom de Maan. Het zal onze activiteit met commerciële en internationale partners stimuleren en ons helpen de Maan en zijn rijkdommen te verkennen," zegt William Gerstenmaier, wiens positie wordt getypeerd als “associate administrator, Human Exploration and Operations Mission Directorate, at NASA Headquarters in Washington” en daarvan begrijp ik in ieder geval dat het een hele mond vol is "We zullen die ervaring uiteindelijk vertalen in menselijke missies naar Mars.”

Het onderdeel met de energiecentrale en de voortstuwingsmotoren vormt de startcomponent van de Lunar Orbital Platform Gateway en zal naar verwachting in 2022 gelanceerd worden. Door gebruik te maken van geavanceerde zonne-energie technologie met hoog vermogen, houdt het element de Lunar Orbital Platform Gatewayop zijn plaats. Het kan de Lunar Orbital Platform Gateway tijdens zijn bestaan ook verplaatsen van de ene maanbaan naar de andere om wetenschappelijke en exploratie activiteiten te maximaliseren. Vijf bedrijven voerden maanden lang studies uit naar betaalbare manieren om het vermogens- en voortstuwingselement te ontwikkelen. NASA zal gebruik maken van de mogelijkheden en plannen van commerciële satellietbedrijven om de volgende generatie elektrische ruimtevaartuigen te bouwen.

Het vermogens- en voortstuwingselement zal ook zorgen voor snelle en betrouwbare communicatie voor de gateway, van ruimte naar aarde en van ruimte naar maan, tussen ruimtevaartuigen onderling en ondersteuning voor communicatie via de ruimtewandelen. Ten slotte is het ook geschikt voor optische communicatie, waarbij lasers worden gebruikt om grote gegevenspakketten sneller over te dragen dan traditionele radiofrequentiesystemen.

afbeelding: Boeing

Vanaf 2023 zal er gewoond kunnen worden en kunnen de wetenschappelijke onderzoekingen een aanvang vinden. De ervaringen in het International Space Station zullen hierin worden gebruikt. Het is de bedoeling dat de bemanning telkens 30 tot 60 dagen per keer in aan boord wonen en werken. De bemanning zal ook deelnemen aan een verscheidenheid aan exploratie en commerciële activiteiten in de buurt van de Maan, met inbegrip van mogelijke missies naar de maan oppervlak.

NASA heeft onlangs een oproep gedaan voor voorstellen uit de wetenschappelijke wereld en organiseert eind februari een conferentie om te discussiëren over het unieke wetenschappelijke onderzoek dat de Lunar Orbital Platform Gateway mogelijk zou kunnen maken. NASA verwacht dat de gateway ook de technologische rijping en ontwikkeling van operationele concepten zal ondersteunen die nodig zijn voor missies buiten het aarde-maan systeem.

Door in de toekomst een luchtsluis aan de Lunar Orbital Platform Gateway toe te voegen, kan de bemanning ruimtewandeltochten maken, wetenschappelijke activiteiten ondernemen en kan er ruimte worden geboden voor het aansluiten van toekomstige elementen. NASA is ook van plan om minstens één logistieke module naar de gateway te brengen, die leveringen van goederen, aanvullend wetenschappelijk onderzoek en technologische demonstraties en commercieel gebruik mogelijk zal maken.

Volgens het commerciële model waarmee het bureau met een lage baan om de aarde voor de herbevoorrading van het ISS heeft gepionierd, is NASA van plan om de Lunar Orbital Platform Gateway te bevoorraden door middel van commerciële vrachtmissies. Een bezoekend vrachtruimteschip zou tussen bemande missies aan de Lunar Orbital Platform Gateway kunnen afmeren.

Op basis van de belangstelling en capaciteiten van de industrie en internationale partners, zal de NASA geleidelijk aan complexe robotmissies ontwikkelen naar het oppervlak van de Maan met wetenschappelijke en exploratie doelstellingen vooruit lopend op een menselijke terugkeer. Ook zullen de missies ondersteund worden die mensen verder het zonnestelsel in zullen brengen dan ooit tevoren.

De Space Launch System-raketten en Orion-ruimtevaartuigen van de NASA vormen de ruggengraat van het toekomstige programma. De eerste geïntegreerde lancering van het systeem naar de ruimte rond de Maan zal plaatsvinden 2020 en een missie met bemanning tegen 2023. Ook zal worden onderzocht of grondstoffen van de Maan en van Mars ter plekke kunnen worden verwerkt en gebruikt.



De meridiaan van Parijs (2)

BoekenPosted by HansSchipper Sat, July 14, 2018 22:10:50

Nadat wij het gedeelte van de stadswandeling langs de meridiaan van Parijs aan de hand van Philip Freriks in de Rive Gauche min of meer hebben voltooid gaan wij op Woensdagochtend 2017-08-09 extra vroeg op pad om onze missie te voltooien. Vroeg, want het weer is niet geweldig, dus je weet maar nooit of je geruime tijd moet schuilen en we willen niet zo lang doorgaan als gisteren.

We nemen dezelfde lijnen van het onvolprezen Parijse openbaar vervoer als gisteren en stappen uit op het Île de la Cité. Omdat we toch in de buurt van de Nôtre Dame zijn lopen we even over het plein om te controleren of in het plaveisel voor de kerk de plaquette er nog ligt, die het nulpunt van de Franse wegen markeert. Tot onze geruststelling wordt hiermee behoedzamer omgegaan dan met de medaillons van Arago. Wonderlijk genoeg liggen er tientallen muntjes op, hetgeen ik me van de vorige keren dat ik de plek bezocht niet kan herinneren. De rij toeristen voor de Nôtre Dame is bizar lang, zoals tegenwoordig voor alle cliché bezienswaardigheden. Men kijkt wat op het telefoontje, men fotografeert elkaar of filmt de omgeving.

Gauw ervandoor.

We moeten nog even naar de Rive Gauche voor de laatste medaillons die we daar nog niet ontdekt hebben en bewandelen hiertoe de Pont Noeuf. In de omgeving van het Institut de France heeft de dienst openbare werken van de gemeente Parijs de uiterste best gedaan: de meeste medaillons zijn verdwenen. Aan de zuidelijke Seine oever vinden we er gelukkig nog twee en dan kunnen we over de Pont des Arts naar de noordkant kuieren om verder te zoeken, bijvoorbeeld bij het Louvre.


Het Louvre is een van de initiatiefnemers geweest van het Arago-project en de medaillons binnen de muren van voormalige koninklijke paleis en op de binnenplaats worden dan ook gekoesterd.



Rondom de glazen piramide een massa mensen die het museum in willen. Wij scharrelen tussen de onafzienbare rijen wachtenden door om onze “objects de desires” te vinden. We worden verbaasd gadegeslagen, maar dat zijn we ondertussen wel gewend.


Het laatste Arago medaillon in het Louvre vinden we drie meter achter het hek van de Passage de Richelieu. Ook over Richelieu weet Philip Freriks ons het een en ander te vertellen. De hoofdstukken over Het Louvre in het boek van Philip Freriks zijn sowieso schitterend om te lezen. Alleen al om die verhalen is het boek het aanschaffen waard.


Ten Noorden van Het Louvre ligt Place Colette. Ook al is bij het metrostation het Arago-medaillon weg, de mooie Art-nouveau ingang maakt veel goed. Aan de andere kant van het plein is een stenen paal met daarop een plaquette van la méridienne verte. Dat is een ander project in verband met wiskundige aardrijskunde. Ooit is de omtrek van de Aarde gemeten aan de hand van de meridiaan die door Duinkerken en Barcelona gaat. Het veertigmiljoenste deel hiervan werd de meter, een ijzersterk product waar we nog steeds gebruik van maken. Om dit te vieren zijn op diverse punten langs deze meridiaan herkenningstekens neer gezet. Zie mijn bespreking in ….


Bij de Cour d’Honneur met daarbij de Comédie-Française zijn aantal medaillons te vinden. Over de drama-queens en -kings van de Comédie-Française schrijft Philip Freriks een vrolijk stuk. Verder naar het Noorden lopend geraken we in de buurt tussen het Gare du Nord en Place Pigalle in. In de buurt van ons hotel dus.

Aan de Chateaudun op de binnenplaats van de aanpalende annex van het ministerie van Onderwijs zou een medaillon te zien moeten zijn. Volgens briefschrijvers aan Philip Freriks lukt het alleen om daarbij te komen als de conciërge een goede bui heeft. Wij drentelen een beetje voor het hek en plotseling springt een clochard uit de bosjes die voor ons de toegangscode intypt, waarna de poort open gaat. Die ouwe stinkerd heeft het bezoek geruime tijd goed in de gaten gehouden! Wij danken de man vriendelijk, vergeten hem een fooi te geven en scharrelen onzeker naar binnen. Het is allemaal te vergeefs, want een medaillon kunnen wij niet ontdekken.

Hierna vinden we weinig meer.

Vermeldenswaardig is de Mire du Nord, die op privéterrein staat, dat strikt ontoegankelijk is. Dat kan dus helemaal niet, want de Mire de Nord hoort openbaar terrein te zijn. Philip Freriks had contact met de eigenaar en ook dat leverde weer een leuk verhaaltje op.

Voor een foto-impressie, bezoek: http://brizhell.org/meridien_de_paris.htm

Voor foto’s van de Mire du Nord: https://fr.wikipedia.org/wiki/Mire_du_Nord

Wij hebben door deze wandeling met het boek van Philip Freriks in de hand twee magnifieke dagen in Parijs gehad.

Zo verdwijnen de medaillons ... (foto Hans Schipper)





De meridiaan van Parijs (1)

BoekenPosted by HansSchipper Fri, July 13, 2018 18:04:22

Stadswandeling met het boek van Philip Freriks in de hand



Dinsdagochtend 2017-08-10 vertrekken wij op tijd van onze kamer in het Royal Mansart Hotel, 1 Rue Mansart te Parijs. We hebben een missie: het ondernemen van een stadswandeling langs het twaalf kilometer lange Arago-kunstwerk dwars door Parijs van de Nederlandse kunstenaar Jan Dibbets, dat zo schitterend is beschreven door Philip Freriks. Het boek, De Meridiaan van Parijs, hebben we aangeschaft om Parijs eens op een andere manier te doorkruisen dan langs de aloude hoofdstromen.

Het kunstwerk bestaat uit 135 koperen plaatjes in stoeptegels, traptreden en het asfalt van Parijs langs een lijn die de nulmeridiaan van de wereld had moeten worden. Op ieder plaatje staat Arago, de naam van de grote Franse wetenschapper uit de eerste helft van de 19eeeuw, die de afstand van Mallorca tot Duinkerken met grote precisie mat. Naast zijn begaafdheid voor landmeten had Arago nog vele andere talenten. Hij was een intelligente, energieke en avontuurlijke kerel, over wie ik nog eens een biografie hoop te lezen. Philip Freriks vertelt zo enthousiast over hem, dat het doet verlangen naar meer.

Alleen al van de reis, met de Metro van Station Blanche naar La Chapelle en vervolgens met de RER van Gare du Nord naar Cité Universitaire de Paris, om bij het zuidelijke begin van de wandelroute te geraken geniet ik met volle teugen. In één coupé van de Metro vind je eigenlijk zo’n beetje alle mensensoorten die de Aarde rijk is! En dan de ondergrondse wandeling van het ene station naar het andere: wat een mensenmassa, wat een diversiteit, wat een bouwwerken, wat een verkeer, wat een energie. Ik kijk mijn ogen uit.

Cité Universitaire is een oase van rust, vergeleken met de rest van de stad. Het is gesticht in de jaren twintig van de vorige eeuw om studenten van over de hele wereld die komen studeren in Parijs een tijdelijk onderkomen te verstrekken. Er zijn voor vele nationaliteiten paviljoens. Het onderliggende ideaal was het streven naar verbroedering tussen de volkeren na de vreselijke massaslachting van 1418. Het is nog niet helemaal gelukt, helaas.

Wij richten onze schreden naar het Cambodjaanse gebouw, want daarachter is ooit het eerste medaillon aangebracht. Helaas zijn er lange tijd reparatiewerkzaamheden geweest en het enige dat wij aantreffen is dit:



Gelukkig bevindt het medaillon aan de voorkant zich er nog in volle glorie.


Een eindje verderop passeren wij een omlaag kijkend echtpaar dat weleens Nederlands zou kunnen zijn. Als wij achterom kijken, kijken zij ook en wij schieten allen in de lach: ze hebben hetzelfde boek bij zich als wij. Na een kort gesprek waarin wij allen de kwaliteiten van Philip Freriks de Wegwijzer prijzen, vervolgen wij onze weg, de verwachting uitsprekend elkaar wellicht nogmaals te treffen, hetgeen overigens niet zal gebeuren.

Onze wandeling ontwikkelt zich aan de hand van de leuke tekst van Philip Freriks. Hij vermeldt steeds dat het ene medaillon er wel is en helaas het volgende medaillon weer niet. Bij vele medaillons vertelt hij in een schitterende stijl allerlei wetenswaardigheden over de geschiedenis van Parijs. Er liggen helaas al weer veel minder medaillons in het Parijse plaveisel dan in de tijd dat het boek werd geschreven.


In de wandeling zitten een aantal onmiskenbare hoogtepunten. In Parc Montsouris ligt een medaillon bij het baken Mire de Sud. Dit baken is ooit geplaatst als richtpunt voor de Meridiaan van Parijs. Het is eigenlijk een misbaken, want toen de landmeters voor het plaatsen van de medaillons weer aan het meten waren kwamen ze erachter dat de Mire 40 meter naar links had moeten staan. Daar ligt nu dan ook het medaillon, maar het baken is niet verplaatst.


Philip Freriks vermeldt in zijn boek dat het toilet verderop het terrein door een slechtgehumeurde mevrouw wordt beheerd. Dat is helaas niet meer zo. Het slechte humeur zal geen gemis zijn, maar haar toiletbeheer wel. Bah wat een smerig hok.



Op de sokkel van het standbeeld van Arago zijn aan voorkant en achterkant de enige twee verticale medaillons aangebracht. Tot de tweede wereldoorlog stond op de sokkel een bronzen Arago, die uitkeek over het park van de sterrenwacht. De Duitsers hebben tijdens de bezetting het standbeeld van de sokkel gezaagd om het metaal om te kunnen smelten tot kanonnen.

In het park van de sterrenwacht ligt het observatorium van Parijs, dat voor bezoek helemaal dicht is. Graag zou ik er een keer naar toe willen, want de kunst van het meten van de nulmeridiaan op Frans grondgebied staat in de vloer van een van de gangen gebeeldhouwd. Ik kom nu niet verder dan begerig door het hek heen naar het gebouw staren en een foto van Le Verrier maken.


Op de hoek van de Avenue de L’Observatoire en de Avenue Denfert-Rochereau zijn wij getuige van de wijze waarop alle medaillons mettertijd uit het Parijse straatbeeld verdwenen zullen zijn. Aj!

In het park Luxembourg vinden we gelukkig verschillende medaillons. Aan de voorkant van het gebouw, dat zwaar bewaakt wordt, drentelen we wat rond, want voor de ingang moet er ook een liggen. Nu een tijdje komt een vriendelijke gendarme naar buiten, die ons weet te vertellen dat zoeken zinloos is, want het medaillon is er niet meer.


Bij het Institut de France aan de Seine stoppen we er voor die dag mee. Het is ondertussen tegen vijven en de 6 kilometer hebben we wel twee keer gelopen. Op de Pont des Arts gaan we een poosje knus op een bankje zitten kijken naar alles wat er te zien is en dat is overweldigend veel. Daarna nog even shoppen, eten en terug naar het hotel. Wat kan een mens toch gelukkig zijn.

Morgen verder.



Fietsen langs zonnewijzers van Zutphen, Eefde en Warnsveld

ZonnewijzersPosted by HansSchipper Thu, July 12, 2018 21:42:48

Al enige tijd houd ik de website van De Zonnewijzerkring met meer dan gemiddelde belangstelling in de gaten. Als op een gegeven moment mijn kinderen vragen wat ik voor mijn verjaardag wil krijgen, opper ik een jaar lidmaatschap van dit genootschap. Als nieuw lid ontvang ik een boekje met daarin de locaties van duizenden Nederlandse zonnewijzers. Zutphen opgezocht hebbende, vind ik dat er in de hal van het vroegere gebouw van het Stedelijk Museum aan de Rozengracht een kubusvormige zou hebben gestaan. Ruim een jaar eerder is het museum naar de nieuwe plek aan het ’s Gravenhof verhuisd en ik vraag mij af of de verhuizers de cultuurhistorische waarde van de middeleeuwse tijdswaarneming op waarde geschat hebben en de kubus een waardige nieuwe plaats hebben gegund.

Bij geruchte verneem ik dat de zonnewijzer een nieuwe plaats in de kloostertuin gekregen heeft, maar eigen onderzoek leert mij dat dit niet het geval is. Stadsarcheoloog Michel Groothedde brengt uitkomst. Hij bericht: De grote stadszonnewijzer hing vanaf de 15eeeuw tot ca. 1860 in de top van de gevel van Houtmarkt 51 (het huis De Witte Wanne). Dat was praktisch vanwege het gelijkzetten van de klok in het torentje van Vreden en later de Wijnhuistoren. De erfdienstbaarheid van de stadszonnewijzer aan de particuliere gevel verviel toen de nationale tijd werd ingesteld vanwege het spoorboekje. De topgevel is toen ook gesloopt en he huidige beeld ontstond.

Het huidige beeld (foto Hans Schipper 12 juli 2018)

Dit levert dus een leuke puzzel op. Het zal toch niet zo zijn dat de stadszonnewijzer zo maar verdwenen is.

Met mijn brugklasleerlingen wil ik een projectweek over Licht en Kleur doen en een gezamenlijke fietstocht langs de zonnewijzers van Zutphen en omgeving lijkt me daar uitstekend in passen. Met het gele boekje van De Zonnewijzerkring in de fietstas toer ik op een mooie zomeravond naar Eefde waar ik meerdere exemplaren zou moeten aantreffen.

Dat komt wondermooi uit, maar ik ontdek zonnewijzers die niet in het boekje staan en de zonnewijzers die er in worden gesuggereerd zijn verdwenen. Dat maakt het allemaal extra interessant.

De zonnewijzers aan de Doctor van de Hoevenlaan en de Zutphenseweg tussen de spoorlijn en het dorpscentrum zijn ontdekkingen van mijn leerlingen tijdens de uiteindelijke fietstocht. Op deze zonnige zomeravond fits ik er zo maar aan voorbij. Ik weet niet hoe de huidige privacy wetgeving omgaat met het publiceren van huisnummers van panden met een zonnewijzer in de voortuin, maar voorzichtigheidshalve zal ik deze niet vermelden.

Ik neem de afslag vanaf de Zutphenseweg naar de Blaakhof en doorkruis een wijk met bungalows uit de jaren zestig. Aan de Singelweg vind ik er een en aan De Blaak ook een die beide niet in het boekje staan. Alle zonnewijzers die ik tot nu toe ben tegen gekomen zijn van het equatoriale type. Bij CBS De Bargerweide zou er een moeten staan inde vorm van een open bijbel. Helaas kan ik deze niet terug vinden. Even een flash forward: thuisgekomen besluit ik te mailen naar het info@ emailadres van de basisschool. De zondag er op komt het antwoord. Er heeft tot voor acht jaar inderdaad een zonnewijzer gestaan. Deze is toen, samen met de heuvel waar hij op stand, verwijderd en vervangen door een krokodil. (🐊). De conciërge heeft de zonnewijzer mee genomen en geplaatst in de tuin van een bedrijf in Zutphen. De conciërge is ondertussen overleden. Ook hier heb ik een los eindje in de vingers, een televisieprogramma à la “Spoorloos” waardig.

Terug naar de fietstocht. Op weg naar de sluis over Het Twente Kanaal passeer ik in het Eefdes gedeelte van de Kapper Allee een leuke zonnewijzer die een afgeleide is van een equatoriale zonnewijzer.

Enkele honderden meters na de sluis ga ik rechts De Dam op, op weg naar Huize De Dam. De voortuin is privéterrein, dus ik kom niet dicht bij deze mooie zonnewijzer van bescheiden omvang. Op de foto is het net te zien, links van de vlaggenmast.


Vanaf De Dam gaat het richting Kapper Allee (Warnsveldse tak), want bij Huize De Voorst hebben ze er een staan van een afmeting die past bij het prachtige voormalige jachtslot van de Oranjes.

Rest mij nu nog een bezoek aan Huize Het Velde, waar de Politieacademie zetelt. Ik word enigszins achterdochtig gade geslagen door borrelende congresgangers, maar dat is niets vergeleken met de ontvangst die mij ten deel valt als ik een week later met mijn lawaaierige groepje leerlingen het terrein op race. Wij parkeren onze fietsen netjes op het parkeerterrein. Als we daar nog maar net mee klaar zijn komt een lid van de security mij vragen wat dat te beteken heeft. Ik leg de reden van mijn komst uit en ik besluit: “Dit is toch openbaar terrein?” “Jawel, dat was wel zo, maar zomaar binnenvallen met zijn dertigen …” Hij maakt zijn zin betekenisvol niet af. Ik knik begrijpend en we hoeven niet weg. Ik bezweer mijn leerlingen absolute stilte in acht te nemen, opdat wij de rust op het terras niet verstoren. Ze houden zich er keurig aan, onder de indruk als ze zijn van de brede schouders van de security-man.


Boven in de gevel bevindt zich een platte verticale stenen zonnewijzer, waar helaas de gnomon van af gebroken is. De steen is iets gedraaid in de gevel geplaatst. Om op het zuiden te richten? In het gazon vinden mijn leerlingen er nog een. Wat leuk: die stond niet in het boekje.

Wij gaan terug naar school om te beginnen met het practicum: Bouw je eigen equatoriale zonnewijzer.



Le Verrier

HeldenPosted by HansSchipper Wed, July 11, 2018 21:40:10

Er is jarenlang discussie geweest over de vraag of, in de onmiddellijke nabijheid van de zon, een andere planeet zou kunnen bestaan, nog dichter bij dan Mercurius. De vraag leefde sterk aan het eind van de 19e eeuw. Men ging er zelfs een tijdlang vanuit dat er een planeet was en er werd ook al een naam bedacht: Vulcanus. Het is nogal heet dichtbij de Zon, vandaar, maar dat snapte u al. Men sprak over een intra-mercuriaanse planeet en dat is een term die zo indrukwekkend is, dat je alleen daarvoor al zou hopen dat hij bestaat.

De reden voor de veronderstelling was dat er observaties werden gedaan waar een verklaring voor moest worden gevonden. Er was een verschil tussen de waargenomen baan en de berekende baan.

In de 19e eeuw was de Franse astronoom Le Verrier succesvol geweest in het voorspellen van het bestaan van de planeet Uranus. Op basis van kleine afwijkingen in de baan van Uranus sloeg hij aan het rekenen en op grond van zijn berekeningen wees hij de plek aan waar volgens hem een nog onontdekte planeet zich zou kunnen bevinden. Hij vroeg observatietijd aan in Parijs, maar daar werd hij genegeerd. Hij schreef een brief naar het observatorium van Berlijn, waar de uitstekende observator Johann Galle enthousiast reageerde en het voor elkaar kreeg dat hij op het geschikte tijdstip door een goede telescoop mocht gaan kijken. Tot grote opwinding van de internationale wetenschappelijke wereld werd er inderdaad een planeet waargenomen, die later Neptunus werd gedoopt.

Johann Galle

Van de berekeningen van Le Verrier is in latere tijd wel het een en ander afgedongen, maar zijn naam is toch maar mooi voor altijd aan die ontdekking gekoppeld. Onderstaande foto heb ik in 2017 tijdens een stadswandeling in Parijs genomen van het Observatoire. Le Verrier staat trots op zijn sokkel voor de ingang.

Le Verrier (foto Hans Schipper 2017)

Over de persoonlijkheid van Le Verrier valt wel het een en ander op te merken. Sir Patrick Moore schrijft in zijn interessante boek “Moore on Mercury”: Een van de belangrijkste Franse astronomen van de negentiende eeuw verheugde zich in de naam van Urbain Jean Joseph Le Verrier. Over zijn genialiteit was er geen twijfel, hij was een van de beste wiskundigen van de tijd, en hoewel in de eerste plaats een astronoom was hij ook verantwoordelijk voor het opzetten van de Franse meteorologische dienst. Naar verluidt was hij ook de grofste man die ooit geleefd heeft, en op een bepaald moment in zijn carrière werd hij ontslagen als directeur van het Observatorium van Parijs vanwege zijn "prikkelbaarheid", hoewel hij weer in dienst werd genomen toen zijn opvolger, Delaunay, verdronk in een bizar bootongeluk. Een collega van Le Verrier zei over hem: "Hoewel hij misschien niet de meest afschuwelijke man in Frankrijk was, was hij zeker de meest verafschuwde".

Aan de ontdekking van Neptunus ontleende hij een behoorlijk gezag en dat gezag wierp hij in de strijd bij de discussie over het bestaan van nog een planeet, nu tussen Mercurius en de Zon in. Zijn wiskundige werkzaamheden met betrekking tot de analyse van de beweging van Mercurius, leveren bewijs voor een klein verschil tussen de waargenomen en de berekende positie. Le Verrier geloofde deze afwijking te kunnen toewijzen aan verstoringen veroorzaakt door een of twee planeten, zeer kleine, die tussen de Zon en Mercurius in draaiden. Dat geloof is niet zo vreemd: bij Neptunus had het ook gewerkt.

Dergelijke hemellichamen moeten zichtbaar zijn in de onmiddellijke nabijheid van Zon, voor zonsopgang of na zonsondergang, zoals bij Mercurius en Venus. Maar als je bedenkt dat Mercurius al moeilijk te zien is in het schemerlicht, dan zal een planeet nog dichter bij de zon en van kleinere omvang, bijna niet te onderscheiden zijn. Echter, bewijs kan op nog twee andere manieren worden geleverd. Ten eerste tijdens een totale zonsverduistering, die toestaat, dankzij de tijdelijk optredende schijn-nacht, zijn directe omgeving af te speuren, waar dan zelfs zeer zwakke sterren gespot kunnen worden. Ten tweede zou, door de combinatie van de beweging met de onze, de veronderstelde planeet zich op gezette tijden als een klein zwart puntje over de zonneschijf schuiven, zoals het geval is met Mercurius en Venus.

De verkenning van de buitenwijken van de Zon is altijd zonder succes gebleven. Daarentegen worden van tijd tot tijd passages van kleine hemellichamen voor de zon geregistreerd. Hoewel deze twee soorten bevindingen onverzoenlijk zijn, werd van de tweede veel gewag gemaakt, vanwege haar positieve karakter.

De meest opvallende van deze passages blijkt te zijn waargenomen door een astronomie amateur, Dr. Lescarbault, op 28 maart 1859. Le Verrier nam deze waarneming zeer serieus en hij reisde af naar de woonplaats van de dorpsdokter.

Sir Patrick Moore schrijft hierover: Het moet een vreemd interview zijn geweest. Lescarbault was dorpsarts en werd duidelijk overdonderd door zijn beroemde bezoeker, vooral na de opening van Le Verrier: "Het is dan u, mijnheer, die doet alsof u de intra-mercuriaanse planeet hebt geobserveerd, en de ernstige overtreding hebt begaan om uw observatie negen maanden geheim te houden. Ik waarschuw u dat ik hier ben gekomen met de bedoeling recht te doen aan uw pretenties en te laten zien dat u oneerlijk of bedrogen bent geweest.” Het was geen veelbelovend begin. Daar kwam nog bij dat Lescarbault slechts een kleine telescoop had. Bovendien gebruikte hij als tijdwaarnemer een horloge dat een van zijn wijzers was kwijtgeraakt. Aangezien hij bijkluste als de lokale timmerman schreef hij om zijn waarnemingen vast te leggen met potlood op planken van hout. Als hij ze niet meer nodig had schuurde ze af. Er was kennelijk een papier tekort. Niets was meer bizar geweest.

Gezien dit alles lijkt het ongelooflijk dat Le Verrier de dokter serieus nam - maar hij deed het wel, en ging weg in de overtuiging dat Lescarbault echt een planeet in transit had gezien. Hij werkte een voorlopige baan uit, volgens welke de planeet in een periode van 19 dagen 17 uur op een gemiddelde afstand van 21.000.000 km rond de Zon bewoog. De grootst mogelijke elongatie vanaf de zon, gezien vanaf de Aarde, was slechts 8 graden.

Le Verrier was ervan overtuigd dat de theoretische conclusies die hij had geformuleerd werden bevestigd en hij begon alle observaties van dit genre te analyseren die hij kon verzamelen. Een vijftigtal gevallen aldus verzameld bleken twijfelachtig of onvoldoende gedefinieerd. Slechts zes die zich hebben voorgedaan in 1802, 1819, 1839, 1849, 1850 in 1861, boeiden hem, omdat hij dacht dat hij ze naar hetzelfde hemellichaam kon terugbrengen.Uitgaande van de berekende baan werd een passage voorlangs de zon voorspeld op 22 maart 1877: tevergeefs hielden astronomen van over de hele wereld de wacht op die bewuste dag …

Niets is verschenen dat het bestaan van de vermeende planeet bevestigd. Na Le Verrier’s dood raakte Vulcanus in de vergetelheid.

In 1915 publiceerde Albert Einstein zijn Algemene Relativiteitstheorie. Hiermee kon het verschil tussen waarneming en berekening aan de baan van Mercurius worden verklaard. Vulcanus was overbodig geworden.

Wat blijft is het trotse standbeeld voor het observatorium van Parijs.

Le Verrier (foto Hans Schipper 2017)





Een stukje Mars keert terug naar huis

NASAPosted by HansSchipper Tue, July 10, 2018 15:00:19

Bron: klik hier

Een stuk van een meteoriet genaamd Sayh al Uhaymir 008 (SaU008) zal in 2020 worden vervoerd aan boord van NASA’s “Mars rover missie”, die nu wordt gebouwd op de Jet Propulsion Laboratory in Pasadena, Californië. Deze brok zal dienen als oefenobject voor een zeer nauwkeurige laser op de arm van de rover.


Het doel van Mars 2020 is ambitieus: monsters verzamelen van het oppervlak van de Rode Planeet die mogelijk met een toekomstige missie naar de Aarde kunnen terugkeren. Een van de vele instrumenten van de rover is een laser, ontworpen om kenmerken van gesteenten te verlichten die zo fijn zijn als een menselijk haar.


Voor dat nauwkeurigheidsniveau is een kalibreerdoel nodig om de instellingen van de laser te verfijnen. Eerdere NASA-rovers hadden ook kalibratie-doelen bij zich. Afhankelijk van het instrument kon als doelmateriaal steen, metaal of glas gekozen worden, waardoor deze verzameling er soms uitzag als een schilderspalet.

Maar het werken aan dit specifieke instrument leidde tot een idee bij wetenschappers van JPL: waarom niet een stukje Mars gebruiken? De Aarde heeft een beperkte voorraad Martiaanse meteorieten, waarvan wetenschappers hebben vastgesteld dat ze miljoenen jaren geleden van het oppervlak van Mars zijn geknald.

Deze meteorieten zijn niet zo uniek als de geologisch diverse monsters die “2020” zal verzamelen. Maar ze zijn nog steeds wetenschappelijk interessant - en perfect voor het praktijkdoel.

"We bestuderen dingen op zo'n fijne schaal dat kleine uitlijnfouten, veroorzaakt door temperatuurschommelingen of zelfs de zandafzetting van de rover, ons kunnen dwingen om te corrigeren," zei Luther Beegle van JPL. Beegle is hoofdonderzoeker voor het laserinstrument SHERLOC (Scanning Habitable Environments with Raman and Luminescence for Organics and Chemicals, duidelijk toch?). "Door te bestuderen hoe het instrument een vast doel ziet, kunnen we begrijpen hoe het een stukje van het Martiaanse oppervlak zal zien.”

SHERLOC zal het eerste instrument op Mars zijn dat gebruik maakt van fluorescentie-technieken die op Aarde gebruikt worden door forensische experts. Als ultraviolet licht schijnt over bepaalde chemische stoffen op basis van koolstof, dan geven ze een karakteristieke gloed.

Wetenschappers kunnen deze gloed gebruiken om chemische stoffen te detecteren die ontstaan in de aanwezigheid van het leven. SHERLOC fotografeert de gesteenten die het bestudeert en brengt vervolgens de chemicaliën die het detecteert in kaart. Dat voegt een ruimtelijke context toe aan de gegevenslagen die Mars 2020 zal verzamelen.

"Dit soort wetenschap vereist textuur en organische chemische producten -- twee dingen die onze doelmeteoor zal verstrekken," zegt Rohit Bhartia, SHERLOC's hoofdonderzoeker bij JPL.

Geen vlokkige meteorieten

Martiaanse meteorieten zijn kostbaar door hun zeldzaamheid. Slechts ongeveer 200 daarvan zijn erkend door The Meteoritical Society, dat een database heeft met deze gescreende meteorieten.

Om de juiste te selecteren voor SHERLOC, nam JPL contact op met het Johnson Space Center van NASA in Houston, evenals met het Natural History Museum of London. Niet zomaar een Martiaanse meteoriet zou voldoen: zijn toestand zou zo solide moeten zijn dat hij niet uit elkaar zou vallen als gevolg van de intensiteit van de lancering en landing.

Het moest ook bepaalde chemische eigenschappen bezitten om de gevoeligheid van SHERLOC te testen. Deze moesten redelijk gemakkelijk herhaaldelijk te detecteren zijn om het kalibratiedoel bruikbaar te maken.

De deskundigen probeerden verscheidene steekproeven: dunne plakjes werden afgesneden om te testen of zij zouden afbrokkelen. Het gebruik van een "schilferig" monster kan de gehele meteoriet tijdens het proces beschadigen.

Het SHERLOC-team stemde uiteindelijk in met SaU008, een meteoriet die in 1999 in Oman werd aangetroffen. Behalve dat het robuuster was dan andere monsters, was er ook een stuk ervan beschikbaar, met dank aan Caroline Smith, hoofdcurator meteorieten in het Natural History Museum van Londen.

"Elk jaar, verstrekken wij honderden voorbeelden van meteorieten aan wetenschappers van over de hele wereld voor studie," zei Smith. "Dit is een primeur voor ons: een van onze monsters zal naar Mars worden terug gestuurd ten bate van de wetenschap.

SaU008 zal de eerste marsmeteoriet zijn die een fragment naar het Marsoppervlak laat terugkeren -- maar niet de eerste die een marsmeteoriet meeneemt op terugreis naar Mars. De vorige mislukte. NASA's Mars Global Surveyor bevatte een brok van een meteoriet die bekend staat als Zagami. Die zweeft nog steeds rond de Rode Planeet aan boord van de nu defecte orbiter.

Voorbereiding op de mens op Mars

Naast zijn eigen Martiaanse meteoriet zal het kalibratiedoel van SHERLOC verschillende interessante wetenschappelijke monsters voor de menselijke ruimtevlucht bevatten. Deze omvatten materialen die kunnen worden gebruikt om ruimtepak stof, handschoenen en een helm vizier te maken.

Door te kijken hoe ze zich staande houden onder het Martiaanse weer, inclusief straling, kan de NASA deze materialen testen voor toekomstige Mars missies.

"Het SHERLOC instrument is een waardevolle gelegenheid om zich voor te bereiden op de menselijke ruimtevlucht en om fundamenteel wetenschappelijk onderzoek uit te voeren naar het Martiaanse oppervlak," zei Marc Fries, een SHERLOC co-onderzoeker en curator van buitenaardse materialen bij Johnson Space Center. "Het geeft ons een geschikte manier om materiaal te testen dat toekomstige astronauten veiligheid kan bieden als ze op Mars zijn.”



Next »